Uit Die Schutzbefohlenen.
Uit Die Schutzbefohlenen. © Kurt van der Elst

Theaterstuk Grensgeval is universeel en tijdloos kunstwerk

De tekst is gedicht, gebed, aanklacht en klaagzang; soms verrassend raak

Regisseur Cassiers komt in Grensgeval tot een schilderachtige, haast zintuiglijke abstractie, die de complexe thematiek goed invoelbaar maakt. De tekst is gedicht, gebed, aanklacht en klaagzang; soms verrassend raak.

Grensgeval (theater)

Grensgeval (Die Schutzbefohlenen) van Elfriede Jelinek door het Toneelhuis. Regie Guy Cassiers. 4/5, Bourlaschouwburg, Antwerpen. Daar t/m 13/5, aansluitend tournee door België en Nederland.

Gekromde lichamen, lange zware balken haaks op hun rug. In een rij staan ze daar, schaars belicht, vijftien jonge dansers van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Zwijgend, hijgend, torsen ze het gewicht - een rake verbeelding van lijden. Dan beginnen de bielzen zacht te schommelen, op en neer, op grote, denkbeeldige golven. Zo transformeert de bielzenrij tot een gammel bootje, speelbal van de zee; de dansers worden opvarenden. Dan valt opeens ook op hoe ze gekleed gaan: rok over broek, daar weer een jas omheen geknoopt. Dit zijn mensen die alles wat ze bezitten bij zich dragen. En behalve hun kleren hebben ze niets.

Ook de angst voor een 'vluchtelingentsunami' wordt integer verbeeld

Regisseur Guy Cassiers brengt bij het Antwerpse Toneelhuis Grensgeval, naar Die Schutzbefohlenen van de Oostenrijkse schrijver Elfriede Jelinek. Zij schreef dat stuk, losjes geïnspireerd op Aischylos' De smekelingen, in 2013, als reactie op de vluchtelingencrisis. In 2015 was het te zien op het Holland Festival in een regie van Nicolas Stemann, die een groep uitgeprocedeerde asielzoekers als Grieks koor het podium gaf. De confrontatie tussen ontheemde asielzoekers en welvarend Holland Festivalpubliek had toen een enorme impact. Dat effect is natuurlijk nauwelijks herhaalbaar. Hoewel het stuk sindsdien geregeld is opgevoerd met 'echte' vluchtelingen op toneel, is het verstandig dat Cassiers aan die neiging weerstand biedt.

In plaats van die concrete actualiteit komt hij met choreograaf Maud Le Pladec tot een schilderachtige, haast zintuiglijke abstractie, die de complexe thematiek goed invoelbaar maakt. Le Pladec schiep prachtige tableaux vivants. We zien lichamen die zwoegen, zich vastklampen, hunkeren en hopen. Lichamen die dansen, protesteren en dreigen. Een imposante kluwen mensen is het, eerst nog homogeen, zwijgend, bedrukt, maar gaandeweg luider en expressiever. Na de barre overtocht neemt de groep bruisend en stuiterend de ruimte over. Hun energie is opzwepend en intimiderend tegelijk. Zo wordt ook de angst voor een 'vluchtelingentsunami' integer verbeeld.

We horen de ambtelijke taal van autoriteiten, de wanhopige taal van vluchtelingen, de onmachtige taal van toekijkende Europeanen

Een tiental slordig geassembleerde beeldschermen tegen de achterwand tonen intussen razendsnel gemonteerde beelden van mensenmassa's, religieuze kunst en verschillen tussen 'ons' en 'hun': kattenfilmpjes versus wankele rubberboten, voetbalwedstrijden en dranghekken.

Choreografie, soundscape en scenografie vormen een noodzakelijk tegenwicht voor de hermetische tekst. Die is geen toneeltekst in de gebruikelijke zin, met personages, structuur en een plot, maar eerder een semantische studie. Jelinek geeft in losse zinnen en tekstflarden het discours weer waarin we het vluchtelingenprobleem proberen te bevatten. We horen de ambtelijke taal van autoriteiten, de wanhopige taal van vluchtelingen, de onmachtige taal van toekijkende Europeanen. Over en langs elkaar schuiven de zinnen, maar tot een gesprek komt het niet. De tekst is gedicht, gebed, aanklacht en klaagzang; soms gewild poëtisch, soms drammerig, dan opeens weer verrassend raak.

Cassiers vult niets voor de toeschouwer in. Die ambivalentie houdt het spannend

Uit die polyfone stemmenbrij schiep Cassiers een min of meer heldere uitgangssituatie, waarin zijn vier acteurs (Abke Haring, Katelijne Damen, Han Kerckhoffs en Lukas Smolders) aan tafel de overtocht van de vluchtelingen becommentariëren - als sportcommentatoren bij de wedstrijd. Ze staan erbij en kijken ernaar, maar blijven nog op afstand. Na dit eerste deel worden de vier overspoeld door de groep en dolen ze er verloren tussen. Uiteindelijk gaan ze erin op en staan ze met de nieuwkomers zij aan zij. Verenigen de oude en nieuwe wereld zich, of wordt de oude door de nieuwe onderworpen? Cassiers vult niets voor de toeschouwer in. Die ambivalentie houdt het spannend.

Helaas biedt de weerbarstige tekst de acteurs nauwelijks houvast of plezier en wordt snel opsommerig, toonloos en ronduit saai. Behalve als Abke Haring spreekt. Rappend, zingend, spugend, fluisterend en fulminerend tilt zij het topzware taalbouwwerk op, blaast er zuurstof in, brengt het tot leven, maakt er muziek van. Haar vitale voordracht evenaart moeiteloos de dynamische dans. Prachtig zijn de paar momenten waarop die krachten samenvallen. Met Grensgeval ontdoet Cassiers Jelinek weliswaar van haar actuele urgentie, maar hij stelt er een tijdloos, universeel kunstwerk voor in de plaats.

Nobelprijswinnaar Elfriede Jelinek

Het werk van de Oostenrijkse auteur is vaak verfilmd en opgevoerd.

Elfriede Jelinek (70) is gelauwerd schrijver van toneelstukken en romans. Haar boek Die Klavierspielerin (1983) werd door Michael Haneke verfilmd als La pianiste. In Duitsland worden haar toneelstukken geregeld opgevoerd en ook in het Nederlands en Vlaams theater is zij geen onbekende: in 2010 bracht het Nationale Toneel haar stuk Über Tiere (2006), en in 2009 regisseerde Johan Simons bij NTGent Underground, naar Die Kontrakte des Kaufmanns (2008). In 2004 ontving Jelinek de Nobelprijs voor de literatuur. De jury prees 'haar muzikale stroom van stemmen en tegenstemmen (...) die met een buitengewoon taalbewuste gedrevenheid de absurditeit blootleggen van de clichés van de samenleving'.