Octavia. Trepanation
Octavia. Trepanation © Andrey Bezukladnikov

Prachtig hoe Lenins schedel wordt gelicht, maar het zegt weinig

Theater - Octavia. Trepanation

Het lichten van Lenins schedel ziet er geweldig uit, maar van een verhalende lijn is geen sprake. De voorstelling is op zijn best te kenschetsen als zinnelijke muziektheatrale ervaring.

Schedellichting, oftewel trepanatie, werd in het verleden vooral gedaan om het brein van krankzinnigen te onderzoeken. Boris Joechanov en Dmitri Koerljanski zullen met het openen van het hoofd van Vladimir Iljitsj Lenin waarschijnlijk andere bedoelingen hebben gehad. Politieke wellicht. Het verklaart waarom hun voorstelling Octavia. Trepanation, die vrijdag haar wereldpremière beleefde, niet alleen verwijzingen naar de USSR bevat, maar ook naar het Rome uit de tijd van Nero en naar het Chinese keizerrijk.

Zo staan er aan het begin van de avond vele tientallen hoofdloze beelden van Chinese krijgers op het podium van het Muziekgebouw, waarin verbazend genoeg echte koorzangers schuilgaan. Achter hen rijst een gigantisch belauwerkranst Lenin-hoofd op, waarvan al snel de bovenste helft opengaat. De binnenkant van het schedeldak blijkt zich te lenen voor tal van projecties: een koepelplafond, prikkeldraad en vele vlammenhaarden. De onderste helft ziet eruit als een balkonnetje, waar ook al snel een zanger in toga verschijnt, die de Romeinse filosoof Seneca voorstelt. Later zal ook Trotski er zijn opwachting maken en aan het slot een achtvoudige Octavia.

Octavia. Trepanation
Opera, Van Boris Joechanov en Dmitri Koerljanski,
door Stanislavski Electrotheatre.
15 juni, Muziekgebouw, Amsterdam.

Intussen is het beeldenkoor naar de achtergrond verplaatst, met achterlating van een met drie centaurenskeletten bespannen wagen. Vier Chinees uitgedoste soldaten darren daar omheen, in een gestileerde, groteske choreografie. Intussen sijpelen er elektronische geluiden uit de luidsprekers. Lenins ogen lichten rood op.

Het ziet er geweldig uit, de zangers hebben prachtige stemmen en er moet het nodige vernuft aan te pas zijn gekomen om alle elementen op elkaar te laten aansluiten, maar van een verhalende lijn is eigenlijk geen sprake, sterker, het gepalaver van Seneca en Nero, later gevolgd door Nero's moeder Agrippina en een prefect, is uitgesproken nietszeggend. Naar verhouding markant zijn de authentieke citaten van Trotski, die als enige door een spreker wordt vertolkt.

Koerljanski's muziek helpt niet. De onhoorbare grondslag is een tot in het eindeloze opgerekt revolutionair lied, verrijkt met allerlei min of meer elektronisch geluid. Lelijk is het niet, wel traag, amorf en te langdurig. Dat geldt ook voor de twee passages waar het iets prikkelender wordt: uit verschillende pulserende lagen opgebouwde koormuziek en de etherische samenzang van de acht Octavia's.

Voordat de schedel zich weer sluit, bolt er een soort opblaaskussen op dat de vorm aanneemt van een Boeddha, maar met het gezicht van Lenin. Dit alles heeft te maken met het thema democratie, dat dit jaar bij het Holland Festival op de voorgrond staat. Van deze voorstelling, die op haar best te kenschetsen is als zinnelijke muziektheatrale ervaring, worden we daarover niet wijzer. Controversieel valt ze ook niet te noemen, al kijken ze daar in Rusland zelf misschien anders tegenaan.