JEROEN KRABBÉ

Zijn regiedebuut moest in het Engels, in verband met de hoofdrolspeelster die hij op het oog had. Isabella Rossellini dééd het!...

EERGISTEREN bij Isabella in New York gegeten. Ze doet het! Toch heb ik nog iets over me van 'Sehn muss ich', schrijft Jeroen Krabbé in zijn dagboek op 16 november 1996. Het was ook bijna niet gelukt, vertelt Ate de Jong. En niet alleen vanwege het feit dat Isabella Rossellini aanvankelijk haar reserves had omdat ze zich als rechtgeaarde Italiaanse moeder nog geen streng religieuze joodse vrouw zag spelen. Ook omdat ze na te zijn gedumpt als het gezicht van Lancome even helemaal nergens meer zin in had. En ook omdat het script aanvankelijk zo vreselijk was vertaald, aldus De Jong.

Hij regisseerde Krabbé ooit in Een vlucht regenwulpen. Left Luggage is zijn debuut als producer. Edwin de Vries schreef het script. Niks mis mee. Maar de vertaling! Krabbé had daar even geen aandacht aan besteed. De Jong: 'Ik belde hem op. Hij zegt: Maar Isabella heeft het script al. Ik zeg: haal terug, direct. Dat heeft ie gedaan. Ze had het nog niet opengeslagen. Sorry, Isabella, foutje.'

Er wordt een professionele kracht ingeschakeld voor de vertaling, én een schrijfster, die het bewerkt. Want Krabbés regiedebuut moet in het Engels, om een zo groot mogelijk publiek te bereiken en natúúrlijk om de actrice die hij van meet af aan in zijn hoofd heeft voor de rol van mevrouw Kalman.

Ze doet het. Op 9 mei 1997 noteert Krabbé: Isabella's laatste draaidag. Iedereen vindt het vreselijk dat ze weggaat. Wat was ze goed. 'Thank you for convincing me', zegt ze tegen me als ze me kust.

Typisch Krabbé. Alles in superlatieven, niet alleen in schrift, ook in toon; het gesproken woord krijgt vaak zoveel nadruk dat je het in een citaat bijna zou onderstrepen. Veel is er fan-tás-tisch, ge-wél-dig en een reden om in schaterlachen uit te barsten. Al die jaren al.

'Het liefst wil ik filmregisseur worden', zei hij in de zomer van 1970. 'Leerling zijn bij Fellini.' Vijf jaar eerder was hij van de toneelschool afgekomen. Hij begon net wat bekendheid te krijgen, door de tv-serie Improvisaties, door reclamespotjes voor de postcheque en girodienst, linoleum en crackers (met een mondvol op de radio) en in toneelstukken als Slippers en Dantons Dood. Alles gaat ge-wél-dig zegt hij tegen Het Parool: 'Een heerlijk gezin (hij is dan al getrouwd met Herma van Geemert, zijn oudste zoon Martijn is twee en diens broertje Jasper net geboren), een beeldschoon huis met een echte tuin - we zitten hier pas een maand en er zijn al drie feesten geweest - een auto, lekker eten - ik ben dol op eten, een van de heerlijkste dingen die er bestaan - en dan mijn werk dat ik fantastisch vind.'

Zeven jaar later komt de eerste grote film, Soldaat van Oranje. 'Dat was natuurlijk zijn doorbraak', zegt Hans Kemna die hem toendertijd castte. Maar collega Rutger Hauer was de gevierde jongen en met Krabbé ging het even helemaal niet zo geweldig.

Kemna: 'Oké, Jeroen en Nederland, dat ging op een of andere manier niet goed. Trouwens, Rutger is hier toch ook altijd Floris gebleven.

'In Nederland is men gewend mensen in hokjes te stoppen en Jeroen past nou eenmaal niet in één hokje. Op zijn vijftigste verjaardagsfeest bijvoorbeeld, daar liepen de meest uiteenlopende mensen rond, van Marco Borsato tot Hugo Claus. Hij is open, sympathiek, ziet heel veel dingen positief en dat heet dan oppervlakkig. Het feit dat hij reclamespotjes deed, daarvoor is hij verguisd' 'Uitgekotst', meent Ate de Jong zelfs.

'Tja, een ideële kwestie toendertijd', schampert Pierre Bokma. Hij ontmoette Krabbé tijdens de opnamen van de Soldaat van Oranje in de Willem III-kazerne in Amersfoort, waar Bokma zijn dienstplicht vervulde. De kazerne stond op de lijst om afgebroken te worden en zo konden de filmmensen er mooi bombardementen op uitvoeren. Bokma ging vaak kijken. 'Heel aardig' was Krabbé, zegt hij.

Eén keer heeft hij met hem 'mogen' spelen, dat was in de jaren tachtig in Candida. 'Krabbé heeft me er doorheen gesleept. De regisseur deed alsof ik niet helemaal in orde was, of in ieder geval leesblind. Ik kwam toen regelmatig bij Jeroen thuis. Later werd het contact minder, maar hij stuurde nog heel lang kaarten.'

For the record: Krabbé stuurt er zo'n vijftienhonderd per jaar.

Dat hij in de reclamewereld verzeild raakte, heeft hij altijd aan bemoeienissen van Joop van den Ende toegeschreven. Met Van den Ende, die juist begon zijn media-imperium op te zetten, had hij een bv opgericht voor vrije toneelproducties. Ze kregen ruzie, Jeroen wilde onder de deal uit en Joop presenteerde de rekening: drie ton.

Krabbé zat aan de grond, ook emotioneel. De driehoeksrelatie waaraan hij heel vooruitstrevend met zijn vrouw was begonnen, liep spaak. Vijf jaar lang acteerde hij niet. Met Van den Ende bleef hij tot voor kort gebrouilleerd.

Pas nu, zegt producer De Jong voorzichtig, lijkt het weer wat beter te gaan. Van den Ende heeft Krabbés regiedebuut zelfs medegefinancierd. Toen het ernaar uitzag dat de film wegens financiële moeilijkheden alsnog moest worden afgeblazen, bereikten De Jong 'signalen' dat Van den Endes Creative Investments 'er wel voor openstond'. En zo kwam de film er toch nog.

Left Luggage is gebaseerd op het boek van Carl Friedman The Shovel and the Loom, dat in het Nederlands is vertaald als Twee Koffers Vol. 'Ik las de laatste regels en sprak de historische woorden: hier wil ik een film van maken', aldus Krabbé op zijn geheel eigen wijze.

Hij kreeg het boekje van Hedy d'Ancona in de zomer van 1993. 'Ik had het gelezen, ik vond het prachtig', zegt zij. 'Ik dacht dat Jeroen het ook mooi zou vinden, ook al met het oog op onze gemeenschappelijke, joodse achtergrond natuurlijk. Maar ik had nooit aan een film gedacht.'

De Krabbés logeerden bij d'Ancona, in haar huisje in Italië. 'We brengen vaak samen vakanties door. Met de kinderen, toen die nog klein waren, en ook later toen ze gingen puberen. Niks chique logeerpartijen hoor. Het huisje is klein, iedereen ligt ergens onder of op. Maar hen kan dat niks schelen, die noemen zichzelf de Petalo's.'

De laatste jaren is d'Ancona veel bij hen in Frankrijk geweest. 'Vakanties in vrolijkheid zijn het. Maar er is ook tijd voor diepzinnigheid. Anders waren we nooit op dat boekje gekomen.'

Grinnikend: 'En Jeroen maar koken. Gek genoeg, als hij moet vermageren - en hij moet heel vaak vermageren, de smulpaap - gaat hij meer koken. Lekkere dingen in andermans mond stoppen. Als een soort troost.'

De acteur moet steeds het gewicht zien kwijt te raken dat de schilder eraan eet, is een verzuchting van Krabbé.

Als schilder gaat het hem de laatste jaren niet slecht, en vooral in het buitenland. Volgens Art Unlimited aan de Amsterdamse Keizersgracht lopen de Krabbé-'items' hard: de kalenders met zijn kunstwerken zijn uitverkocht, en ook de kaarten vliegen de deur uit.

Het was zo'n kaart die de Londense galeriehouder Francis Kyle begin jaren negentig onder ogen kreeg en die hem deed besluiten naar Amsterdam af te reizen om eens met de kunstenaar te gaan praten. 'Het was een aquarel op die kaart. Bij Jeroen thuis zag ik pas zijn olieverfdoeken, die vond ik nog veel krachtiger. Het werk doet me een beetje aan Paul Klee denken. Whimsical. Magical. Menselijke figuren schilderde hij vroeger wel, de laatste tijd niet meer. Wat me aanspreekt zijn de landschappen uit Indonesië, Java, Bali, Lombok.'

Inmiddels exposeert Krabbé eens per twee jaar in de galerie van Kyle, een smal gebouw van zes verdiepingen vlak bij Liberty's. Een Krabbé doet zo'n drieduizend (waterverf) tot 16 à 18 duizend (olieverf) pond.

In Groot-Brittannië kent een enkeling hem misschien van de cinema, maar daar is hij toch eerst en vooral schilder. Kyle wist helemaal niet dat hij met een acteur van doen had, aanvankelijk. Nederlanders zien hem, denkt Kyle, toch als een acteur die er wat bijschildert. Wisten wij wel dat 'Jeroen' uit een geslacht van schilders kwam?

Grootvader Hendrik Maarten Krabbé (1868-1931) schilderde, vader Maarten (1908) schilderde, Jeroen Aart (1944) schildert en Jasper Jeroen (1970) schildert ook. In 1985 exposeerden de drie oudste generaties nog tezamen in Laren.

Jeroen Krabbé brengt doorgaans maar wat graag in herinnering hoe hij en zijn broer Tim van school thuiskwamen met een ouderwets getekende boom, en hoe boos hun vader werd over zulk een duf tekenonderwijs. Zó boos dat hij zelf de lessen overnam. Op zijn 31ste ging Krabbé alsnog naar de Rijksacademie.

Tim, de oudere broer, werd schrijver. Toen Jeroen bekendheid kreeg, kon Tim dat niet zetten - zegt de acteur/schilder/regisseur in interviews. De broers zijn niet meer bevriend. En dan is er nog Mirko, de halfbroer, hij schildert ook. Vader Maarten Krabbé scheidde van moeder Margreet Reiss, een bekende filmvertaalster, toen Jeroen elf jaar oud was. Dat vond hij zo verschrikkelijk, zegt men, dat scheiden voor hem onbespreekbaar is. Eens in de zoveel tijd duiken er natuurlijk roddels op over vrouwen (Joan Collins!) en mannen in leven en bed van Jeroen Krabbé, maar Herma is en blijft. Herma is zo'n fan-tás-tisch verlicht iemand, zei hij in 1985 tegen Bibeb.

'Ach' Zegt Albert Mol, die Krabbé van dichtbij heeft meegemaakt, toen die zijn geluk ging beproeven in Hollywood. 'Als Jeroen zijn gezin of zijn stad moest verlaten, zat ie te huilen in het vliegtuig. Eerst was ie heel zenuwachtig en dan zat ie te janken. Om z'n gezinnetje.'

Toen de verfilming van De vierde man van Gerard Reve begin jaren tachtig in de VS een succes werd, ging het Krabbé daar beter. Hij kreeg uitgesproken schurkenrollen in No Mercy (met Basinger en Gere) en in de Bond-film The Living Daylights, maar speelde ook in Prince of Tides van Streisand en in Farinelli.

'Dat was leuk. Hij moest Frans spreken. Goh, hoe heb je dat fonetisch zo voor elkaar gekregen, zei ik om hem te plagen', aldus Mol. 'Hij was heel verontwaardigd. Hij vindt natuurlijk dat hij zijn talen spreekt.'

Ook Mol roemt de trouw van zijn vriend. Dat hij zijn vrouw en kinderen vaak naar de set laat overkomen. Nederland trouw blijft, de Van Eeghenstraat zelfs trouw blijft, en maar die kaarten schrijft waar Bokma het ook al over had.

Maar waar Mol niet helemaal bij kan, dat is dat het nu toch kennelijk weer goed is gekomen met Joop van den Ende. Want bij Krabbé geldt: uit = uit. En wat schrijft diezelfde Krabbé als opdracht in een boek voor de director of photography van Left Luggage?

Via Vermeer, Hopper, Willink, Bonnard, Ensor, Mondriaan, De Braeckeleer, Manet, Corot, Potter, Wouters, Delvaux, Rembrandt, Caillebotte, Vuillard, Magritte, Seurat en Chagall kwamen we uit op Van den Ende, en die had ik nodig om mijn droom waar te maken!

Left Luggage is vanaf 30 maart in Nederland te zien.