In het vierde bedrijf van Een Meeuw valt alles op zijn plek

Toneelgroep Oostpool speelt Tsjechovs klassieker

Deze op zich originele, uitvergrote poppenkastversie weet niet zoveel raad met de intense treurigheid van Tsjechovs Een Meeuw. Gaandeweg zakt de voorstelling in, maar in het vierde bedrijf valt alles mooi op zijn plek.

Een Meeuw

Theater

Van Anton Tsjechov door Toneelgroep Oostpool

Regie Marcus Azzini. 18/3, Stadstheater Arnhem.

De jonge acteur Daniel Cornelissen (1989) speelde vorig jaar een van de drie jongens in Bromance, een voorstelling over jongensvriendschap en liefde en de lastige grens daartussen. Speels en sprankelend fladderde Daniel destijds door de broeierige container waarin Bromance werd opgevoerd.

In Een Meeuw van Tsjechov door Toneelgroep Oostpool zit hij nu nagenoeg onbeweeglijk, als een zombie-achtig oud mannetje tegen de achterwand. Geschminkt tot een spookverschijning uit het verleden.

Zoals elke regisseur is ook Marcus Azzini het aan zijn stand verplicht iets met zijn Meeuw te doen

Over ouder worden en toch jong willen blijven, over afgedankt zijn en mee willen doen, daarover gaat Een Meeuw eigenlijk altijd. Dat regisseur Marcus Azzini de oude dokter Dorn dus door een jonge acteur laat spelen, is een statement: we ontkomen niet aan de teloorgang, het is hooguit een kwestie van tijd. Hoofdpersoon is Arkadina, actrice van middelbare leeftijd en moeder van Kostja, die toneelschrijver wil worden. Zij vertegenwoordigt de welgestelde, met zichzelf ingenomen klasse, hij de aanstormende generatie met revolutionaire idealen. Aan haar zijde bivakkeert haar minnaar, de ijdele kwast en schrijver Trigorin. Kostja is verliefd op de jonge Nina die actrice wil worden, en zij weer op de oudere schrijver. Allemaal doen ze hun uiterste best erbij te horen, gezien te worden, mee te tellen.

Zoals elke regisseur is ook Marcus Azzini het aan zijn stand verplicht iets met zijn Meeuw te doen. Hij vereenzelvigt zich vast meer met de jonge Kostja dan met de oude, gearriveerde garde. Dus heeft hij een bijna stripverhaalachtige vorm bedacht: een decor (ontwerp: Teun Mosk) bestaande uit felbelichte kleurvlakken (lila, roze, geel, groen) en spelers in expres lelijke kostuums met nog lelijker pruiken. Alles is waterstofperoxide geblondeerd, zuurstokroze en vaal-beige. Met als blikvangers de rode, iets te strak zittende en net iets te korte stretchjurk van Arkadina (Ariane Schluter) en het zwarte kostuum van Masja, die altijd in de rouw is om haar leven. De speelstijl is navenant: licht geëxalteerd, rumoerig, met een voortdurende houding van 'kijk mij hier nou eens interessant aanwezig zijn'.

Eerdere meeuwen

Het toneelstuk van Anton Tsjechov kent veel opvoeringen in Nederland.

De oorspronkelijke Russische titel van Tsjechovs Een Meeuw luidt Tsjaika. In de Nederlandse opvoeringstraditie wordt dat veelal verschillend vertaald: De Meeuw, Een Meeuw of gewoon Meeuw. Het stuk is hier behoorlijk populair en kent veel opvoeringen. Recentelijk zijn dat onder meer die van Toneelgroep Amsterdam (regie Thomas Ostermeier) met Chris Nietvelt als Arkadina, De Theatercompagnie (regie Theu Boermans) met Sylvia Poorta, Het Paleis Antwerpen (regie Dirk Tanghe) met Katelijne Verbeke, Hummelinck Stuurman Theaterbureau (regie Gerardjan Rijnders) met Saskia Temmink. In een verder verleden speelde ook Pleuni Touw bij het Noord Nederlands Toneel (regie Koos Terpstra) de rol van Arkadina.

Het eerste halfuur van de voorstelling is zonder meer enerverend. Vincent van der Valk speelt Kostja als een van energie stuiterende harlekijn. Alles aan zijn lange, dunne lijf wappert en fladdert, zijn stem nog het meest - prachtig. Ariane Schluter is als de zelfzuchtige actrice en moeder licht ordinair en kan tussen neus en lippen door verrukkelijk vals zijn. De Nina van Sigrid ten Napel (na series als Penoza en Overspel is dit haar eerste toneelrol) is een raar, gek meisje met een lief stemmetje maar onrustige ogen.

Gaandeweg zakt de voorstelling helaas nogal in, want het lukt lang niet alle spelers met die strakke vorm mee te gaan. Bovendien gaat Een Meeuw toch ook over het onstuitbare verval en verloren idealen, dus in wezen over intens treurige dingen. Daar weet deze op zich originele, uitvergrote poppenkastversie niet zoveel raad mee, ondanks het aparte geluidsdecor en het feit dat op een gegeven moment het hele podium onder water komt te staan. Waarom dat is? Geen idee. Misschien omdat Een Meeuw zich afspeelt in een landhuis aan een meer en dat vandaaruit de zondvloed begint? Het blijft gissen.

Gelukkig valt in het vierde bedrijf alles alsnog mooi op zijn plek. Dat komt vooral door Sigrid ten Napel die als de dan van al haar illusies berooide Nina terugkeert en haar ellende hartverscheurend mooi uitspeelt. En ook door Vincent van der Valk die dat alles zo wanhopig incasseert.

Vooral door Sigrid ten Napel valt alles in het vierde bedrijf alsnog mooi op zijn plek

'Nu weet ik, nu begrijp ik, Kostja, dat in ons werk - het maakt niet uit of het nu toneelspelen is of schrijven -de hoofdzaak niet de roem is, niet de schittering, niet dat waarvan ik droomde, maar het vermogen om vol te houden.' Dat zegt Nina en intussen zijn de oude mannen snurkend in slaap gevallen.

Een Meeuw is een wonderschoon stuk, met tal van thema's waaruit je als toeschouwer er naar behoeve eentje uit kunt tillen. Om persoonlijke redenen is dat dit keer gek genoeg niet dat generatiegedoe en het ouder worden, maar vooral dat vermogen vol te houden totdat je op den duur vanzelf in het meer zult verdwijnen.