Actrice Hanne Arendzen in Eline Vere.
Actrice Hanne Arendzen in Eline Vere. © Ben van Duin

In Eline Vere zijn alle vrouwen goed op dreef

Dweepziek, melancholisch, onuitstaanbaar: alle facetten van Eline Vere weet Hanne Arendzen te spelen. Een ontdekking. In Couperus' lijvige roman is veel geschrapt, maar de essentie is overeind gebleven.

De bewerking

Eén smetje slechts: een woord als 'hoppa' hoort bij Couperus toch echt niet thuis

Den Haag kent twee standbeelden van Eline Vere, het Haagse meisje dat in de roman van Louis Couperus (1889) een zo compleet karakter werd. Het ene beeldje is vrij klassiek (zedig bijna, met mantel en hoed), het andere wulps en dramatisch en beeldt haar sterfscène uit. Samengevoegd vormen zij dé allesomvattende Eline: de jonge vrouw die langzaam wegzakt in neerslachtigheid, maar eerst nog probeert alles uit het leven te halen. Eline wikt en weegt, experimenteert met gevoelens, maakt slachtoffers en sterft ten slotte aan een troebele geest.

Ger Thijs maakte van Couperus' roman een nieuwe theaterbewerking die hij zelf ook regisseerde. De première daarvan was dit weekend, uiteraard in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Naast die twee starre standbeelden is er nu ook een levende en levendige Eline.

Dat de roman Eline Vere een sterke dramatische kracht heeft, blijkt uit het feit dat er al in 1918 een theaterversie van werd opgevoerd. Met de destijds befaamde actrice Else Mauhs in de titelrol. Recentere toneel-Elines zijn Carline Brouwer (1987) en Maria Kraakman (2007).

Ger Thijs is de Couperus-bewerker par excellence

Thijs is de Couperus-bewerker par excellence. Eline Vere is zijn vierde grote theaterproductie naar een roman van de Haagse schrijver. Soms leverde dat goede, maar af en toe ook nogal saaie en statische voorstellingen op.

Zijn Eline Vere munt uit in een kernachtige samenvatting van de lijvige roman, waarin veel is geschrapt, maar de essentie overeind is gebleven. In het Haagse gewoel en gekonkel, onder het nette en vlotte gesprek, de conventies en de sociale beperkingen, zien we een fraai portret van een geknakt jongemeisjesleven. De taal is zowel Couperiaans als vlot en herkenbaar. In de monologen ontvouwt zich Elines grote twijfel en verdriet, de dialogen staan op scherp.

Eén smetje slechts: een woord als 'hoppa' hoort bij Couperus toch echt niet thuis - toen niet en nu nog steeds niet.

(tekst gaat verder onder de foto)

De voorstelling

Eline Vere begint als een snelkookpan vol geroddel, gedoe en emoties in Haagse kringen

Eline Vere is een productie van Hummelinck Stuurman Theater. Een vrije producent, en dat betekent dat er niet veel aandacht is voor decor en vormgeving; vaak moet het noodgedwongen op een koopje. Dat is in deze voorstelling fraai opgelost door veelvuldig gebruik van simpele kamerschermen en zetstukken die op- en afrollen, met een paar hoognodige meubeltjes. Mooi licht en een passend muziekdecor bewerkstelligen een juiste sfeer.

Eline Vere begint als een snelkookpan vol geroddel, gedoe en emoties in Haagse kringen. Regisseur Thijs gaat als een speer van start: het eerste half uur laat hij zijn spelers in rap tempo alle kanten uitschieten. Er wordt zo uptempo gespeeld dat zinnetjes soms verloren gaan, een tandje minder zou dus geen kwaad kunnen. Aan de andere kant wordt de voorstelling hierdoor wel behoed voor de valkuil van saai, literair verteltoneel - vaart en souplesse houden de toeschouwers voortdurend bij de les.

Eén smetje slechts: haal toch alsjeblieft die pauze eruit! Eline Vere duurt netto nog geen twee uur. Het dient geen enkel doel, halverwege weer dat gedoe met dringen bij het koffiebuffet. Bovendien haalt het je uit de zo behoedzaam opgebouwde concentratie.

(tekst gaat verder onder de foto)

De toneelspelers

Alle vrouwen in Eline Vere zijn erg goed op dreef

'Alles in mij is verbrijzeld.' En: 'Er is iets in mij dat niet af is, dat niet is voltooid.' Eline is dweepziek, melancholisch, maar soms ook onuitstaanbaar en een nuffig wicht. De echte Eline is een twintiger, Hanne Arendzen, de actrice die haar nu speelt, ook. Het komt de geloofwaardigheid zeer ten goede. Alle facetten weet Arendzen (zij was op tv te zien in de serie Ramses, in het theater onder meer in Vaslav) heel mooi uit te spelen. Ze bedient zich niet van aanstellerig acteren met gefladder van handen of het krijgen van appelflauwtes. Nee, de taal is haar motor: ze praat, formuleert, overtuigt. Na de pauze, als het verval zich aandient, wordt haar toneelspel ingetogener en steeds meer in zichzelf gekeerd. Gebiologeerd heb ik naar haar slotmonoloog zitten kijken en vooral zitten luisteren - een ontdekking, die Hanne.

Alle vrouwen in Eline Vere zijn trouwens erg goed op dreef. Heerlijk, Oda Spelbos als bedillerige zus Betsy - zoveel souplesse en alles precies op tijd. En ja, als vicevoorzitter van de actiegroep 'Meer Blanken op de Planken' mag ook Nettie Blanken hier niet onvermeld blijven. Haar vertolking van tante Elize uit Brussel (met sigaren en morfine) is in één woord superieur.

Met de mannen had ik, gek genoeg, meer moeite. Zij waren mij wat al te kleurloos, op het sullige af. De heren om Eline heen moeten weliswaar wat wuft-Haags zijn, maar geen duffe kantoorklerken. Gelukkig is Vincent Croiset een uitzondering: hij speelt neef Vincent, de joyeuze zonderling, en doet dat op de juiste manier wulps en pathetisch.

Eén smetje slechts: op het toegangskaartje stond: 'Eline Vere (première) - Marc Klein Essink e.a.'. Sorry hoor, maar mag die naam vanaf nu vervangen worden door die van Hanne Arendzen e.a.?

Hoppa!

Eline Vere. Naar: Louis Couperus. Door: Hummelinck Stuurman Theaterbureau. Bewerking en regie: Ger Thijs. Gezien: In Koninklijke Schouwburg Den Haag, 26/9. Speellijst