Het Nationale Ballet in Shostakovich Trilogy.
Het Nationale Ballet in Shostakovich Trilogy. © Hans Gerritsen

Choreograaf Ratmansky maakt van Shostakovich een subtiele dissident

Theater (dans) - Shostakovich Triolgy (Het Nationale Ballet)

De trilogie over het leven van de Russische componist Sjostakovitsj, op diens eigen muziek, is een megalomaan maar interessant ballet. Choreograaf Alexei Ratmansky richt zich op het artistieke leven van de componist en laat diens omstreden maatschappelijke rol links liggen.

Shostakovich Trilogy

Dans
Door: Het Nationale Ballet. Choreografie: Alexei Ratmansky.
M.m.v. Het Balletorkest o.l.v. Matthew Rowe, pianist Michael Mouratch en trompettist Erwin ter Bogt.
17/6, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Daar t/m 30/6.

'Dit ballet is mijn manier om om te gaan met alles wat zich in de 20ste eeuw in mijn geboorteland heeft afgespeeld én met het Rusland van vandaag.'

Het is nogal een uitspraak die de Russische, al lang in het Westen levende choreograaf Alexei Ratmansky (48) doet in het programmaboek bij Shostakovich Trilogy. Het megalomane past zijn ballet wel, dat in drie delen door het artistieke leven van componist Dmitri Sjostakovitsj raast en daarbij veel en uiteenlopende emoties en onderwerpen beroert. Oneerbiedig gezegd: het is een hele kluif. Maar wel een interessante.

Ratmansky gebruikt de klassieke ballettechniek ten volste en met liefde

Het Nationale Ballet mag de trilogie, in 2013 gemaakt bij het American Ballet Theatre in New York, in Europa als eerste op de planken brengen. De groep heeft sinds 2010 meerdere werken van Ratmansky gedanst (Don Quichot, On the Dnieper, Souvenir d'un lieu cher, Firebird) en is begrijpelijkerwijs blij met hem: de voormalige artistiek leider van het Bolsjoi Ballet gebruikt de klassieke ballettechniek ten volste en met liefde, niet alleen in zijn bewerking van verhalende klassiekers, maar ook in zijn nieuwe, abstractere werken. Klassiek geschoolde dansers kunnen zich bij hem echt uitleven en etaleren.

En dat doen ze; trefzeker, met flair en gevoel gaan ze de choreografie te lijf. Ratmansky koos drie composities uit verschillende perioden. Sjostakovitsj had in zijn arbeidzame leven te maken met de regels van de Communistische Partij onder Stalin en later Chroesjtsjov, en zijn muziek en rol zijn tot op heden betwist: was hij een slinkse, subtiele dissident of een meeloper? Hierover gaat het ballet niet. Ratmansky laat wel zien hoe breed expressief Sjostakovitsj zich heeft durven uiten.

Lees verder onder de foto.

Ratmansky lijkt zich te richten op Shostakovich' liefdesleven

Het vroege Eerste Pianoconcert, uit 1933, sluit de trilogie af. Het is het meest positieve en speelse muziekstuk van de avond, gecomponeerd in de avant-gardistische sovjettijd, die nog redelijk onbezorgd was. Na de zwaarte ervoor is het een verrassing én een waarschuwing met terugwerkende kracht: zo kan vrijheid dus veranderen. Onder zwevende sovjetsymbolen als rode hamers, sterren en bouten krijgen we een indrukwekkend staaltje atletische virtuositeit te zien door zestien dansers, onder wie twee centrale paren. In bodysuits die aan de voorkant grijs en aan de achterkant rood zijn, wat een dynamisch kop-of-munteffect veroorzaakt, imponeren ze in diagonalen, cirkels en tableaus vooral met hoge lifts, waarbij de vrouwen boven het hoofd of op de schouder van de man ver achterover hellen.

Voorafgaand aan dit meest abstracte, constructivistisch ogende deel, zoomt Ratmansky in op de bekende Kamersymfonie uit 1960. Sjostakovitsj droeg het formeel op aan de slachtoffers van het nazisme, maar noemde het informeel zijn eigen requiem. Hij was indertijd niet gelukkig met concessies die hij deed (hij werd partijlid) en ook was hij ziek en net gescheiden van zijn tweede vrouw. Ratmansky lijkt zich te richten op dat laatste, zijn liefdesleven.

Met contouren die langzaam worden ingekleurd tekenen zich op het achterdoek kriskras harde, onverzettelijke mannenkoppen af. Op de vloer is er die ene wanhopige figuur - zijn schouders hangen zwaar, hij stort herhaaldelijk ter aarde - die verstrikt raakt in een spel van aantrekken en afstoten met drie vrouwen (Sjostakovitsj trouwde drie keer). De massa eromheen lijkt te staan voor de druk van buiten.

Lees verder onder de foto.

Boeiender dan dit schetsmatige liefdesdrama en het meest dubbelzinnig van de hele trilogie, is de aftrap. Voor een triomfantelijke oorlogssymfonie werd de Negende Symfonie (1945) te licht bevonden. Ratmansky trekt met zijn heldere, hoewel soms overvolle dans de dubbele kwaliteiten van het muziekstuk mooi naar boven: enerzijds opgewekt, vol vaart, anderzijds bespiegelend, gespannen, slepend, donker.

Geflankeerd door wederom een grote groep belichamen twee paren dit contrast, de vrouwen in respectievelijk groen en roodbruin jurkje. De fijngetekende mensen, vliegtuigen en rode vlaggen achter hen zijn eerder surreëel behang dan een ode aan een natie. Ratmansky maakt van zijn landgenoot een subtiele dissident.

Opvallend betekenisvol decor

Opmerkelijk voor ballet: het decor heeft een eigen stem.

Opvallend betekenisvol in Shostakovich Trilogy is het prachtige decor. In ballet zie je vaak ofwel illustratieve omgevingen (een landschap, een paleis, een plein) ofwel abstracte sfeerschetsen die sterk leunen op licht.

Beeldhouwer, architect en ontwerper voor opera, musical en film George Tsypin (net als Ratmansky een Rus in Amerika) geeft met zijn sovjetsymbolen en archetypische sovjetkoppen daarentegen echt commentaar. En dan vooral door de manier waarop hij die inzet. Zijn beelden vormen naast de dans en de muziek een eigen stem in het geheel en lijken vooral het machtsvertoon van de voormalige Sovjet-Unie (en het huidige Rusland) te bespotten.

Tsypin maakte eerder ook ontwerpen voor De Nationale Opera. Keso Dekker, bekend van zijn werk voor de balletten van Hans van Manen, tekende voor de kostuums.