'Internet gaat ten onder aan machtsmisbruik'
© AFP

'Internet gaat ten onder aan machtsmisbruik'

Het internet is aan verbouwing toe. Het lijdt onder censuur, digitale spionage, manipulatie en winstbejag van grote bedrijven als Facebook en Google. Regeringen, bedrijven en de 'tech-gemeenschap' moeten daarom afspreken welke infrastructuur nooit doelwit van een digitale aanval mag zijn, zich hard maken voor netneutraliteit, algoritmes meer openbaar maken, geen achterdeuren in systemen plaatsen en voorkomen dat bepaalde spionagetechnologie geëxporteerd wordt. Dat bepleit de Global Commission on Internet Governance vandaag in een rapport.

Deze commissie, die ruim twee jaar geleden begon, staat onder leiding van de Zweedse oud-premier Carl Bildt. Het is een bont gezelschap, dat op initiatief van een Britse en Canadese denktank adviseert over de toekomst van het internet. Onder andere Michael Chertoff, oud-minister van binnenlandse zaken en brein achter de omstreden Amerikaanse Patriot Act, David Omand, voormalig hoofd van de Britse inlichtingendienst GCHQ en Joseph Nye, oud directeur van de Amerikaanse Nationale Inlichtingenraad, hebben zitting in de commissie van 25 man. D66-Europarlementariër Marietje Schaake schreef ook mee aan het rapport.

Volgens haar bevindt het internet zich op een 'beslissend moment'. Ze ziet 'steeds meer machtsmisbruik' door bedrijven en staten. Als voorbeeld noemt ze het toegankelijk maken van internet voor ontwikkelingslanden door Facebook. Dat in ruil voor die dienst het eigen sociale medium opdringt. In landen als Iran, Rusland en China vindt stevige censuur plaats, in andere delen van de wereld controleren staten het internet. Overal worden stappen genomen richting digitale oorlogsvoering door criminele groepen maar ook door staten. Stuxnet, het kwaadaardige computervirus dat waarschijnlijk door de Amerikanen en de Israelí's was ontwikkeld is een voorbeeld daarvan. Het virus viel Windows-computers met Siemens-software aan en was waarschijnlijk bedoeld om het Iraanse nucleaire programma te treffen.

Noodklok

Spionage, het blokkeren van websites, het aanpassen van wat mensen typen, het naar verkeerde websites leiden - dat alles ondermijnt de vrijheid van mensen om zichzelf te zijn

Tim Berners-Lee, bedenker van het internet

Het rapport van de Global Commission komt op het moment dat ook de bedenker van het internet, Tim Berners-Lee, de noodklok luidt. Op een conferentie in San Francisco zei hij vorige week dat hij, ondanks het succes van internet, allerminst blij is met de huidige staat ervan. 'Spionage, het blokkeren van websites, het aanpassen van wat mensen typen, het naar verkeerde websites leiden - dat alles ondermijnt de vrijheid van mensen om zichzelf te zijn.'

Schaake merkt dat de 'discussie over internet' aan het verschuiven is. Ze noemt als voorbeeld het debat over encryptie in de Verenigde Staten. Grote techbedrijven durven zich weer hard te maken voor het belang van versleutelde communicatie. Zoals Apple dat het tegen de FBI opnam. Ook was ze 'verrast' door de bijdrage van Michael Chertoff en David Omand, afkomstig uit de Amerikaanse en Britse inlichtingenwereld. 'Ik had niet verwacht dat we met ons rapport zover zouden komen.'

In de conclusies worden staten onder meer opgeroepen zich hard te maken voor netneutraliteit, bedrijven mogen online geen voorrang of vertraging geven aan bepaalde gebruikers. Verder spreekt het rapport zich uit tegen zero-ratingpraktijken, het kosteloos weggeven van data voor bepaalde diensten, zoals Facebook doet voor zijn eigen site waar het internet aanbiedt. De commissie is verder vóór online anonimiteit en roept op exportcontroles te verbeteren zodat spionagetechnologie niet in de handen kan vallen van dictaturen.

Wat zijn de vijf belangrijkste aanbevelingen van de Commissie?

1. Regeringen moeten een internationaal akkoord sluiten over welke infrastructuur nooit het doelwit mag zijn voor een digitale aanval. Dit kan bijvoorbeeld Digid zijn, het systeem waarmee Nederlandse overheden iemands identiteit controleren. Of een grote telecomprovider zoals Belgacom, dat tot 2013 werd gehackt door Britse spionnen.

2. Regeringen mogen bedrijven niet dwingen om technische achterdeuren in systemen te installeren om toegang te krijgen tot gegevens. Dit verwijst onder meer naar het debat tussen Apple en de FBI. Apple weigerde software te maken voor het openen van een iPhone van de dader van een schietpartij in San Bernardino, waarbij 14 doden viel.

3. Steeds vaker bepalen algoritmes, zoals bij online winkel Amazon, wat we te zien krijgen online, welke keuzes we kunnen maken en welke aanbiedingen we krijgen. Om discriminatie, censuur en ongewenste profilering te vermijden, moeten we de gevolgen van de algoritmes kunnen controleren. Alleen zo kan er effectief toezicht zijn op onze digitale interne markt.

4. Regeringen mogen de rechtsstaat niet omzeilen door privé-bedrijven te dwingen om online stukken tekst te verwijderen zonder onafhankelijke controle. Privé-bedrijven moeten open zijn in wat ze verwijderen, op vraag van wie en om welke reden. Gebruikers moeten zulke beslissingen kunnen aanvechten. Dit is relevant nu bijvoorbeeld de Europese Commissie internetbedrijven een gedragscode oplegt voor het tegengaan van 'haatuitingen en terroristische propaganda' op verschillende (sociale) media. De termen zijn bijzonder vaag en kunnen makkelijk misbruikt worden om onwelgevallige geluiden te weren.

5. Producenten en verkopers van ict moeten aansprakelijk gehouden worden voor de kwaliteit van de technologie die ze produceren. Daar hangt ook aan vast dat bedrijven zich moeten kunnen verzekeren tegen digitale aanvallen.