Voetbal als bindmiddel

Met Khalid Boulahrouz en Ibrahim Afellay de wereldtitel veroveren, dát zou het toppuntvan integratie zijn. Het voetbalveld is op het oog de arenavan de vreedzame samenleving....

Voetballend Nederland sloot deze week Ibrahim Afellay en Ismaïl Aissati in de armen. Jong, onbevangen, klasserijk, brutaal op het veld en beleefd daarbuiten. Streng gelovig bovendien, moslim. Winnend met PSV van het grote AC Milan en vaderlijk aan de borst gedrukt door Phillip Cocu. De twee zijn al bijna 'van ons'.

Publicist Paul Scheffer zag de voetballers op tv en was verbaasd over hun innemendheid: 'Het zijn brave jongens, verpletterend brave jongens, een beetje jaren vijftig.'

Als zo'n jongen doorbreekt en zelfs het Nederlands elftal haalt, heeft dat volgens Scheffer bij wijze van spreken meer effect dan 'duizend multiculturele drama's'. Onder die titel schreef hij een artikel dat stof deed opwaaien omdat het de mislukte integratie van hele generaties allochtonen beschreef.

Dat stuk sloeg natuurlijk niet op succesvolle voetballers van vreemde komaf, want zij zijn voordat ze het weten een rolmodel. Ruud Gullit, Frank Rijkaard en tal van anderen krikten het imago op van Surinamers, die door sommigen werden gezien als lui en gemakzuchtig. Zelfs de toenmalige bondscoach Libregts maakte daarover een opmerking, die hem fataal werd.

En misschien is Afellay, na Dries Boussatta en Khalid Boulahrouz, straks de derde Nederlandse international van Marokkaanse afkomst. En mogelijk wordt Aissati, gisteren voor het eerst opgeroepen voor Jong Oranje, de vierde. Nieuwe Helden van Oranje, jongens met wie niet alleen de Marokkaanse jeugd zich wil identificeren.

Toch is er iets vreemds aan de hand.

De vader van Dries Boussatta bijvoorbeeld is net zo vroom als Afellay en Aissati, maar hij draagt een baard en een djellaba. Boussatta, die na drie oefenduels in Oranje nog drie keer voor Marokko speelde: 'Tien jaar geleden werd mijn vader gezien als een vrome moslim. Nu wordt hij soms bespuugd en voor terrorist aangezien. Alleen omdat Osama bin Laden en Mohammed B. ook een baard droegen en een lang gewaad.'

De vader van Dries Boussatta heeft in feite meer verdiensten voor Nederland dan Ismaïl Aissati, die pas aan het begin staat. 'Hij heeft het land helpen opbouwen, door achttien uur te werken in de meelfabriek, in de melkfabriek of op het aardappelveld. Achttien uur per dag, soms zeven dagen lang.

'Hij is helemaal verrot en afgekeurd vanwege zijn rug. Hij is vroom en hij verdiept zich in de koran. Hij is af en toe boos op Nederland, maar hij is ook boos op de Marokkaanse jeugd die maar wat rondhangt. Ga wat doen met je leven, denkt hij dan. Ze vragen hem wel eens waarom hij zo weinig Nederlands spreekt. Nou, dat komt omdat hij achttien uur per dag werkte en zijn hoofd niet naar studeren stond.'

De wereld is veranderd, wil Boussatta zeggen. 'Als ik tien jaar geleden aan iemand een eerste reactie op het woord moslim vroeg, zei men iets over geloof. Nu is het al snel: terrorist, Mohammed B., Bin Laden.'

Het maakt Boussatta soms een beetje bitter. Ja, híj is oud-voetballer en drievoudig international van Oranje, hém kennen ze wel, maar zijn vrienden worden geweigerd bij een discotheek en zijn vader wordt met een scheef oog aangekeken. 'Als je jong bent denk je alleen aan voetbal, dan merk je weinig van het leven om je heen, van de real world. Want de voetballerij is een droom. Je bent op je hoogtepunt en hebt duizend vrienden.'

Aissati en Afellay zullen straks ook duizenden vrienden hebben en het is mooi dat zich juist in een tijd van onderlinge spanning tussen bevolkingsgroepen frisse voetballers van Marokkaanse komaf aandienen, over wie de kranten volgens Boussatta 'wel weer positief móeten schrijven'.

Hier zijn weer Marokkaanse Nederlanders die met meer dan hun initialen in de krant mogen. Ze zijn succesnummers, van wie er zo veel zijn, maar van wie de meesten verborgen blijven omdat ze niet voetballen, geen boeken schrijven of rappen. Het is, zoals de Utrechtse wethouder van sport Spekman zegt: 'Het barst van de vooroordelen. Spelers als Boulahrouz, Afellay en Aissati vormen een geweldig tegenwicht.'

Ook de regering heeft het voetbal ontdekt als platform van integratie. Minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en staatssecretaris Ross-Van Dorp van VWS hebben de sportbonden, waarvan de KNVB de belangrijkste en grootste is, onlangs gevraagd mee te denken over een oplossing van de problemen.

Een voetbalclub is immers de multiculturele samenleving in de dop, hoewel het schetsen van een te rozig beeld ongepast is. Ook in de verenigingen heersen racisme en andere problemen uit de 'gewone' maatschappij.

Publicist Scheffer: 'Dat hele beeld van de jeugd die zich verzoent op de sportvelden, dat klopt niet. Dat zie ik vaak genoeg als ik langs de lijn sta om naar het elftal van mijn dochter te kijken. Ik had vroeger een seizoenkaart bij Ajax: als Babangida de sterren van de hemel speelde was hij vertederend, anders die nare neger die niks raakte. Het is verschrikkelijk opportunistisch.'

Maar door de bank genomen is het sportveld een broedplaats van integratie, vooral in de volkssport voetbal. Hoofd opleidingen Joop Brand van PSV: 'Wie wil leren over integratie, moet eens bij PSV komen kijken. Dan kun je zien hoe je met warmte, respect en liefde met elkaar omgaat.'

Van de 180 jeugdspelers bij PSV hebben ruim dertig jongens Turks of Marokkaans bloed. Brand: 'Die voelen zich allemaal Afellaytjes nu.'

De KNVB heeft derhalve positief geantwoord op het verzoek van de regering. De bond legt de laatste hand aan een plan, dat onder meer voorziet in het inzetten van topvoetballers als rolmodel en de aanstelling van meer dan de huidige honderd werknemers voor de aansturing van amateurclubs. Zowel op technisch, administratief als sociaal vlak.

In Utrecht doen ze zoiets al, en zeer intensief, via een stichting met de veelzeggende naam Image Support. Ongeveer tachtig talenten van verschillende clubs, onder wie geregeld ook Ismaïl Aissati, komen een keer per week bijeen om te trainen onder professionele leiding of om scholing te genieten op ander, bijvoorbeeld mentaal vlak. Waar mogelijk worden ze als rolmodel ingezet. 'We willen de uitval minimaliseren', zegt onbezoldigd stichtingsdirecteur Mohammed Dahmane.

'We hebben gemerkt dat vooral jongens van zestien, zeventien jaar afhaken. Dat kan om tal van redenen zijn: ze voelen racisme bij hun club, hebben ruzie met hun leider of kunnen niet omgaan met regels. We zoeken naar oorzaken en proberen ze te behouden voor de sport.'

Aissati is dan een prachtig voorbeeld. Paul Verweel, hoogleraar aan de universiteit van Utrecht en nauw betrokken bij de stichting als voorzitter van de Vereniging Sportbelang Utrecht, en adviseur in interculturalisatie: 'Je kunt spreken van het Afellay- en Aissati-effect. De jongens trekken zich aan elkaar op. Utrecht zet hiermee de lijn van Vanenburg, Van Basten en Wouters voort.'

Verweel hield onlangs een lezing voor de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR), waarbij ook de KNVB-top aanwezig was: 'Het gaat om echt goed begeleiden, in mentaal en sociaal opzicht, zodat mensen zich geborgen voelen in een groep.' Zoals het in Utrecht gaat, kan het in het hele land, ook in andere sectoren dan sport.

Hier komen de lijnen van intensieve begeleiding en het aanwijzen van rolmodellen bij elkaar. Verweel: 'Aissati heeft zo'n geweldige uitstraling. Volbloed moslim, Marokkaans en toch ook weer zo Nederlands. Je zou hopen dat je zo iemand voortbrengt.'

Het allermooiste zou zijn als het duo, dat dubt over een toekomst als international, voor Oranje zou kiezen. Tot nog toe hebben ze in Nederlandse jeugdelftallen gespeeld, maar een definitieve beslissing is pas nodig voor een interland bij de senioren die telt voor kwalificatie of eindronde.

Mohammed Dahmane, met een nieuwtje: 'Ze zullen allebei kiezen voor het Nederlands elftal, daarvan ben ik overtuigd.'

Dat zou pas echt goed zijn voor de integratie, vinden allen. Jongens die Marokkaanse ouders hebben en een dubbel paspoort, die de Marokkaanse cultuur meekrijgen van thuis en overtuigd moslim zijn, maar die ook zeggen: wij leven in Nederland, wij voelen ons Nederlander, wij voetballen voor Oranje.

Een man dus als Khalid Boulahrouz, die nooit droomde van de nationale ploeg van Marokko. Hij is inmiddels vaste keus van Marco van Basten en zelfs een perfect imitator van Nederlandse tv-verslaggevers.

Scheffer: 'Ik hoop dat ze kiezen voor het land waar ze geboren zijn, waar ze voetballen. Dat is niet alleen opportunisme van mij omdat ze goed zijn, maar het is vooral een keuze voor de toekomst. Als ze kiezen voor het land waar hun ouders vandaan komen, is dat een keuze die naar het verleden is gericht, naar het land waar ze op vakantie gaan en waarover ze hebben horen vertellen.'

Joop Brand echter ziet de jeugd worstelen met die keuze, hoofdbrekens die vooral worden veroorzaakt door aspecten buiten het voetbal. 'Hun ouders zijn hun land ontvlucht, omdat daar iets niet in orde was. Maar het is een denkfout te veronderstellen dat ze wel even voor Nederland zullen kiezen, want vanuit hun godsdienst wordt enorme druk op hen gelegd. Zo was het vroeger bij ons toch ook. Als je als katholieke jongen niet op een katholieke club ging, was je een paria.

'Wij hebben trouwens lekker lullen, maar het ligt allemaal veel gecompliceerder. Kijk alleen naar het douchen. Wij staan gewoon in onze blote piemel onder de straal, zij houden een broekje aan. Maar het zou prachtig zijn: IbrahimAfellay als wereldkampioen in Oranje.'