Nagelbijtblog voorbij: 'Het was alsof 18 jaar frustratie zo van onze schouders de Nieuwe Maas in gleed'

Voor Ajax- en Feyenoordsupporters was het een week van peentjes zweten en nagelbijten. Hoe leven zij toe naar de ontknoping van het voetbalseizoen? Menno Pot en Merlijn Kerkhof, behalve muziekrecensenten ook hartstochtelijke fans, gaven dagelijks een inkijkje in hun supportersstress.

Berichten

Bekijk nieuwe update(s).
  1. Merlijn Kerhof- Feyenoord-fan

    Ik had me voorbereid op 90 minuten gierende zenuwen, hartkloppingen en hyperventilatie, maar de verlossing kwam al na 37 seconden.

    Het stadion was nog met rode en groene rook gevuld (groen vanwege de vlag van Rotterdam) die eerste minuut, dus ik had geluk dat het doelpunt aan mijn kant viel. Maar helemaal goed zag ik het niet. Een fractie van een seconde wond ik me erover op dat Kuijt de bal niet afspeelde, die bal zou hoog over gaan, maar hij knalde hem keihard in de verre hoek. Elf minuten later kopte hij zijn tweede binnen – ik heb me nog nooit zo opgelucht gevoeld. Wat er bij Willem II-Ajax gebeurde, deed er niet meer toe. De uitslag van die wedstrijd hoorde ik pas gisteravond.

    Ik had niet verwacht dat ik het nog mee zou maken, maar het is gebeurd. Mede dankzij die door het clubbestuur en de gemeenteraad afgedankte Kuip, die weer van alles bij spelers en publiek losmaakte.

    Het was alsof 18 jaar frustratie zo van onze schouders de Nieuwe Maas in gleed. Toen ik gisteren van de Kuip naar de Coolsingel liep, was iedereen zó blij. Opvallend: niemand die ik anti-Ajax-liedjes hoorde zingen – dat moet ook de eerste keer geweest zijn. We zongen ‘Messi, Messi, Nelom komt eraan’, want na de zomer wacht de Champions League. Het was een perfect zomers feestje.

    Vanochtend kwam ik de overvolle Coolsingel niet meer op; ik kwam niet verder dan het Hofplein. Niets van de bordesscène gezien. Wel een heel coole nieuwe supporter ontmoet. Jasmijn heet ze. Ze droeg een Feyenoord-tenue en mini-Adidasjes. Ze is namelijk pas anderhalf.

    Ze schopte tegen een leeg blikje Heineken, alsof het een voetbal was. Goal!, riepen we, en ze keek voldaan. Bij de speech van Kuijt hield ze trots haar kartonnen replica van de kampioensschaal in de lucht.

    Merlijn Kerkhof (1986) schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek. Sinds zijn achtste is hij supporter van Feyenoord, dit was zijn tiende seizoen als seizoenkaarthouder.

  2. Merlijn Kerkhof, Feyenoord-fan

    Na het laatste kampioensfeest, op 25 april 1999, nam ik iets voordat de beruchte rellen uitbraken de trein terug naar huis. Mijn beoogde eindstation was Vlaardingen Oost, maar we waren nog geen minuut onderweg toen er aan de noodrem werd getrokken. De machinist vroeg of de dader zijn hoofd uit het raam wilde steken. Vervolgens persten tientallen ladderzatte supporters zich door de ruitjes van de sprinter.

    Afgelopen zondag, toen Feyenoord dus kampioen had moeten worden, merkte ik dat veel van mijn medesupporters voorafgaand aan de wedstrijd al in een vergelijkbare stemming verkeerden. Ik zag een vrouw met een plasticje dat eens een sixpack bijeenhield. Ik zag trams die op en neer gingen als Cadillacs in hiphopclips uit de jaren negentig. Ik zag mensen dansen op de Karel Doormanstraat, vuisten in de lucht, alsof Excelsior-uit een formaliteit was. Het rook naar jaarwisseling.

    De afgelopen dagen merk ik dat veel Feyenoorders in een andere modus zitten. We gaan uit van het ergste, dan kan het alleen maar meevallen.

    Om 12.45 uur stap ik in de auto naar de Kuip. Die rit zal voelen als die keer dat ik naar het ziekenhuis werd gebracht voor een kaakoperatie. Je houdt je voor dat het waarschijnlijk goed gaat, maar áls het misgaat, is het drama niet te overzien. Op het verloop heb je geen enkele invloed.

    Wat er ook gebeurt vandaag in de Kuip en het stadion van Willem II, omstreeks 16.20 uur zijn we verlost van de stress. Eindelijk. Wat was dit een verschrikkelijk seizoen.

  3. Menno Pot, Ajax-fan

    Ik lees en hoor overal dat Feyenoorders niet willen dat de titel hen ‘gegund’ wordt. Wegwezen met die ‘gunfactor’.

    Oké. Dat snap ik wel en ik heb er een eenvoudige oplossing voor. Dan denk ik gewoon even niet aan de prima Feyenoorders die ik persoonlijk ken, maar zoom ik een stukje uit: de aartsrivaal als ontmenselijkte entiteit op afstand. Dan is afkeer voelen heel eenvoudig, kwestie van een schakelaar in mijn hoofd omzetten naar standje ‘vroeger’.

    Zo, dat is gepiept, ik gun het Feyenoord as we speak voor geen meter meer. Die gunst verleen ik de vijand graag. (Of moet ik dat laatste er dan ook weer niet bij zeggen? Wat is het toch ingewikkeld allemaal.)

    Er bestaat trouwens een verschil tussen Feyenoord de titel gunnen en erkennen dat de titel Feyenoord toekomt. Het tweede is mogelijk zonder het eerste, dus laat ik me dan daar maar toe beperken.

    Ajax was dit seizoen behoorlijk sterk. Ze verloren wat punten in de beginweken en na Europese duels, maar niettemin: de ploeg kan eindigen met ruim tachtig punten. Dat is uitstekend en normaliter goed voor de landstitel.

    Toch heeft Feyenoord vanaf de eerste speeldag bovenaan gestaan. Dan ben je de verdiende kampioen. Tenzij je je op het beslissende moment op groteske wijze in de voet schiet, natuurlijk. Dan verdien je een zomertje hoon. Dat vond ik op 8 mei 2016 en op 14 mei 2017 dus ook.

    Blijf ons gerust haten. Hoofdstedelingen en recordkampioenen waar ook ter wereld zijn niet anders gewend, het is tamelijk universele hoge-bomenhaat en we zitten daar niet erg mee. Oderint dum metuant, zeiden de Romeinen in zulke gevallen, en daar hadden ze natuurlijk gelijk in.

    Maak er een mooi feestje van.

  4. Merlijn Kerkhof, Feyenoord-fan

    Deze week voelt alles anders, voor zover ik al wat voel dan stress. Ik ben afgestompt: dingen waar ik normaal gesproken blij van word, komen niet meer binnen. Die leuke dingen staan toch niet in verhouding tot het geluksgevoel dat ik zal ervaren als Dirk Kuijt zondag de schaal omhooghoudt. Er sluimert iets; het is alsof er een soort ballon in mijn buik zit.

    Ik leid een dubbelleven: ik doe mijn werk, ik ruim de vaatwasser in, ik ga naar een concert, maar in mijn gedachten ben ik al de hele week in de Kuip. Er staat zoiets groots te gebeuren, dat alles wat ik doe irrelevant lijkt. Het vervelende is dat ik op dat grote gebeuren geen invloed heb. Ik kan de spelers hooguit toezingen, toeschreeuwen, en maar hopen dat Rick Karsdorp en Eljero Elia er harder van gaan lopen.

    En dan zijn er ook nog wat kleinere problemen. Zoals het antwoord op de vraag: wat doe ik aan bij de kampioenswedstrijd? Welk shirt zal me herinneren aan de mooiste óf verschrikkelijkste dag van mijn bestaan?

    Een paar seizoenen geleden (het laatste van Graziano Pellè) kocht ik een blauw uit-shirt. Toen de medewerker van de fanshop vroeg of ik nog een naam en een rugnummer op de achterkant wilde hebben, koos ik voor ‘Mahler’, nummer 2. Een verwijzing naar Gustav Mahlers Tweede symfonie – de Auferstehungs-symfonie, over herrijzenis, opstaan uit de dood.

    Dat shirt griste ik vanochtend uit mijn kast. Morgen, precies 77 jaar nadat het grote bombardement het centrum van Rotterdam verwoestte, zullen wij opstaan.

    Merlijn Kerkhof (1986) schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek. Sinds zijn achtste is hij supporter van Feyenoord, dit is zijn tiende seizoen als seizoenkaarthouder.

  5. Menno Pot, Ajax-fan

    Hartverwarmend, dat pleidooi van Merlijn Kerkhof voor behoud van De Kuip. Daar zijn wij ook groot voorstander van. De Kuip moet blijven. Ajax pakte er de Europacup I (1972), een handvol KNVB-bekers, PTT Telecomcups en ander glimmend spul en won er bovendien meer edities van de Klassieker dan Feyenoord. En die monumentale, unieke stalen draagconstructie, natuurlijk. Prima stadion. Niet wegdoen.

    Ik ben er persoonlijk nog ongeslagen, trouwens. Als ik goed tel, bezocht ik De Kuip veertien maal voor een Klassieker en een keer of vijf voor een KNVB-bekerfinale. Nooit verloren. Dan raak je toch gesteld op zo’n plek. Ik heb er bij Feyenoord – Ajax uitslagen van 0-3, 0-4 (2x), 0-5 (2x) en 2-4 gestalte zien krijgen. Als Ajax eens verloor, was ik er toevallig niet bij: in 2000 lag ik met hoge koorts in bed, de bekerwedstrijd in 2003 sloeg ik over.

    Kortom: ik kwam er altijd graag, toen het nog mocht. Daarom: likje verf en lekker laten staan.

    Schuim op de bek
    Bij die Kuipklassiekers leerde ik een paar dingen over Feyenoord. Het is een heerlijk stadion, het klinkt lekker en de sfeer kan er fantastisch zijn, maar het intense meeleven kan ook omslaan en de vorm aannemen van een vrij uniek soort gierende frustratie (schuim op de bek, prachtig) en Feyenoord doen bezwijken.

    Onder invloed van De Kuip kan Feyenoord stoer ten aanval trekken, maar ook van pure stress imploderen. Daarom, lief Legioen: doe nou niet te opgewonden zondag, tegen Heracles. Houd het hoofd een beetje koel, want straks gaat het nog mis. Op de laatste speeldag. En tjongejonge, wat zou dat een onbeschrijflijk drama zijn voor de club en de stad. Brrrr. Niet te veel over nadenken.

    Menno Pot (1975) schrijft voor de Volkskrant over popmuziek (en elders veel over Ajax). Eerste bezoek aan De Meer: 1983. Seizoenkaarthouder sinds 1992. Bezocht tussen 1993 en 2008 ook vrijwel alle uitduels.


  6. Merlijn Kerkhof, Feyenoord-fan

    Nou vrienden uit Amsterdam en andere fans van die verschrikkelijke kutclub, gefeliciteerd! Jullie hebben het maar mooi geflikt, 3-1 verliezen van Lyon en toch doorgaan. Ik heb de wedstrijd gevolgd op Teletekst. Dat ik al twee keer per jaar naar die grafkop van Davy Klaassen moet gluren, vind ik wel genoeg.

    Nee, het staat niet chic en je maakt geen sympathieke indruk wanneer je laat blijken dat je je rivaal niets gunt, maar dit blog is bedoeld als inkijkje in de psyches van twee supporters. Dus ik zeg hier eerlijk: toen Ajax z’n vorige finale (1996) verloor, heb ik staan springen op de bank. Ik heb er vertrouwen in dat er ook straks in Stockholm tegen Manchester United een Sonny Silooy opstaat (voor de jonge lezers: Sonny Silooy, de man die met een te late sliding de goal van Juventus-spits Ravanelli niet kon verhinderen en de beslissende penalty miste in de strafschoppenreeks).

    Maar goed, ik ga me hier dus effe niet richten op Ajax. Gelukkig doen de media deze week niets anders – dat neemt misschien wat druk weg bij de selectie van Feyenoord in aanloop naar zondag. Je grijpt als supporter alles aan om kracht uit te putten in deze stressvolle tijden.

    Terwijl de helft van het land euforisch opstond door de successen van Ajax en O'G3NE, werd ik wakker met een kater. De Rotterdamse gemeenteraad heeft gisteren de megalomane plannen voor een nieuw stadion van Feyenoord aangenomen (35 stemmen voor, 10 tegen). Gelukkig zijn de voorwaarden die de gemeente stelt zwaar, zodat het plan nog stuk kan lopen op de financiering. Daarop heb ik mijn hoop gevestigd. Zonder de Kuip is Feyenoord Feyenoord niet meer.

    Merlijn Kerkhof (1986) schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek. Sinds zijn achtste is hij supporter van Feyenoord, dit is zijn tiende seizoen als seizoenkaarthouder.

  7. Menno Pot, Ajax-fan

    Als gracieuze dansers vol schoonheid, passie en ritme paradeerde Ajax donderdag een tijdje door het nieuw opgetrokken volkstheater van Lyon. Ajax strooide voor rust met snoepgoed uit de vitrine van het topvoetbal, maar maakte het zich onwaarschijnlijk moeilijk door te vergeten de winkel tijdig op te ruimen.

    Een paar maanden geleden legden vrienden me een dilemma voor. Ik moest kiezen: landskampioen óf de Europa League-finale bereiken… maar verliezen.

    Ik koos voor de finale.
    Een Europacupfinale verliezen is vreselijk op de avond zelf, maar ik weet uit ervaring dat dat zich in je herinnering vrij snel omdraait en dat een verloren Europacupfinale gevoelsmatig een prijs wordt.

    Een Europese finaleplaats télt. In clubprofielen, op papier of online, staan verloren finales meestal naast de hoofdprijzen op de erelijst: de jaren waarin de club runner-up in een Europacuptoernooi was. Hoe vaak lees je niet dat het Ajax van Louis van Gaal twee Champions League-finales speelde? Dat blijft opduiken, wordt deel van het verhaal van de club. De landstitel van pakweg 2013 of 1990 niet.

    Het gaat om symboliek. Verhalen maken de club. Ik heb Patrick Kluivert zien debuteren in het eerste, de winnende goal in een Champions League-finale zien binnentikken én ik heb hem uitgezwaaid toen hij vertrok. Nu staat zijn zoon Justin er, met een branie en een zelfbewustzijn dat Ajax-supporters intens gelukkig maakt. Justin is achttien. Net als Patrick in zíjn finale. Toe maar, jongen. Wees brutaal. Maak ze gek.

    De zonen van Danny Blind en Patrick Kluivert, tegenover elkaar in Stockholm. Daley en Justin; we hebben ze als junioren zien voetballen. We hebben ze als kleine jochies aan de hand van papa zien lopen. 24 mei is hun dag. En Stefan Pettersson komt de cup uitreiken, een kwarteeuw nadat hij diezelfde trofee als Ajacied won.

    De rode baan als bloedlijn. Dat is Ajax. Dat vinden we mooi. Vooral bij winst natuurlijk, maar bij verlies nog steeds.

    Menno Pot (1975) schrijft voor de Volkskrant over popmuziek (en elders veel over Ajax). Eerste bezoek aan De Meer: 1983. Seizoenkaarthouder sinds 1992. Bezocht tussen 1993 en 2008 ook vrijwel alle uitduels.

  8. Merlijn Kerkhof, Feyenoord-fan

    Sinds Feyenoord op titelkoers ligt, hoor ik mensen zeggen dat Feyenoordsupporters ‘nou eindelijk eens moeten stoppen het lijden te omarmen’.

    Pardon? Speak for yourself. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind lijden helemaal niet leuk. Ik heb er niet voor gekozen dat Feyenoord zelden kampioen wordt. Ik ben nu eenmaal een verslaafde, hopeloos verliefd op die club. Ik weet dat de kans op succes klein is, toch blijf ik smachten als een tienermeisje (m/v) dat haar ogen niet van een Backstreet Boys-poster af kan houden, hoewel ze weet dat een relatie met Nick Carter er niet in zit.
    Zie je, doe ik het al helemaal fout volgens team we-moeten-stoppen-met-lijden. Ben ik toch effe onze zieligheid aan het romantiseren.

    Bij gebrek aan succes ontstaan er andere mooie dingen. Als er geen topscorer is om te adoreren, dan verheft het Legioen wel iemand tot held die, laten we zeggen, andere kwaliteiten heeft. Zo was een van de populairste spelers van het vorige decennium de bebaarde Zweed Alexander Östlund. Hij raakte geen bal, soms wel een been. In ieder geval wèrkte hij voor z’n geld – zo zien wij het graag.

    Maar ook in seizoenen waar wel succes dreigt, omarmen we liever de underdogs. Zo is Miquel Nelom, een van de zwakkere schakels, bezig aan een populariteitsopmars. Op de Facebookpagina Lord Nelom worden memes gepost waarin je de altijd lachende reserve-linksback ziet afgebeeld als Jezusfiguur. In de plaatjes worden de prestaties van Nelom afgezet tegen die van een andere spelers. Zo zie je een plaatje van sterspelers Messi, Neymar en Ronaldo.

    Bijschrift: 0 Eredivisie goals + 0 titels. Nelom: 2 Eredivisie goals + 1 titel.

    Dat laatste is natuurlijk op de zaken vooruitlopen. Nelom is nu een cultheld. Maar de vraag is of hij dat blijft als Feyenoord zondag de titel verspeelt.

    Merlijn Kerkhof (1986) schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek. Sinds zijn achtste is hij supporter van Feyenoord, dit is zijn tiende seizoen als seizoenkaarthouder.

  9. Menno Pot, Ajax-fan

    Voor een hele generatie jonge Ajax-supporters is dit allemaal nieuw. De sterkste in de poule zijn. Indruk maken in de achtste finale. En daarna in de kwart. En daarna in de halve.

    Zó voelde het dus, zeggen ze verrukt, half vragend. Ze werden soms gek van ons, de Generatie X, met ons gezwets over vijfentwintig jaar geleden, zoals wij in onze tijd weer gek werden van babyboomers met hun gezwets over de jaren zeventig.

    Inderdaad jongens, zó voelde het. En het allermooiste is: nu weer! De dagen aftellen. Voelen hoe de zenuwen je lijf binnenmarcheren. Aan niets anders meer kunnen denken op de wedstrijddag. De behoefte om om twee uur ’s middags je vrienden op te zoeken en de boel te verdoven met bier.

    Ik dacht dat die supportersspier slap en gevoelloos was geworden, maar niks hoor: hij doet het nog. In mijn kop is het weer 1992 en ben ik weer achttien.

    Ik verwijs bewust naar 1992 (het jaar waarin Ajax de UEFA Cup won) en niet naar 1995 (het jaar van de Champions League). Vooral met seizoen 1991-1992 vertoont deze jaargang frappante overeenkomsten.

    De manier waarop Ajax in het seizoen ervoor de titel verspeelde. Het prima eredivisieseizoen, achter een koploper die de fatale misstap uiteindelijk net niet maakte. Een nieuwe trainer en zijn spectaculaire visie. Dat mooie moment, waarop je zag: nu is het kwartje gevallen.

    ‘Ajax 1995’ was van wereldklasse. ‘Ajax 1992’ en ‘Ajax 2017’ niet. In 1992 hadden we Kreek, Vink, Schip, Roy en Pettersson. Net iets aardser allemaal, maar ik vond het de allermooiste tijd. Voor het feit dat 2017 daar zó dichtbij in de buurt komt, zal ik Peter Bosz en dit lekkere ploegje altijd dankbaar blijven.

    Menno Pot (1975) schrijft voor de Volkskrant over popmuziek (en elders veel over Ajax). Eerste bezoek aan De Meer: 1983. Seizoenkaarthouder sinds 1992. Bezocht tussen 1993 en 2008 ook vrijwel alle uitduels.

  10. Merlijn Kerkhof, Feyenoord-fan

    Raadsleden, koester dit unieke monument. En waak ervoor dat u niet aan de verkeerde kant van de geschiedenis komt te staan.

    Ik ben doodzenuwachtig. Morgen is de dag. Nee, ik ben niet zenuwachtig voor Olympique Lyon - Ajax, al blijf ik graag de rest van mijn leven zeggen dat Feyenoord de eerste én de laatste Nederlandse club was die een Europese beker won.

    Veel Feyenoorders zijn zich er nauwelijks van bewust, maar donderdag staat er iets te gebeuren wat misschien wel belangrijker is voor de toekomst van de club dan het mogelijke kampioenschap. De gemeenteraad van Rotterdam spreekt zich uit over het plan 'Feyenoord City', oftewel: een bijdrage voor een nieuw stadion van 456 miljoen (!) euro.

    Het bestuur probeert al ruim tien jaar een 'icoon aan de Maas' door te drukken, omdat een nieuw stadion meer inkomsten zou opleveren. Een verbouwing van de Kuip is door het bestuur nooit serieus overwogen. De club probeert de gemeente te verleiden door het stadion een 'aanjager' te laten zijn voor een 'facelift' van het verpauperde Rotterdam-Zuid. Wetenschappers waarschuwen dat Feyenoord de situatie te rooskleurig weergeeft. De enige partij waarvan we met zekerheid kunnen zeggen dat ze ervan zal profiteren, is de bouwindustrie.

    Ik gruwel bij de gedachte. Er zijn maar weinig clubs waarvan het stadion zo’n groot deel uitmaakt van de identiteit. 21 jaar na mijn eerste bezoek maakt het stadion nog steeds diepe indruk.

    Maar het is niet uit nostalgie dat ik vind dat de Kuip moet blijven staan. Door het bombardement van 1940 heeft Rotterdam weinig vooroorlogse monumenten. De Kuip is uit 1937. En als men over, zeg, honderd jaar Rotterdam bezoekt, wat zouden architectuurhistorici dan aanprijzen als bijzonder bouwwerk? Niet de Laurenskerk, maar de Kuip.

    Vergelijk de Kuip met vroeg-gotische bouwkunst. Grote kerken werden toen gebouwd vanuit grootse concepten, anders dan de romaanse kerken waar je altijd wel een vleugel aan kon plakken. Vernieuwend aan Stadion Feyenoord was de doorgaande tribune in ovale vorm. Al helemaal bijzonder was de vrijdragende tweede ring, zonder steunpilaren in het zicht. Geen constructie van staal, glas en beton die zo kan grommen en zo heerlijk kan deinen als de Kuip.

    Lieve raadsleden, doe de Rotterdamse belastingbetaler een lol en koester dit unieke monument. En waak ervoor dat u niet aan de verkeerde kant van de geschiedenis komt te staan.

    Merlijn Kerkhof (1986) schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek. Sinds zijn achtste is hij supporter van Feyenoord, dit is zijn tiende seizoen als seizoenkaarthouder.