Goed terechtgekomen

Een korte loopbaan als tophockeyer lijkt bijna een garantie voor een functie als directeur of hoogleraar. De nationale ploeg leed tijdens de Olympische Spelen in 1968 in Mexico een zware nederlaag tegen Pakistan, niettemin hebben veel leden van het team het maatschappelijk ver geschopt....

De Volkskrant van 14 oktober 1968: 'Prins Bernhard komt zelden naar hockey kijken. Hij heeft gisteren een van de afschuwelijkste nederlagen beleefd die de nationale ploeg ooit heeft geleden. Een verlies van 6-0 tegen Pakistan staat in de voetbalsport ongeveer gelijk aan een debacle van 20-0.'

Het Nederlandse hockey-elftal was na een spetterende oefencampagne (13-0 tegen België) als een van de favorieten naar het olympische hockeytoernooi in Mexico gegaan. Maar na één wedstrijd stond iedereen weer met beide benen op de grond. Uiteindelijk werd Nederland vijfde na een bizarre wedstrijd - de verlenging duurde 75 minuten - tegen Spanje.

Een van de achttien spelers die voor Mexico waren geselecteerd, Ewald Kist, werd onlangs benoemd tot vice-voorzitter van het bestuur van de ING Groep. Hij maakt grote kans voorzitter van het financiële conglomeraat te worden. Omdat ING in ruim zeventig grote Nederlandse bedrijven belangen heeft, wordt deze functionaris wel beschouwd als de machtigste manager van Nederland.

In het verleden is vaak beweerd dat topsport en een maatschappelijke carrière niet zouden samengaan. Dat blijkt niet te gelden voor Kist. Maar ook de andere zeventien spelers die het hockeytoernooi in Mexico meemaakten, hebben een meer dan gemiddelde maatschappelijke carrière achter de rug.

JAN PIET FOKKER (57). Ex-bestuurslid SHV Makro in Utrecht. Sinds vorig jaar met pensioen.

Fokker was in 1968 aanvoerder van het team. 'Sportief gezien was het toernooi niet geheel geslaagd. Een aantal spelers was gewoon niet goed genoeg.' Fokker was tijdens de Spelen in Mexico 26 jaar. Drie jaar later studeerde hij af als econoom en trad hij in dienst van SHV, het familiebedrijf van Fentener van Vlissingen. Hier bleef hij 28 jaar en uiteindelijk werd hij bestuurslid van de winkeltak SHV Makro. Toen die vorig jaar verkocht werd aan het Duitse concern Metro, ging Fokker vervroegd met pensioen. Hij is nu nog voorzitter van de raad van toezicht van de TROS.

'De ervaring als hockey-international helpt bij de maatschappelijke carrière. Topsport geeft je een belangrijk stukje vorming.' Of ook de tophockeyers van nu een soortgelijke carrière wacht, betwijfelt Fokker. 'Wij speelden in zes jaar hoogstens tachtig interlands. Nu spelen ze er in die tijd 280. Ook duurde onze carrière veel korter. Je speelde tot je 25ste: daarna trouwde je en zocht je een baan. Hockey was bijzaak. Voor de huidige internationals is het hoofdzaak, zij worden dus ook wereldkampioen.'

HEIKO VAN STAVEREN (56). Hoogleraar Sport & Recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Hij werd 26 jaar op 21 oktober 1968: 'Precies op de dag dat we verloren van Australië. We waren vooral tactisch niet sterk. We speelden nog een ouderwets systeem en daardoor waren de resultaten heel wisselend.'

Van Staveren studeerde twee jaar later af als jurist in Utrecht. Hij bleef aan de universiteit verbonden en specialiseerde zich in internationaal privaatrecht. In 1985 werd hij hoogleraar Sport & Recht aan de Vrije Universiteit. Daarnaast is hij bestuurslid individuele begeleiding tophockey.

'Door mijn hockeyloopbaan heb ik me voor een deel zelf opgevoed. Op jonge leeftijd leer je incasseren. Aanvankelijk gaat het allemaal vlot, maar als je echt aan de top komt, leer je dat niet alles mogelijk is.'

JOHN ELFFERS (55). Mede-eigenaar organisatie-adviesbureau Andersson, Elffers & Felix in Utrecht.

'Na de desastreuze nederlaag in de eerste wedstrijd werd ik - niet helemaal ten onrechte - naar de reservebank verwezen. Alleen de laatste wedstrijd heb ik nog meegedaan. Ik heb psychologie gestudeerd in Leiden. Al snel daarna ben ik een eigen organisatie-adviesbureau begonnen. Dat heet nu Andersson, Elffers & Felix: een middelgroot bureau dat je moet vergelijken met Berenschot. Mijn sportcarrière heeft me met de opbouw van het bureau niet echt geholpen. In organisatie-advieswerk gaat het meer om de kwaliteit die je levert. Voor mijn eigen ontwikkeling is het natuurlijk wel goed geweest. Je leert knokken. Ik speel zelf nog hockey. Daarnaast spelen twee zonen van mij in de hoofdklasse, waardoor ik betrokken blijf bij deze sport.'

FRANS SPITS (52). Directeur Cone Mills Europe in Brussel.

'Dat veel hockeyers het zo ver geschopt hebben, hangt samen met hun milieu en hun opleiding. Hockeyers werden, zeker in die tijd, vooral gerecruteerd uit studentenkringen.'

Managers hebben volgens hem baat bij een vroegere topsportcarrière. 'Zeker als je in een team op topniveau bezig bent geweest. Een ander voordeel is dat je op jonge leeftijd al veel van de wereld hebt gezien.'

Voor een internationaal opererend golfkartonbedrijf was hij na zijn hockeycarrière actief als manager in verschillende landen. In 1987 werd hij bestuursvoorzitter van Berghuizer Papierfabrieken in Wapenveld. In 1992 stapte hij over naar het concern Buhrmann-Tetterode, waar hij drie jaar later na een ruzie vertrok. Nu is Spits directeur bij de Europese tak van het Amerikaanse textielconcern Cone Mills.

OTTO TER HAAR (55). Eigenaar adviesbureau Ter Haar Consultancy in Oene.

Ter Haar studeerde - net als Ewald Kist - vlak voor de Spelen in 1968 af als jurist. 'De vijfde plaats was vooral een teleurstelling voor de coach Piet Bromberg en aanvoerder Jan Piet Fokker. Zij dachten een gouden team te hebben. Het nieuwe wapen was de strafcorner. Ik geloof dat we er 55 gehad hebben, maar geen enkele benut.'

Na de Spelen trad Ter Haar in dienst bij de Amrobank. In 1990 begon hij voor zichzelf. Hij richtte Ter Haar Consultancy op: een adviesbureau voor mediation, conflictbemiddeling. Hockeyrelaties waren hem daarbij niet behulpzaam. 'Conflicten zijn moeilijk te marketen.'

ARIE DE KEYZER (55). Mede-directeur De Keyzer Assurantiën in Breda.

'Ewald Kist, herinner ik mij, was niet echt iemand die bulkte van het talent. Maar het was een perfecte mandekker en teamspeler.' De Keyzer zat na de hbs nog een jaar op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. 'Maar ik was niet iemand voor een dubbele flikflak. Ik kon alleen goed tegen een balletje slaan.' In 1965 trad hij in dienst bij het bedrijf van zijn vader. 'Ik heb zeker wel baat gehad bij mijn hockeycarrière. Netwerken is voor een verzekeringstussenpersoon nu eenmaal verschrikkelijk belangrijk. Vooral in de beginfase.' Hij leidt het bedrijf nu samen met zijn broer Wim.

SEBO EBBENS (53). Coördinator Algemeen Pedagogisch Centrum in Utrecht.

'De Spelen waren ondanks het tegenvallende resultaat een fantastische ervaring. Het was ook het hoogtepunt. In 1970 ben ik met hockeyen gestopt. Twee jaar later studeerde ik af als natuurkundige. Ik ben begonnen als docent natuurkunde in Breukelen. Vanaf 1980 ben ik zes jaar actief geweest op een experimentele basisschool in Groningen. Daarna heb ik mij gespecialiseerd in de schoolbegeleiding.' Ebbens promoveerde in 1994 op een proefschrift met als conclusie: of de leraar nu wel of niet is nageschoold, hij slaagt er niet in de leerlingen zelfstandig te laten werken.

Met de hockeywereld bemoeit Ebbens zich nauwelijks meer.

TIPPY DE LANOY MEIJER (55). Partner venture-capital-bureau Inter Capital in Hoofddorp.

De Lanoy Meijer heeft nog intensief contact met andere spelers uit die tijd. 'Ik speelde eind jaren zestig samen met Fokker, Terlingen en Thole in Laren. In 1969 zijn we kampioen van Nederland geworden. Daarna ben ik gaan werken bij het bouwbedrijf IB Kondor in Leiden. In 1972 ben ik voor Occidental Petroleum naar Engeland gegaan. Ik heb daar zelfs nog even gehockeyd. In 1987 kwam ik in dienst bij Euroventures, een participatiemaatschappij waarvan toenmalig Philips-president Wisse Dekker initiatiefnemer en commissaris was. In 1993 heb ik mij ingekocht bij een kleine venture-capital-maatschappij, Inter Capital in Hoofddorp. Wij doen kleine participaties van tussen de een en vier miljoen gulden.'

THEO VAN VROONHOVEN (58). Hoofd chirurgie AZU en hoogleraar Universiteit van Utrecht.

'Het waren mijn derde Olympische Spelen, in Mexico. Daar heb ik ook mijn carrière afgesloten. In vergelijking met nu waren we niet echt goed voorbereid. We hielden helemaal geen rekening met de sterke punten van de tegenstander.'

Van Vroonhoven studeerde medicijnen in Utrecht. Na de Spelen begon hij een opleiding chirurgie. 'Toen had ik geen tijd meer voor tophockey.' Voor hij in 1988 hoofd chirurgie werd bij het Academisch Ziekenhuis Utrecht, werkte hij bij het Dijkzigt in Rotterdam en het ziekenhuis van Tilburg. Van Vroonhoven hockeyt niet meer, maar is nog altijd een fanatiek sporter. 'Ik loop nu marathons, net als Ewald Kist, samen met mijn zonen.'

GERARD HIJLKEMA (53). Voetbaltrainer FC Merida in Yucatan, Mexico.

'Ik was al geselecteerd voor de Spelen van 1964. Maar als 17-jarige noorderling zou ik niet opgewassen zijn tegen de veel oudere westerlingen. In 1968 mocht ik wel mee. Een enorme ervaring. Ik vond Mexico meteen een fantastisch land. Ik kreeg er een vriendin. Drie maanden na de Spelen ben ik teruggegaan naar Mexico. Ik wilde daar gaan voetballen, maar buitenlanders kregen daarvoor geen toestemming.'

In 1969 werd Gerard Hijlkema profvoetballer bij GVAV, later omgedoopt in FC Groningen. 'Hockeyen is altijd bijzaak geweest. Dat deed ik alleen om een keer de Spelen mee te mogen maken. Mijn hart lag bij het voetballen.' Tot 1973 bleef Hijlkema bij FC Groningen. Daarna ging hij alsnog naar Mexico. Hier voetbalde hij twee jaar en daarna nog zes jaar in de VS. In 1981 opende hij een voetbalschool in de Californische hoofdstad Sacramento. Nu is hij trainer van het Mexicaanse FC Merida, dat in de tweede klasse uitkomt.

EDO BUMA (53). Eigenaar accountancy- en administratiebureau voor artsen en paramedisch personeel Doktoren, anno 1935, in Den Haag.

'Na de eerste wedstrijd waren we meteen de schlemielen van de Spelen. Ik kwam uit Enschede. Mijn opleiding aan de Academie voor Lichamelijke Oefening heb ik nooit afgemaakt. In 1972 ben ik als belastingadviseur begonnen bij het administratiebureau van mijn ex-schoonvader in Den Haag. Dat heb ik later overgenomen en uitgebouwd. Dankzij mijn hockeycarrière kon ik makkelijker nieuwe cliënten binnenhalen. Ik ben nog jaren als manager van Jong Oranje betrokken geweest bij het hockey. Mijn zoon speelde daar toen in. Nu is hij - Jaap-Dirk - zelf hockey-international.'

THEO TERLINGEN (60). Directeur-eigenaar van Terlingen Real Estate in Venlo.

'Voor Van Vroonhoven en mij waren Mexico de derde Olympische Spelen. Het was leuk, afgezien van de gigantische zeperd in de eerste wedstrijd.' Terlingen, geboren in Bussum, speelde al in 1958 zijn eerste interland. Toen was hij speler van HMC in Groningen. Later kwam hij uit voor Amsterdam. Hij volgde eerst de hts en deed daarna Nijenrode. In 1966 begon hij zijn carrière bij de Hollandsche Beton Groep. Een jaar later richtte hij zijn eigen bedrijf op: Bouwkundig Organisatiebureau Terlingen. 'Daar zit ik nu meer dan dertig jaar. Het heet nu Terlingen Real Estate en opereert zelfs internationaal.

'Twee jaar geleden ben ik als coach bij de Venlose Hockey Club (VHC) gestopt. Nu golf ik nog een beetje en maak ik hockeyreportages voor de stadsomroep.'

AART BREDERODE (57). Partner wervings- en selectiebureau Veeneman Brederode BV in Wassenaar.

Tweede keeper. 'Joost Boks was eerste keuze, maar ik heb drie of vier keer gespeeld. Net als Ewald Kist en Edo Buma was ik actief bij HHIJS, de Haagsche Hockey- en IJshockeyclub, nu HCKZ. De Spelen waren een hoogtepunt. Omdat we lang moesten acclimatiseren, waren we vijfenhalve week in Mexico. Na mijn studie rechten ben ik in 1970 gaan werken bij voedingsmiddelenconcern Wessanen. In 1977 ben ik directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) geworden.'

Na tien jaar werd hij secretaris bij de branchevereniging voor de voedingsmiddelenindustrie. In 1993 richtte hij met een partner een headhuntersbureau voor studenten op. Op universiteiten zoekt hij voor grote bedrijven toekomstige werknemers.

JOOST BOKS (57). Manufacturing Consultant bij Computer Associates in Ontario, Canada.

Keeper. 'Ik speelde in de legendarische wedstrijd tegen Spanje mijn vijftigste interland. Samen met Terlingen en Frans Spits kwam ik uit voor Amsterdam. In 1968 was ik al begonnen met mijn maatschappelijke carrière. Ik had gestudeerd aan de TH in Delft, maar ik was een beetje te onrustig om lang te studeren. Een beroepskeuze-adviseur heeft toen gezegd dat ik beter kon gaan werken. Tussen 1968 en 1972 werkte ik bij IBM. Daarna was ik nog enige jaren data-processor bij Interpolis. In 1977 ben ik met mijn gezin naar Canada geëmigreerd.

'Nu ben ik bij Computer Associates in dienst. Hockey wordt in Canada alleen op heel kleine schaal beoefend. Ik heb het hier nog wel even geprobeerd, maar ben snel gestopt.'

PIETER WEEMERS (53). Gymnastiekleraar bij het Lorentz Casimir Lyceum in Eindhoven.

'Pas in de derde wedstrijd kreeg ik een basisplaats. Ik heb ook de Spelen in München nog meegemaakt. In de voorbereiding naar het WK in 1973 raakte ik geblesseerd aan mijn knie. Daarom ben ik bij Oranje gestopt. Ik heb wel nog vele jaren bij HTCC in Eindhoven gehockeyd.

'Ik had een opleiding aan de Academie voor Lichamelijke Oefening gedaan. Vanaf 1973 ben ik gymleraar aan het Lorentz Lyceum. Daarnaast ben ik altijd hockeytrainer geweest. In 1980 ben ik begonnen bij Amsterdam. Dat was een revolutie; een zuiderling als trainer in de Randstad. Na een jaar ben ik teruggegaan naar het zuiden. Ik heb daarna getraind bij Tilburg, Breda en nog veel andere clubs. Nu ben ik trainer van Rapidity in Oss, dat in de eerste klasse speelt.'

KIK THOLE (55). Directeur van de verzekeringsmakelaardij Aon Nederland in Rotterdam.

'Je kunt concluderen dat de lichting goed terecht is gekomen. Ik denk dat een paar jaar topsport een prachtige voorbereiding is op een maatschappelijke loopbaan: je hebt geleerd een grote inspanning te leveren, je hebt geleerd te winnen en je hebt geleerd te verliezen. Echt gestudeerd heb ik niet. Ik heb lang genoten van de middelbareschooltijd. Heel jong ben ik in dienst gekomen bij verzekeringsmakelaardij Hudig-Langeveldt. Dat is later Aon geworden: met veertigduizend werknemers de op een na grootste tussenpersoon in de wereld. In de voorbereiding op de Spelen moest ik voor de training gewoon vrije dagen opnemen. Gelukkig werd er toen nog niet zo veel getraind als nu.'

JAN BENNINGA (54). Directeur-eigenaar van speelgoedfabriek KIBA BV in Deventer.

'Ik heb maar twee interlands gespeeld. Tijdens het toernooi heb ik als enige alleen op de bank gezeten. Toch was het een unieke ervaring. Mijn studie rechten heb ik niet afgemaakt. In 1968 ben ik mijn carrière begonnen bij het handelshuis Hagemeyer. Ik heb in Nigeria en Thailand gezeten. Daarna heb ik nog zes jaar bij Otto Simon gewerkt, een dochter van Buhrmann-Tetterode. Die was actief in de speelgoedbranche. In 1986 dacht ik: dat kan ik zelf ook. Ik heb mijn eigen fabriek opgericht en daar ontwikkel en produceer ik in licentie speelgoed van Sesamstraat en Disney.'