Dat is in zijn eerste jaar als coach van Astronauts Amsterdam anders. Zondag won hij met zijn ploeg de eerste prijs in het seizoen, de nationale beker. In het Topsportcentrum van Rotterdam was zijn ploeg in de zinderende slotfase een tikkeltje koelbloediger dan thuisploeg Rotterdam: 61-60 (33-30).
De Amsterdammers dankten de overwinning aan hun jongste speler, Stefan Wessels. De 21-jarige student economie tekende voor een cruciale driepunter en schoot zijn ploeg vanaf de vrijeworplijn met drie treffers in veiligheid. ‘Dit waren’, glunderde de 2.03 meter lange forward, ‘de belangrijkste punten in mijn carrière. Het zweet stond in mijn handen op de vrije worplijn, gelukkig miste ik er maar een van de vier.’
Wessels stond ruim 21 minuten in het veld, veel meer dan normaal het geval is. De Haarlemmer profiteert van de absentie van Joe Spinks. De 33-jarige Amerikaan van de Astronauts staat al 3,5 maand aan de kant met een slepende knieblessure. Zes minuten voor het begin van de bekerfinale liet hij Van Helfteren weten dat hij niet inzetbaar was. Tijdens de warming-up was er weer vocht in de knie gedrongen.
Het gemis van Spinks was vooral in de opening voelbaar. Rotterdam huppelde in de eerste vijf minuten vrolijk naar 14-4. ‘In die fase hadden we beter naar het Museumplein kunnen gaan’, keek aanvoerder Mario Bennes na afloop terug. ‘Niemand deed zijn bek open in het veld, de ploeg rende als een kip zonder kop rond.’ Van Helfteren zag het gevaar en stuurde zijn trouwe adjudant Bennes, bijna 42, binnen de lijnen. Die drukte de anarchie in zijn ploeg verbaal direct de kop in.
‘Dit was heel lang zweten en heel diep zuchten’, bekende Van Helfteren. ‘Het leek er in de tweede helft soms op dat we de controle gewoon weggooiden.’ De coach had zijn ploeg tot in de kleinste details voorbereid op de finale. ‘Mijn assistent Ferry Steenmetz had vijf dvd’s van de tegenstander gemaakt. Ik heb uren naar de video gekeken om Rotterdam te analyseren. We wisten alles van Rotterdam, maar toch was dat geen garantie voor de overwinning.’
Voor Van Helfteren, die ook les geeft aan een school, is zijn eerste jaar in Amsterdam een tropenjaar. ‘Ik kijk uit naar de zomer’, verzuchtte hij. ‘Naar de tijd dat ik lekker op mijn rug in de zon kan gaan liggen. De combinatie lesgeven en coachen vraagt veel.’ In het verleden drukte het minder zwaar omdat hij bij clubs werkte die weinig pretenties koesterden. ‘Bij de Astronauts ligt de lat hoog. Ze willen alles: het kampioenschap, de beker, goede prestaties in de Europa Cup en de doorstroming van de jeugd.’
Van Helfteren is er de man niet naar voor die doelstellingen weg te lopen. ‘Integendeel, dat wil ik ook, elk jaar.’ Maar dit jaar liep hij voor de eerste keer in zijn loopbaan tegen een serie van negen opeenvolgende nederlagen aan. ‘Ik gruw van verliezen. Het hoort helaas bij de sport, maar ik kan er absoluut niet tegen. Het vreet energie.’ In die periode schoot de Delftenaar wel vijf, zes keer per nacht wakker. ‘Vreselijk’, bekende hij. ‘Elke keer dacht ik dat ik de oplossing gevonden had: verloren we weer.’
Hij werd niet op het matje geroepen door zijn bestuur, maar er was wel driftig overleg. ‘Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ontslagen zou worden, maar het bestuur was wel ontevreden. Ik was zelf ook ontevreden, stak er steeds meer uren in. Ging nog vaker video’s bekijken, praatte nog vaker met mijn spelers, maar in die fase hielp niets. Gruwelijk.’
Half januari keerde het tij. ‘Dat moment kon natuurlijk niet uitblijven, maar negen wedstrijden was wel erg lang.’ Het leerde de coach één ding. Hij is in het bezit van een tweejarige verbintenis, maar gaat volgend seizoen niet verder onder dezelfde condities. ‘Ik streef er naar fulltime in dienst te treden bij de Astronauts’, laat hij diplomatiek weten. ‘In het contract is de optie opgenomen dat beide partijen na een jaar van elkaar afkunnen.’
Voor Van Helfteren is het voor het eerst dat hij een tweejarige verbintenis aanging. ‘Ik tekende altijd voor een jaar, omdat ik geen zakkenvuller ben. Als een van de twee partijen niet tevreden is, gaan we als vrienden uit elkaar. Ik ben geen voetbaltrainer die voor vier jaar tekent en dan na twee jaar met een zak geld vertrekt. Maar nu merk ik voor het eerst dat basketbal een belasting kan zijn.’