De eredivisie biedt altijd stof tot beschouwen, zeker nu het circus door de winterstop voor ruim een maand is gesloten. Wie had gedacht dat Dirk Scheringa, in september nog lustig fotograferend in Athene rond het debuut van AZ in de competitie van zijn wilde dromen: de Champions League, een maand later via de achterdeur zou verdwijnen, na het faillissement van zijn DSB Bank?
Wie had een jaar geleden gehoord van Bryan Ruiz en Miroslav Stoch, die in rendement hun eminente voorgangers Elia en Arnautovic overtreffen bij koploper FC Twente? Bijna niemand.
En wie had voorspeld dat de eredivisie eens een beetje van de regio Twente zou zijn, dankzij koploper FC Twente en de nummer 5 Heracles? Al helemaal niemand.
De onvoorspelbaarheid behoort inmiddels tot de schoonheden van de eredivisie, waar goed voetbal redelijk zeldzaam is door de uittocht van talent. Spektakel is er meestal genoeg.
Wat nog meer opviel, tussen half augustus en half december?
In aanvallende zin is de Nederlandse competitie overgenomen door buitenlanders. Topschutter Suarez (18 doelpunten), Junker, Ruiz, N’Kufo, Stoch, Dzsudzsak, Toivonen, Tomasson, Amoah: je kunt bijna eindeloos doorgaan met het opsommen van doelpuntenmakers uit den vreemde. De topspitsen van ‘spitsenland Nederland’ zijn geëmigreerd, maar zelfs in het buitenland is dit seizoen weinig van ze vernomen.
Van Nistelrooij is, op een ultrakorte rentree bij Real Madrid na, al een jaar uitgeschakeld door blessures. Kuijt is allang geen pure spits meer bij Liverpool, een elftal in verval. Huntelaar is verkleefd met de bank bij AC Milan en Vennegoor of Hesselink is verdreven naar de marge van de Premier League, bij Hull City. En in Nederland speelt routinier Makaay slechts een bijrol in de plannen van Mario Been bij Feyenoord.
De beste Nederlandse schutters in de top-4 zijn derhalve: verdediger Kuiper bij FC Twente, met 2 treffers. Bij PSV: Bakkal met 7. Bij Ajax: De Zeeuw met 5. Bij Feyenoord: Slory met 4.
De feiten zijn veelzeggend. Slechts zes van de achttien clubs hebben een Nederlander als topschutter en niemand van hen heeft halverwege de mijlpaal van 10 treffers bereikt: Lens bij AZ (gedeeld met El Hamdaoui), Van Wolfswinkel bij FC Utrecht (gedeeld met Mulenga), Benschop en Boerrigter bij RKC, middenvelder Falkenburg en Poepon bij Sparta, Calabro bij VVV en, jawel, Bas Dost bij Heracles. Nederlandser kan een naam niet zijn. Geboren in Deventer, 20 jaar, opgegroeid bij Germanicus uit Coevorden en in het betaald voetbal gedebuteerd bij FC Emmen. Hij is de beste Nederlandse spits van de eredivisie, met 8 treffers. Je zou de opleiders van Nederland willen vragen: waar blijven de spitsen?
De eredivisie is een competitie van kansen en nieuwe kansen. Wie als tiener goed kan voetballen, vindt zich op een goede dag terug op het wedstrijdformulier, hoe jong ook. Zo was het met de piepjonge Cruijff, Bergkamp, Van Basten en Seedorf, en met tal van anderen. En waarom zou dat niet zo blijven? Welke nieuwelingen profileren zich, of ze nu piepjong zijn of niet eens meer zo?
Opnieuw zetten een paar buitenlanders de toon, want allereerst zijn daar de twee beste spelers van de eerste divisie van het vorige seizoen. Zij promoveerden naar de hoogste klasse: Honda door een kampioenschap met VVV, Mertens door een transfer van AGOVV naar FC Utrecht.
Dries Mertens, de fijnzinnige Belg, nam zijn vorm uit Apeldoorn mee naar Utrecht. Met zijn schitterende passing, lichtvoetige tred en gracieuze passeerbewegingen is hij steeds meer de vormgever van FC Utrecht, dat dankzij de miljoenen van Frans van Seumeren fors investeerde. Honda was de opvallendste speler van de eerste speelronden, hoewel hij ver terugviel. Toch lijkt hij op weg naar de eerste transfer van de winterstop, voor 10 miljoen euro naar CSKA Moskou. Dat is een bedrag dat Nederlandse belangstellenden als PSV en Ajax niet voor de Japanner overhebben. De eerste divisie, hoe gemarginaliseerd ook door de financiële uitholling, blijft dus opleiden voor het hoogste niveau.
Maar aan de top blijven, is zeker zo moeilijk als aan de top komen. Wijnaldum en Biseswar waren een jaar geleden sterren aan het doffe firmament bij Feyenoord. Ze hebben moeite om hun status te bestendigen. Dribbelaar Büttner van Vitesse viel terug, Beerens van Heerenveen is lang geblesseerd geweest, Vermeer van Ajax is weer doelman achter Stekelenburg. Marcellis van PSV is vrijwel verdwenen uit het elftal. Een jaar geleden was hij international.
Andere namen om in de gaten te houden, al is het debuut voor sommigen al een tijdje achter de rug: Nijholt en Van der Marel van FC Utrecht, hoewel de laatste zijn plaats alweer afstond aan Cornelisse. Falkenburg, Strootman (beiden Sparta), Pluim (Vitesse), Schaken (VVV), Benschop (RKC), Overtoom (Heracles), en natuurlijk ook hier weer de aanwinsten van over de grens: Manolev (PSV), Asare en Mulenga (FC Utrecht), Papadopoulos (Heerenveen), Babovic (Feyenoord), Stoch en Ruiz dus (FC Twente).
Ook opvallend: Ron Vlaar maakte na veel blessureleed een sterke rentree bij Feyenoord en Dwight Tiendalli leefde op in een andere omgeving, Enschede in plaats van Rotterdam-Zuid.
De meeste clubs beseffen dat de opleiding de goudader van het Nederlandse voetbal is. Als ze een keer toevallig veel geld hebben, danwel zich in de schulden durven steken, of als ze de kunst van scholing niet verstaan, gaan ze kopen. Maar sommige clubs kunnen dat eigenlijk niet, voetballers kopen. Neem Ajax: vrijwel alle aankopen van vorig seizoen zijn alweer afgevoerd of ze falen opzichtig: Sulejmani, Oleguer, Cvitanich, Wielaert, Sno. Zelfs Jols recente transfer Atouba is mede door een blessure in geen velden of wegen te bekennen.
Nee, opleiden is de ware kunst. Clubs als Feyenoord, Sparta en Ajax wijzen de weg naar de toekomst, uit principe of noodgedwongen. Die toekomst is: uit het ongelooflijk grote potentieel in Nederland de beste talenten selecteren en opleiden tot prof.
Het rendement is aanzienlijk: Sparta met onder anderen Viergever, Rutjes, Falkenburg, Strootman en John, Feyenoord met Leerdam, Wijnaldum, Fer, De Vrij, Schenkeveld en Biseswar, Ajax met Stekelenburg, Van der Wiel, Emanuelson, Vertonghen, Donald, Alderweireld, De Jong, Anita. Waarbij niet is gezegd dat allen de top halen.
De financiële crisis heeft zijn weerslag op het voetbal. Maar terwijl menig bedrijf in de ‘gewone’ maatschappij failliet gaat, drijft voetbal op emotie en is al sinds 1992 (Wageningen, VCV Zeeland) geen club meer omgevallen, ondanks het veelvuldige uitzicht op het ravijn.
‘Je bent blind als je denkt dat het voetbal geen last krijgt van de geldcrisis’, zei directeur betaald voetbal Henk Kesler in januari. Hetgeen bleek. Vanuit alle hoeken van het land weerklinkt de noodroep.
Misschien is het ook helemaal niet zo opvallend dat nog zo weinig trainers zijn ontslagen. Wie zal dat betalen? AZ stuurde Ronald Koeman weg, na toestemming van de curatoren. Sollied werd ontslagen bij Heerenveen. Hij had voortdurend geklaagd over de weigering van de leiding om in spelers te investeren. Zo hield Heerenveen geld over voor het wegsturen van de trainer. Met De Jonge gaat het overigens niet noemenswaardig beter. Lodeweges (NEC) stapte zelf op.
Bij clubs als ADO Den Haag en Roda JC, die beneden de verwachtingen presteren, mochten Atteveld en Van Veldhoven vooralsnog aanblijven. En waarom eigenlijk ook niet?
Wat voor de spitsen geldt, geldt ook voor de doelmannen. Buitenlanders heersen tussen de palen in de eredivisie. Als we de laatste volledige speelronde als maatstaf nemen, stonden in het doel: Babos (Hongarije), Vandenbussche, Begois en Castro (België), Isaksson (Zweden), Romero (Argentinië), Levita (Israël), Pieckenhagen (Duitsland), Seliga (Slovenië), Mäenpää (Finland) en Luciano (Brazilië).
Van de Nederlanders is Rob van Dijk 40 jaar en Sander Boschker 39. Dan blijven over: Stekelenburg, Vorm, Velthuizen, de drie doelmannen van Oranje dus, plus de eens in de top (bij PSV) mislukte Ten Rouwelaar en de bij ADO aangewaaide, contractloze Ditewig. Je zou de opleiders dus nog een vraag willen stellen: waar blijven de doelmannen?
Van de twaalf kenners die hun prognose voor het seizoen mochten inleveren bij Voetbal International, voorspelden acht mannen een kampioenschap voor PSV en vier een titel voor Ajax. Niemand hield rekening met FC Twente, de koploper bij de jaarwisseling.
De weg is nog lang, maar onvoorspelbaarheid blijft waarlijk een van de schoonheden van de eredivisie.