Brede lach, rode konen, vlasblond haar. ‘Onze zonneschijn’, zo stond Claudia Pechstein (37) tot voor kort te boek. Begin dit jaar, bij de onverwachte Europese titel allround, de derde en laatste uit haar negentien schaatsjaren, werd de voormalige Oost-Duitse nog bekogeld met teddyberen en andere knuffels.
De dertienduizend schaatsfans bij dat EK in Thialf, Heerenveen, adoreerden Pechstein. Hier schaatste een vrouw die schaatsen altijd leuk zou blijven vinden, die de schaatsfamilie eeuwige trouw had gezworen.
Die Claudia zal de schaatswereld in het geheugen opslaan. Dat ze nu als dopinggebruikster te boek staat, zal op de tribunes van Thialf weinig indruk maken. Zij heeft haar publiek met haar scherpe stijl niet voor niets bijna twintig jaar vermaakt.
Pechstein was een product van het later ernstig bekritiseerde Oost-Duitse sportsysteem. Als zesjarige met aanleg moest zij op kunstrijden, maar ze was daarvoor een te wild kind. ‘Ik haatte de balletlessen.’
Op haar tiende sloot ze zich aan bij de hardrijders van Uwe Hüttenrauch in Berlijn. Ze leerde snel, vooral rondje na rondje doorgaan lag haar goed. ‘Technisch is schaatsen een moeilijke sport, maar ik had het meteen door. Eén keer kijken en ik kon het.’
In 1991, na de val van de Muur, sloot het fanatieke meisje zich aan bij de trainingsgroep van Joachim Franke, de Oost-Duitser, die Andre Hoffmann, Uwe-Jens Mey en Olaf Zinke naar olympisch goud had geleid. Hij kreeg er een bijzondere leerlinge bij, die hij tot 2007 onder zijn hoede hield. Het waren de grote jaren van Pechstein, de vrouw met de gevuldste prijzenkast van de hele Duitse olympische wereld.
In 1992 pakte ze haar eerste serieuze plak, brons op de 5 kilometer van Albertville. Twee jaar later versloeg Pechi tot ieders verrassing de oorsponkelijke heerseres van het Duitse schaatsen, Gunda Niemann, op de olympische 5 kilometer van Hamar. Een bronchitis had haar weliswaar drie weken op bed gehouden, maar ze reageerde laconiek. ‘Beter ziek voor de Spelen dan tijdens de Spelen.’
Pechstein bleef de langste afstand van het olympische schaatstoernooi tot en met Salt Lake City 2002 beheersen. Aan die drie titels voegde ze in Salt Lake nog een vierde gouden toe, op de 3 kilometer. Het was het jaar dat ze echt een beroemdheid werd in Duitsland.
De rivaliteit tussen haar en de Beierse Anni Friesinger – een oostwest duel van de zuiverste soort – leidde tot grote publieke belangstelling. Kranten als Bild pompten de zaak op. De soap ging onder andere over Busenneid, wie de grootste borsten had, In dat opgeklopte rumoer, commercieel slim uitgebaat, zagen soms meer dan 10 miljoen Duitsers op televisie hoe Pechi en Anni elkaar troffen.
De carrière van Pechstein, die ze al in de jaren negentig had willen beëindigen (‘ik heb geen zin om nog jaren op ijsbaantjes rond te rijden’), bleef in volle glorie voortgaan. De politievrouw, ze staat op de loonlijst van de Bundespolizei, werd zes keer wereld kampioen, waaronder eenmaal op de klassieke vierkamp (2000).
In 2006 verloor ze de heerschappij op de 5 kilometer, het werd zilver achter de Canadese Clara Hughes. Met haar Duitse teamgenoten Friesinger en Anschütz betrad Pechstein een nieuwe jachtterrein, de ploegachtervolging. De Duitse machine regeerde in wereldrecordtijd. Pechstein, toen 33 jaar, kon de vijfde olympische gouden medaille laten omhangen.
Ze had met een keurige buiging afscheid kunnen nemen van de wereld, het moederschap kunnen najagen en aan een Duitse tv-tafel mogen plaatsnemen. Pechstein kon het schaatsleven niet missen. In 2007, na het staken van de samenwerking met Franke, zocht ze haar heil bij de Noorse bondscoach Peter Mueller.
Het eerste jaar werd een rampjaar. In 2008/2009, het pre-olympische seizoen, leek ze terug aan de top. Ze won wereldbekers, werd Europees kampioen in Heerenveen, maar de vorderende ontwikkeling van de dopingjacht haalde haar in op een moment dat ze de arena al lang had moeten verlaten. Ze plengde hete tranen.