©

Zowel geslaagde als mislukte roman over de zelfdestructie van India

Boek (fictie) - Het ministerie van Opperst Geluk (Arundhati Roy)

Met sardonisch venijn beschrijft Arundhati Roy de desastreuze koers die haar vaderland is ingeslagen. Maar literair gezien is haar langverwachte tweede roman niet helemaal gelukt.

Het ministerie van Opperst Geluk

Fictie
Arundhati Roy
Uit het Engels vertaald door Tjadine Stheeman en Lidwien Biekmann
Prometheus; 464 pagina's; euro 19,99

Het ministerie van Opperst Geluk, de tweede roman van de Indiase schrijfster Arundhati Roy (1961), zadelt je op met een lastig probleem. Want wat te vinden van een boek dat het politieke hart op de juiste plaats heeft, maar als vertelling niet weet te overtuigen omdat het een coherent verhaal en dwingende personages mist?

Iedereen in dit boek blijft frustrerend licht en onscherp

Er is Anjum, een uitbundige hijra, een hermafrodiet, die een krottige woning op een islamitische begraafplaats in de Indiase miljoenenstad Delhi uitbouwt tot een omvangrijke veste voor een bonte verzameling maatschappelijke misfits. En er is de in zichzelf gekeerde Tilo, die diepe oorlogstrauma's heeft opgelopen in Kasjmir, de separatistische deelstaat waarop zowel India als Pakistan aanspraak maakt.

Hun verhaal wordt verbonden met het grotere, contemporaine verhaal van India, dat politiek, moreel en economisch ontwricht richting de afgrond dendert.

Voorwaarden genoeg dus om van Het ministerie van Opperst Geluk een meeslepend geheel te maken. Toch komt er geen verhaal van de grond dat wil beklijven. Iedereen in dit boek blijft frustrerend licht en onscherp. De stemmen van de personages klinken niet eigen genoeg, hun persoonlijke dilemma's krijgen nauwelijks zwaarte. Het zijn eerder vehikels voor maatschappijkritische inzichten dan helder uitgetekende personages die op zichzelf kunnen staan. Alsof de auteur geen keuze durfde te maken tussen een autonoom literair verhaal en essayistiek.

Wat stevig overeind blijft is Roys onverschrokken behandeling van het huidige India

Nou ja, 'durven'. Het kan ook gewoon een te zware opdracht zijn geweest om die gigantische Indiase geschiedenis tot literatuur te maken. Roy is zich daar nog wel het meest bewust van. 'Het is niet subtiel, wat hier gebeurt', schrijft ze over de afgrijselijke onafhankelijkheidsstrijd in Kasjmir. 'Er vloeit te veel bloed voor goede literatuur.'

Case closed en op naar het volgende boek? Dat zou te makkelijk zijn. Wat stevig overeind blijft - ondanks het gebrek aan literaire zeggingskracht - is Roys onverschrokken behandeling van het huidige India, dat getekend is door politieke en financiële corruptie en monsterlijk sektarisme.

In Het ministerie van Opperst Geluk gaat Roy op dezelfde polemische voet verder en spaart daarbij niemand

Dat dit politiek-maatschappelijke aspect van Het ministerie van Opperst Geluk met vastere hand is uitgewerkt dan de rest van de roman is eigenlijk niet zo gek. Werp maar eens een blik op de eerdere boeken uit Roys oeuvre. Na een spectaculair literair debuut in 1997 met de roman De god van kleine dingen (bekroond met de Booker Prize) legde Roy zich volledig toe op activistische non-fictie waarin ze zich fel keert tegen verschillende ismes: kapitalisme, consumentisme, imperialisme, hindoe-nationalisme. Veel vrienden maakte ze daar niet mee in India. Geregeld kreeg ze het nationalistische volksdeel op haar dak, dat haar een aantasting van de nationale eer verweten.

In Het ministerie van Opperst Geluk gaat Roy op dezelfde polemische voet verder en spaart daarbij niemand. Sardonisch venijn is hierbij het belangrijkste stijlkenmerk. Dit gebeurt vooral in de schets van het Delhi waar de hermafrodiet Anjum en zijn bende outcasts de mensonterende armoede en religieuze intolerantie buiten de deur proberen te houden. Ondertussen dendert het kapitalisme over India heen, dat aanslagen pleegt op de natuur en mensen verdrijft uit woongebieden om er wolkenkrabbers, staalfabrieken en winkelcentra te laten verrijzen, want India moet mee in de vaart der volkeren.

India is in dit boek een land dat zich illusies van grootsheid maakt terwijl het wegzakt in een modderpoel van inhaligheid

'Iedereen blij', noteert Roy over dit dwaze economisch vooruitgangsdenken. 'Maar buiten het zicht van de lichten en de reclames werden dorpen ontruimd. Steden ook. Miljoenen mensen moesten gedwongen verhuizen, maar niemand wist waarheen.'

India is in dit boek een land dat zich illusies van grootsheid maakt terwijl het wegzakt in een modderpoel van inhaligheid. Een besef van deze desastreuze koers is er nauwelijks. Het land wordt gegijzeld door agressief hindoe-nationalisme en loopt blindelings achter een premier aan met de naam Gujarat Ka Lalla (in wie we de huidige premier Narendra Modi herkennen). Het is Leve India! (Jai Hind!) voor en Leve India! na en iedereen die daar tegen in durft te gaan is een volksvijand die zo snel mogelijk de mond gesnoerd moet worden.

En toch zal India op een gegeven moment stuklopen op een muur, betoogt Roy, en die muur zal Kasjmir heten

En toch zal India op een gegeven moment stuklopen op een muur, betoogt Roy, en die muur zal Kasjmir heten. Het is een onvermijdelijke boetedoening, al was het maar vanwege het feit dat India de adembenemende Kasjmirvallei degradeerde tot een bloederige militaire zone.

'Je had het gevoel dat Kasjmir eigenlijk aan de flora en fauna toebehoorde. En dat niemand die er aanspraak op probeerde te maken - de Kasjmiri's, de Indiërs, de Pakistani's, de Chinezen etc. - heilige noch krijger, het recht had om zich die haast hemelse schoonheid van dat stuk land toe te eigenen.'

Het is een militaire bezetting die India langzaam uitholt, schrijft Roy

In dit aardse paradijs voert India een cynisch schrikbewind, dat een doel op zichzelf is geworden. Naar een oplossing wordt niet gezocht. Het conflict moet gaande gehouden worden om de hindoe-nationalistische sentimenten te voeden en om de relatie met Pakistan op een gespannen peil te houden.

Maar het is een militaire bezetting die India langzaam uitholt, schrijft Roy, en gauw genoeg zal het land tot het inzicht komen dat het in Kasjmir tot een monster is verworden.

'Op een dag zal Kasjmir ervoor zorgen dat India zichzelf op dezelfde manier kapotmaakt', zegt de Kasjmierse vrijheidsstrijder Musa tegen een Indiase inlichtingenofficier. 'Misschien hebben jullie ons tegen die tijd allemaal blind gemaakt, met die hagelgeweren van jullie. Maar dan hebben jullie zelf nog wel ogen waarmee jullie kunnen zien wat jullie ons hebben aangedaan.'

Een krachtige analyse van een land dat het pad van zelfdestructie heeft ingeslagen

Roy sluit hiermee een krachtige analyse af van een land dat op de golven van verblind hindoe-nationalisme en pervers kapitalisme het pad van zelfdestructie heeft ingeslagen. Er zijn winkelcentra en Kasjmir is onder de knoet, maar het zijn geneugten - mogelijk gemaakt door uitbuiting en militaire repressie - die niet zonder morele consequenties zullen blijven voor India.

Dat zijn waardevolle inzichten die een geslaagde literaire inbedding verdienen. Spijtig genoeg is dat niet gelukt, en dat levert een boek op dat op een merkwaardige manier zowel geslaagd is als mislukt.