Son of Saul: reconstructie van de hel
© .

Son of Saul: reconstructie van de hel

Son of Saul is de Holocaustfilm die nog gemaakt moest worden.

Elke seconde van deze grensverleggende film laat zich bekijken als een reconstructie van de hel.

Avontuur, spanning, hoop, spektakel, de romantiek van jongens onder elkaar: het fundament van de geijkte oorlogscinema is volledig afwezig in Son of Saul (Saul fia). De spraakmakende debuutfilm van Hongaar László Nemes, op het festival van Cannes bekroond met de grote juryprijs, toont een ongekend secuur gefilmde afdaling in de destructiemachine van vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.

Terecht is de film in mei onthaald als belangwekkend, grensverleggend meesterwerk: elke seconde van Son of Saul laat zich bekijken als reconstructie van de hel. Begrijpelijk zijn de verhalen van weglopers uit voorpremières: met de ingesleten gedachte dat film ook dient te vermaken, verstrooien of verlichten, hoe zwaar ook het onderwerp, heeft dit niets te maken.

Nemes beschrijft twee dagen in het kamp door de ogen van de Jood Saul Ausländer, een gevangene veroordeeld tot het Sonderkommando en zo samen met enkele andere sterke mannen verplicht de massamoord te ondersteunen. Geheimnisträger werden ze genoemd. Ze rekten hun leven in het kamp een beetje, maar het betekende niets. 'We zijn al dood', fluistert Saul op een gegeven moment.

Auschwitz is een fabrieksmatig proces, waarin Saul nieuwe gevangenen op het perron ontvangt, zorgt voor begeleiding naar de kleedkamer, kleren doorzoekt op waardevolle spullen, wacht bij de deur tot geschreeuw en gebonk zijn verstomd, lijken versleept, de vloer schrobt en as in een rivier schept, tot alles opnieuw begint. Zijn ontmenselijkte gelaat laat zien dat hij vermoedelijk niet meer weet hoe vaak hij deze handelingen heeft verricht.

En dat onuitwisbaar verstarde gezicht, toebehorend aan de onervaren, in al zijn beperkingen groots spelende acteur Géza Röhrig, is de sleutel tot de horror in Son of Saul. De camera van de ervaren cinematograaf Mátyás Erdély (hij filmde onder meer Delta van Kornél Mundruczó) kleeft vrijwel onafgebroken aan Saul, zelden verder dan een armlengte van hem verwijderd. Sauls belevingswereld is gelijk aan die van de kijker; zijn gezicht houdt Erdély scherpgesteld in beeld, in vierkant kader, wat om hem heen gebeurt is meestal onscherp. Nemes toont hem met de blik naar beneden, jachtig bewegend, het hoofd uit zelfbescherming in een gevoelsmatige vissenkom, om tenminste nog ergens een innerlijk vuurtje brandend te houden.

Met die precieze, persoonlijke vertelwijze onderscheidt Nemes zich in de historie van de Holocaustfilm. Waar een film als The Grey Zone (2001), ook over Sonderkommando's, de gebeurtenissen dramatiseert met klassiek gebruik van spanningsbogen en muziek, staat in Son of Saul niets anders dan de persoonlijke beleving centraal. Het is een film als een getuigenis, wat wordt versterkt doordat enkele gevangenen beseffen foto's te moeten maken, om ooit verslag te kunnen doen aan de afwezige buitenwereld. In die subjectieve context introduceert de film een overtuigend, voorstelbaar element van hoop: tussen de gaskamerslachtoffers denkt Saul zijn zoon te ontwaren en hij gaat op zoek naar een rabbijn om hem een waardige begrafenis te geven. Dat die hoop mogelijk is gebaseerd op een illusie, biedt een sprankje menselijkheid.

Son of Saul doet recht aan de verschrikking door zelf een verschrikking te zijn. Het is de Holocaustfilm die nog moest worden gemaakt.

Son of Saul. Regie: László Nemes 107 min., in 27 zalen.