Ruige thriller Kwaadschiks zit vol ragfijne vondsten
©

Ruige thriller Kwaadschiks zit vol ragfijne vondsten

Boeken (fictie) A.F.Th. van der Heijden, Kwaadschiks / A.F.Th. van der Heijden, Kastanje a/d Zee

A.F.Th. van der Heijden laat zijn personages in deel 6 van De tandeloze tijd-cyclus, de ruige thriller Kwaadschiks, met wellust kijken. Wat zij zien, wordt ragfijn verwoord.

Wijn is slappe hap voor snobs, meent copywriter en artdirector Nico Dorlas (1960), de slechte en charismatische hoofdpersoon uit Kwaadschiks, de nieuwe roman van A.F.Th. van der Heijden. In 1.300 pagina's beschrijft dit nieuwe deel uit De tandeloze tijd-cyclus slechts één dag, 9 juli 2008, die de luidruchtige deconfiture van de reclameman betekent, inclusief pistoolschoten, moord, gijzeling, drankmisbruik, bezoek aan een abortuskliniek, ontploffingen, een traumahelikopter en een arrestatieteam.

Sinds het spektakelstuk VSV (2012) van Leon de Winter is het in de Nederlandse letteren niet meer zo onrustig geweest in en boven Amsterdam en dit keer ook Amstelveen-Zuid.

Kwaadschiks - De tandeloze tijd 6 (****)
Fictie
A.F.Th. van der Heijden
De Bezige Bij; 1.283 pagina's; euro 29,99.

Kastanje a/d Zee - De tandeloze tijd 7 (****)
Fictie
A.F.Th. van der Heijden
Statenhofpers; 221 pagina's; euro 125.

Veel van wat er gebeurt, is het gevolg van het explosieve karakter van Dorlas, dat zich al laat kennen aan zijn voorkeur voor zekere roesmiddelen. Geen wijn, maar wodka en coke, want 'als hij niet terstond de hitte in zijn bloed voelde, de steekvlam in zijn hoofd, dan hoefde het voor hem niet.' Een welbespraakte narcist met extreme verlatingsangst, zou een psychologisch rapport kunnen luiden over hem, die wegens zijn buitensporige gedrag zijn baan verliest en zijn vriendin, en die vervolgens op dramatische wijze doorslaat en het in zijn gedrogeerde hoofd haalt om samen met zijn ex-geliefde uit het leven te stappen.

In een artistiek rapport zou Dorlas echter als zwartromanticus kunnen worden omschreven, een man die het leven niet ondergaat maar daadwerkelijk wil proeven. Die zijn genietingen aan den lijve wil voelen en daartoe drastische middelen niet schuwt. Die als hij zich reddeloos in de nesten heeft gewerkt, dat falen alsnog allure wil geven, door van zijn catastrofe dan maar een theatrale finale te maken.

'A.F.Th. steekt dikke middelvinger op' (+)

Zuinigheid was lange tijd het credo in de Nederlandse literatuur. A.F.Th. heeft daaraan op grootse wijze een einde gemaakt. Lees hier de column van Bert Wagendorp over Kwaadschiks.

In deze houding schuilt een kunstzinnigheid die Van der Heijden moet aanspreken - en precies om die reden is Dorlas, op het eerste gezicht een abjecte praatjesmaker, tegelijk een fascinerend figuur. Het volmaakte, onmogelijke boek, doceerde Van der Heijden in zijn poëticale lezing Kruis en kraai (2008), is zoiets als een vlinder die je met al z'n kleurenpracht in de holte van je hand probeert te vangen. 'Mis. Vuilbruin poeder aan je vingers, dat is alles. (...) Het gaat erom te slagen... in de mislukking.'

Behalve dat beiden stevig kunnen innemen en lijden aan apneu, lijken de ontregelde Dorlas en de voorkomende schrijver weinig op elkaar - maar hierin wél: de reclameman staat een donkere variant voor van Van der Heijdens poëticale opvattingen. 'Er restte Dorlas geen andere keus dan, compromisloos, de eenmaal in gang gezette vernietiging te perfectioneren. Werk aan de winkel.'

In zijn gulheid gunt Van der Heijden zijn personages, van kroegbaas tot wijkagent, een vocabulaire waarmee ze zo de planken op zouden kunnen

Zonder steekvlam hoeft het voor Dorlas niet. Dat adagium zou ook kunnen opgaan voor A.F.Th. van der Heijden, die op zijn 65ste bewijst dat zijn stilistisch vuur en metaforiek tot in de details niet aan vitaliteit hebben ingeboet; in zijn gulheid gunt hij iedereen in zijn universum, van een kroegbaas tot de laagst ingeschaalde politieagent, een vocabulaire waarmee ze zo de planken op zouden kunnen. Doodse praat en futloze formuleringen horen we de hele dag al genoeg om ons heen. Van der Heijden wil de lezer op elke pagina paf doen staan.

Neem alleen des schrijvers omineuze fascinatie voor pies en poep. Alles kan hij ermee, vanuit een kennelijke behoefte om die aardse uithoek van het menselijk bestaan te laten opgloeien. Grotesk: het middagritueel der jonge mannen op Dorlas' kantoor, die met losgetrokken stropdassen in de herentoiletten een competitie vérpissen op touw hebben gezet.

Kluchtig: de dronken Dorlas denkt dat zijn gevluchte vriendin Désiree (Desy) zich in de dames-wc's van de kroeg ophoudt, en steekt een smekende liefdesmonoloog af, terwijl onder de deur een zware stank zijn kant op komt. Dan de afknapper: 'Godverdomme, is het nou uit met het gezeik,' baste een mannenstem vanachter de wc-deur. 'Mag een mens nog even in alle rust zijn schijtkarwei afmaken?' Het is de vertegenwoordiger van Leeuw Bier, die op het damestoilet is neergezegen omdat een baas immers mag schijten waar hij wil.

Wat Nico van deze vrouw zou bijblijven, was het hoge, muzikale ruisen dat tussen haar dijen klonk

Lyrisch: Dorlas denkt terug aan de keer in 1974 dat hij zich bij de grotten van Valkenburg had verborgen onder een touringcar, toen een wildvreemde vrouw die zich onbespied waande, de billen ontblootte om lang, luid en krachtig haar blaas te ontladen. 'Wat Nico van deze vrouw zou bijblijven, was het hoge, muzikale ruisen dat tussen haar dijen klonk en het geklater op het asfalt overstemde. (...) Door de naden tussen de klinkers kwam sidderend een schuimige urinestroom op hem toe gezigzagd.' Het zonlicht scheen door haar met kant afgezette directoire heen, en 'ter hoogte van haar kuiten glinsterden op de nylonkousen fijne, opgespatte druppeltjes.'

Zulke verdroomde passages geven de ruige thriller die Kwaadschiks tot in de titel is een bijna verwarrend poëtisch aanschijn. Zo sensitief is die Dorlas blijkbaar ook. En zo filosofisch kan de kroegbaas Staf uit de hoek komen in een onderonsje met Dorlas, rokend, even buiten het Amstelveense stamcafé 1903, kort voor de grote kladderadatsch; de eeuwigheid en de oneindigheid bevinden zich in onze wereld, in het hier en nu, het is de opstelsom in één seconde van alle mogelijke dwarsverbindingen tussen mensen en dingen, aldus Staf.

Van der Heijden vraagt veel van de lezer, de onthullingen en identificaties laten lang op zich wachten

Diens gespreksgenoot is al te ver heen om de reikwijdte van deze opmerking te kunnen inschatten. Maar de lezer ziet dit ongeveer halverwege Kwaadschiks staan, en knikt: dus daarom is dit boek, over slechts één dag (plus proloog en epiloog), toch zo omvangrijk. Het is een actuele hoofdstedelijke politieroman (gebaseerd op de moord op agente Gabriëlle Cevat op 9 juni 2008 in Amstelveen), maar ook een verbeelding van Van der Heijdens kunstzinnige streven om de eeuwigheid vanuit een eindeloos opengewerkt heden te betrappen.

Hij vraagt veel van de lezer, de onthullingen en identificaties laten lang op zich wachten, de actie kan rustig een pagina of twintig worden stilgelegd voor een fraaie terugblik, zodat Kwaadschiks nooit binnen de tijd gelezen kan worden die het beschrijft. Het zal zeker de thrillerfans, maar vermoedelijk ook diverse lezers die toch heus een mooie vergelijking op zijn tijd kunnen waarderen, allemaal niet rap genoeg gaan.

Interview (+)

De afgelopen jaren ontving A.F.Th. van der Heijden zelden iemand in zijn werkkamer. Nu spreekt hij er uitgebreid over zijn schrijversleven en zijn nieuwste roman, Kwaadschiks, waarin hij een psychopaat ontleedt.

Daar staat tegenover dat de Van der Heijden-fans zullen glimlachen bij de wederkeer van de ooit dipsomane strafrechtadvocaat Ernst Quispel (Advocaat van de hanen, 1990), die lijdt aan 'erotische betrekkingswaan' en meer dan vroeger op Bram Moszkowicz is gaan lijken, wat geen hoop geeft voor zijn toekomst.

Het bijrolletje voor de roodharige, welgedane Justitie-minister Ard van der Steur is grappig (en vergelijkbaar met het bijrolletje voor burgemeester Ed van Thijn in Advocaat van de hanen), de Willemsparkweg is in deze roman vernoemd naar de Brits-Nederlandse componist Willem Spark (een geintje dat stamt uit 1943), het slot van Dorlas' belevenissen knipoogt naar Shakespeares Hamlet, en als Nico de versregel van Achterberg citeert over symbolen die tot cymbalen worden in de ure des doods, is dat óók een verwijzing naar het slot van Van der Heijdens Boekenweekgeschenk Weerborstels (1992), waar hetzelfde citaat een pregnante rol speelt.

Van der Heijden heeft het alweer zevende deel van De tandeloze tijd voor 125 van zijn trouwste en rijkste fans gereserveerd

Bereid u voor op binge-reading (+)

In de vorm van ordnertreintjes staan volgende delen van De tandeloze tijd al klaar. De auteur is er iets bijzonders mee van plan.

Als er iets is wat alle personages aan hun auteur bindt, is het kijklust. Dorlas die naar bewijzen speurt voor het overspel van zijn vriendin, de rechercheurs die rondzoeken, personages die door binocles, op displays van mobieltjes of in hun geheugen blikken: er wordt met wellust gekeken, en het geziene krijgt een ragfijne verwoording.

Dorlas houdt de borsalino van zijn vader (die een schitterende rol vertolkt als stofzuigercolporteur) in zijn handen: 'Aan de zijkant van de bol hadden motten een negental gaatjes volgens een bijna menselijk patroon in het vilt gevreten, alsof ze daar voor de zweterige kruin van de drager extra ventilatie wilden creëren.' Van dergelijke vondsten is deze roman vergeven.

'Laat me dan tenminste... kijken', zegt alter ego Albert Egberts in Kastanje a/d Zee, het alweer zevende deel van De tandeloze tijd, dat de jarige Van der Heijden bij wijze van bibliofiel cadeau voor 125 van zijn trouwste en rijkste fans heeft gereserveerd. De handelseditie zal in de komende jaren verschijnen. Het verhaal van 200 pagina's speelt in Geldrop en Nijmegen, jaren zeventig. Door een intieme situatie met zijn vriendin Marike en rivaal Hans Krop te ensceneren, hoopt Egberts zijn eigen ziekelijke jaloezie uit te drijven. Gaat dat zien, kan ik hier bezwaarlijk zeggen, want het kostbare boek zal voor de meeste mensen voorlopig onbereikbaar blijven. Geen reden voor treurnis; die zijn met Kwaadschiks wel even onder de pannen.

Cyclus

De tandeloze tijd, de grote romancyclus van A.F.Th. van der Heijden, bestaat uit de volgende delen, die alle afzonderlijk te lezen zijn:

De slag om de Blauwbrug (proloog, verschenen in 1983)

Vallende ouders (deel 1, 1983)

De gevarendriehoek (deel 2, 1985)

Weerborstels (intermezzo, tevens Boekenweekgeschenk, 1992)

Het hof van barmhartigheid (deel 3 eerste boek, 1996)

Onder het plaveisel het moeras (deel 3 tweede boek, 1996)

Advocaat van de hanen (deel 4, 1990)

De helleveeg (deel 5, 2013)

Kwaadschiks (deel 6, 2016)

Kastanje a/d Zee (deel 7, vooralsnog alleen bibliofiele editie, 2016)

De cyclus telt nu 4.899 pagina's.

Volg en lees meer over:

Reacties (1)

U hebt javascript nodig om een reactie achter te laten.
Plaats een reactie Nog 600 tekens
Uw waardering
  • Fonz13 -
    ik heb alle delen van de cyclus gelezen (en meer), maar kom hier niet doorheen (gestopt zo rond pagina 180). AFTh kent geen maat, alles wordt tergend lang uitgesponnen, maar de belangrijkste kritiek is toch wel dat er geen perspectiefwisselingen zijn (tot dusver), er is alleen de dynamiek tussen man (drinkebroer) en vrouw (overspelig?). Dus eigenlijk een enorme tegenvaller, en al helemaal geen 'thriller'. Maar misschien breng ik de moed nog op om door te zetten ....