Reinbert de Leeuw leidt langs mooi naar ronduit geniaal

Als de Tsjechische componist Leos Janácek op z'n 50ste was overleden, schreef zijn landgenoot Milan Kundera, zou hij het hooguit hebben geschopt tot voetnoot in de muziekhistorie. Na z'n 50ste leefde Janácek nog 24 jaar door en componeerde verbluffend eigenzinnige meesterwerken.

De route van onopvallend mooi naar ronduit geniaal valt uitstekend te volgen aan de hand van Reinbert de Leeuw. De dirigent stippelde hem uit in Vlaanderen, waar hij kon beschikken over de koorstemmen van Collegium Vocale Gent en de instrumenten van Het Collectief.

In het door De Leeuw gearrangeerde pianostuk 1.X.1905 hoor je ze binnenwaaien, de typische Janácekritmes, die klinken alsof een gevangene aan zijn ketenen rammelt. Net zo prachtig: Ríkadla, kinderrijmpjes over een hond die zijn staart brak en het wijf dat in de soep viel. Het zijn dwarse, obsessieve klanken van een senior die de grimlach koesterde tot zijn laatste snik.