Hoogste zomer
Co Woudsma

Hoogste zomer

Fictie

Rationalist krijgt ervan langs

In een drijvend pak melk ziet Co Woudsma (1960) meer beweging dan in een eend op de stoep. Een kleedje ligt te huiveren in een plas. De wereld, bezaaid met flatgebouwen, droogmolens en ongehuwde wezens op een schoolplein is een beschimmeld bolletje/ in een enorm heelal!

Met zijn derde bundel, Hoogste zomer, brengt de dichter wrange, absurdistische kanten van het bestaan in beeld. De taal is beheerst. Een enkele regel kan het evenwicht van een gedicht verstoren en stroomstoten veroorzaken in het hoofd van de lezer.

'Lafenis' opent met: Wie zegt dat mannentepels/ slechts ter versiering zijn? De ik-figuur laat twee pluchen varkentjes gulzig en rustig van niet onaanzienlijke borsten drinken. ('ik wist niet dat ik het in me had'). Er zit een rationalist in de kamer die het spel pervers vindt. Met klinkende eindregels laat de dichter de rationalisten onder ons alle hoeken van de kamer zien: Maar zo kun je alles wel ontkennen,/ zelfs de onvoorwaardelijke liefde/ van kunst en knuffels/ en het zachte stromen/ van zuiver geestelijke melk.

Volg en lees meer over:

Reacties (0)

U hebt javascript nodig om een reactie achter te laten.
Plaats een reactie Nog 600 tekens
Uw waardering