Een detail uit Antoine Watteau, Rendez-vous de chasse, ca. 1717-1718, the wallace Collection.
Een detail uit Antoine Watteau, Rendez-vous de chasse, ca. 1717-1718, the wallace Collection. ©

Op het randje van de koketterie

Tentoonstelling Watteau

Het leek Watteau niet de minste moeite te kosten om met een paar rake arceringen en enkele niet minder trefzekere lijntjes een jurk los te doen komen van het papier. Bij Watteaus galante gezelschappen zit iedereen een beetje in zijn eigen wereld.

Iedere schilder kent zijn eigenaardigheden; die van de Fransman Watteau (1684-1721) was dat hij zijn figuren graag van achter tekende. Ik bedoel: op de rug gezien, met de nek aangekeken, in profil perdu.

Daar waren ongetwijfeld poëtische redenen voor (hoe prikkelend is het gezicht dat nooit gezien zal worden), en wellicht ook praktische: vanuit de rug tekenen is heimelijk tekenen, men kan het stiekem doen.

De naar het schijnt nogal verlegen en anti-sociale Watteau moet zich er prettig bij hebben gevoeld om zijn prooi als een roofdier van achter te kunnen besluipen. Bij de gebogen lopende soldaat en het jongetje met het matje in de nek, twee van de mooiste getekende achterkanten op de tentoonstelling in Teylers Museum, kwam hij er goed mee weg.

Watteau 

Beeldende kunst
Watteau,
Teylers Museum, Haarlem, 1/2 t/m 14/5

Over deze expositie schreef ik onlangs in het kunst-op-komst-katern: temper uw verwachtingen, het wordt geen overzicht. En inderdaad: dat werd het niet. Er hangen slechts zes Watteau olieverf schilderijen - zes. Daaronder bevinden zich onder meer een redelijk goed werk uit Madrid (met Pierrot) twee fraaie stukken uit Berlijn, een middelmatig stuk uit Frankfurt en een curiosum uit Rotterdam. Dat is een schrale oogst, kan men denken, maar dat is te kras gesteld. Teylers is een tekeningenmuseum en Watteau een tekeningententoonstelling; een tekeningententoonstelling met een verzorgde, thematisch geordende presentatiewijze (mooi, die roze en blauwe wanden) en een hoogwaardige selectie van werken op papier van tijdgenoten en de meester zelf.

Het biedt een goede indruk van de genres die Watteau beoefende, in praktijk zo'n beetje alle genres. Impressies van handen en koppen, figuurstudies van personages uit de Italiaanse commedia dell'arte en mannen in broeken die nimmer een strijkijzer zagen, alsook meer uitgewerkte tekeningen van landschappen of vrijende paartjes.

Men ziet zulke werken makkelijk aan voor voorstudies, maar dat zijn ze niet. Ze vormden het vertrekpunt voor Watteau's schilderijen, niet de invulling ervan, en ontstonden al naar gelang wat zich aandiende, voor de vuist weg. Had Watteau in onze tijd geleefd, dan had men hem waarschijnlijk uitgeroepen tot stadstekenaar, in Parijs of elders.

Houdingen, blikken, plooien: hij legde ze vast met een gemak, precisie en spaarzaamheid van middelen die balanceert op het randje van de koketterie

Zijn tekeningen waren een succes, toen in de vroege 18de eeuw. Bij leven verkocht Watteau ze goed; na zijn vroege dood liet de uitgever Jean de Juliennes er honderden ver-etsen en bundelen. Die uitgave was zonder precedent en vergrootte Watteaus naamsbekendheid bij verzamelaars en jonge Franse schilders. Zij gebruikten Watteaus tekeningen ter stoffering van hun eigen fêtes galantes zonder de raadselachtige sfeer en tactiele rijkdom van de schilder te evenaren.

Hij wás ook een geweldige tekenaar. Houdingen, blikken, plooien: hij legde ze vast met een gemak, precisie en spaarzaamheid van middelen die balanceert op het randje van de koketterie. Het leek Watteau niet de minste moeite te kosten om volume in de kleding van een vrouw te suggeren; om met een paar rake arceringen in zwart en enkele niet minder trefzekere lijntjes in wit een jurk los te doen komen van het papier. Het oogt alsof er onzichtbare hulplijntjes waren uitgezet die Watteau met zijn rode krijt enkel nog hoefde aan te stippen.

Bouwstenen

Onder de vleugel van Antoine Watteau (+)

Toen de Franse meester Antoine Watteau zijn beroemde voorstellingen schilderde, ontstond ook mode zoals we die nu kennen. Driehonderd jaar later ziet Wieteke van Zeil een vrouw die Watteaus ideale muze zou zijn geweest: Amal Clooney.

Deze tekeningen fungeerden in sommige gevallen als bouwstenen voor Watteaus schilderijen. De mijmerende soldaat, de wijzende edelman: de schilder kopieerde ze klakkeloos naar zijn doeken; soms werden ze ook gerecycled.

In de uiteindelijke fêtes galantes is die compilerende werkwijze hier en daar terug te zien. Het feestvolk heeft in zo'n geval iets statisch, iets out of place, alsof ze wel in hetzelfde toneelstuk spelen, maar allemaal een net iets andere versie van het script hebben gekregen. Bij Watteaus galante gezelschappen zit iedereen een beetje in zijn eigen wereld. Dat is het vreemde er aan, dat is hun kracht.