Ook bij hof veroordeling van rovers

De twee verdachten van de schilderijenroof uit het Van Gogh Museum, Octave D. en Henk B., zijn vrijdag in hoger beroep veroordeeld tot respectievelijk drieeenhalf en drie jaar en twee maanden cel....

Ook verplichtte de rechter de twee gezamenlijk een schadevergoeding van 350 duizend euro te betalen aan de Nederlandse staat. Als zij hier niet aan voldoen, zal hun detentie met een jaar worden verlengd.

Octave D. en Henk B. werden in juli 2004 schuldig bevonden aan de roof van de schilderijen Zeezicht bij Scheveningen (1882) en Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen (1884), beide van Vincent van Gogh. In december 2002 werden de werken op klaarlichte dag ontvreemd.

De rechter verwierp alle argumenten die de verdediging tijdens het hoger beroep naar voren had gebracht, maar sprak niettemin lagere straffen uit. In juli 2004 kregen D. en B. nog straffen opgelegd van respectievelijk vier jaar en zes maanden en vier jaar.

Waarom de rechter deze keuze maakte is ook Benedicte Ficq, de advocate van de twee, onduidelijk. ‘Ik heb dit niet zien aankomen. Misschien omdat het zulke lieve jongens zijn?’

De opgelegde schadevergoeding was eveneens een verrassing. Bij de veroordeling in juli 2004 zag de rechter van een schadevergoeding af. Het Van Gogh Museum en de staat eisten toen 1,8 miljoen euro. De rechter oordeelde dat de waarde van de beide doeken niet precies kon worden vastgesteld en adviseerde het museum via een civiele procedure te proberen de schade te verhalen.

In maart van dit jaar werd Henk B. veroordeeld tot het betalen van 50 duizend euro aan de staat. De rechter zag het als voldoende bewezen dat B. dit bedrag had overgehouden aan de verkoop van de gestolen doeken. Het hoger beroep dat na deze uitspraak werd aangetekend moet nog plaatsvinden.

Benedicte Ficq blijft bij haar standpunt dat de twee erin zijn geluisd. In het museum werden een pet en een muts aangetroffen die erfelijk materiaal bevatten van D. en B.

Ficq liet narekenen dat er een kans van een op tien duizend is dat twee dieven beiden hun hoofddeksels op de plek van de misdaad laten liggen. Tevens wees zij op het korte tijdsbestek waarin de roof plaatsvond. De roof kan volgens haar niet door slechts twee personen zijn gepleegd.

Het hof deed Ficqs argumenten echter af als ‘veronderstellingen’. Het feit dat de twee voor de ochtend van de roof geen alibi hebben en tijdens telefoongesprekken spraken over grote geldbedragen die zij nog zouden moeten ontvangen, werkte in hun nadeel.

Het hof benadrukte de ernst van de roof. ‘Het gaat hier om unieke en onvervangbare doeken. Aangezien de kans groot is dat de twee doeken nooit meer zullen opduiken, wordt door het handelen van de twee verdachten de hele kunstwereld getroffen’, aldus de rechter. De twee verdachten overwegen in cassatie te gaan.