Merkwaardig, grimmig en tergend braaf
© RV

Merkwaardig, grimmig en tergend braaf

Film (Drama) - A Street Cat Named Bob

A Street Cat Named Bob is een merkwaardige feelgoodfilm, grimmig als dat nodig is, maar ook tergend braaf. Het waargebeurde verhaal achter de film is hartverwarmend, de verfilming is minder geslaagd.

Bob is een aanloopkater. Hij komt door een openstaand raam het huis van de twintiger James binnen en weigert te vertrekken. James (Luke Treadaway) lijkt geen ideale baas: hij heeft zijn huis, een vervuild appartement in een rotbuurt in Londen, toegewezen gekregen omdat hij deelneemt aan een methadonprogramma. Het is een kans om zijn leven op de rails te krijgen na een zwervend bestaan als heroïneverslaafde. Hij kan nauwelijks voor zichzelf zorgen, laat staan voor een kat.

Het maakt Bob allemaal niet uit. Hij wijkt niet van James' zijde. Samen maken ze furore als straatartiesten. James rammelt wat op zijn gitaar en zingt halfbakken ballads, Bob steelt de show als stoïcijnse sidekick. Dankzij de trouwe rode kater begint James te geloven in een nieuw, drugsvrij bestaan.

A Street Cat Named Bob (**)

Drama
Regie: Roger Spottiswoode
Met: Luke Treadaway, Bob the Cat, Ruta Gedmintas, Anthony Head
103 min, 120 zalen

Hartverwarmend, dit waargebeurde verhaal; het boek dat er in 2012 over verscheen, werd een wereldwijde bestseller. Of de verfilming net zo'n succes wordt, is twijfelachtig. Regisseur Roger Spottiswoode lijkt op twee gedachten te hinken: zijn drama heeft de toon en alle uiterlijke kenmerken van een familiefilm, maar de inhoud is niet geschikt voor alle leeftijden. Spottiswoode maakt James' junkiebestaan niet veel mooier dan het is. Er vallen doden, en afkicken is een hel.

Het maakt A Street Cat Named Bob tot een merkwaardige feelgoodfilm, grimmig als dat nodig is, maar ook tergend braaf. Aan de echte geschiedenis van James Bowen werden twee fictieve elementen toegevoegd: een romantisch terzijde met een vega-hippie-buurvrouw en een moeizame relatie met een rijke vader, die hem de deur heeft gewezen. Beide verhaallijnen zijn voorspelbaar, nauwelijks geloofwaardig en uiteindelijk suikerzoet.

De film moet het dus vooral van zijn hoofdpersoon hebben. Niet James, maar Bob natuurlijk - gespeeld door verschillende katers, waaronder het originele exemplaar. Ze doen hun taak naar behoren: Bob kan heerlijk onverschillig kijken en is niet te beroerd om high fives uit te delen. Dat Spottiswoode het dier overlaadt met close-ups en soms zelfs vanuit zijn perspectief filmt, is wat overdreven. Het is een illusie dat een kater zich echt zou laten leren kennen.