©

Meesterlijke roman over 18de eeuwse China en een Engelse klokkenmaker

Boek (fictie) - Cox of het verglijden van de tijd (Christoph Ransmayr)

De Oostenrijkse schrijver Christoph Ransmayr neemt zijn lezers graag mee naar verre oorden en vervlogen tijden. Zijn jongste roman, Cox of het verglijden van de tijd, speelt zich af in het China van de achttiende eeuw, toen het Rijk van het Midden werd geregeerd door keizer Qíanlóng, over wie wordt gezegd dat hij een verwoed verzamelaar van kunstwerken en klokken was.

Cox of het verglijden van de tijd

Fictie
Christoph Ransmayr
Uit het Duits vertaald door Roland Fagel en Margreet Zaling
Prometheus; 237 pagina's; euro 19,99

Naast deze almachtige keizer speelt Alister Cox, een geniale Engelse klokkenmaker en automatenbouwer, een hoofdrol. Hij wordt door de keizer naar China gehaald, waar hij met drie van zijn bekwaamste medewerkers enkele ingenieuze uurwerken moet vervaardigen.

Qíanlóng kent de menselijke gewaarwording dat de tijd soms vliegt en soms lijkt stil te staan

De boottocht door China met een onzichtbare keizer, de Verboden Stad met haar strenge regels en rituelen, de Grote Muur en de zomerresidentie in Mongolië worden meesterlijk beschreven. In fel contrast met de schoonheid van de paleizen staan de huiveringwekkende straffen voor diegenen die de regels overtreden.

Qíanlóng, die als een god heerst, kent de menselijke gewaarwording dat de tijd soms vliegt en soms lijkt stil te staan. Voor een kind verloopt de tijd anders dan voor een hoogbejaarde. De eerste opdracht voor Cox luidt een klok te maken die 'het wisselende tempo van de tijd' aangeeft. Maar weken later besluit de keizer dat hij ook nog een andere uurwerk wil; een die het tijdsbesef van een terdoodveroordeelde meet, waarvoor Cox naar een gevangenis moet om twee ter dood veroordeelde hofartsen te ondervragen.

Cox kan zijn eerste project, het maken van een uurwerk dat de tijd van een kind meet, niet loslaten

Maar Cox kan zijn eerste project, het maken van een uurwerk dat de tijd van een kind meet, niet loslaten. Hij blijft eraan werken, want deze schitterende klok verbindt hem met Abigail, zijn overleden dochtertje. Deze roman gaat ook over liefde en verdriet; Cox heeft niet alleen zijn geliefde kind verloren, maar ook zijn hartstochtelijk beminde Fay. Want zijn jonge echtgenote heeft na de dood van het kind geen woord meer gesproken.

In China wordt de herinnering aan hen steeds levendiger, en dat niet alleen door die klok. Cox voelt zich sterk aangetrokken tot een jonge concubine van de keizer die hij kort heeft gezien, en in wie hij Fay en Abigail ziet. De kloof tussen beiden wordt even overbrugd als ze haar handen over Cox' gesloten ogen strijkt om ze te openen. De klokkenmaker mag eindelijk de keizer aankijken, een ongekend privilege.