Matthäus Passion ingetogen en vol deemoed
© Van Der Waa

Matthäus Passion ingetogen en vol deemoed

Concertrecensie Matthäus Passion

Subliem is vooral het verstilde, a cappella gezongen Wenn ich einmal soll scheiden, dat direct volgt op Jezus' kruisdood. Bij Reinbert de Leeuws Matthäus tellen beleving en muzikale waarheid, die altijd plooibaar is.

Voor het koorhek van de Grote Kerk in Alkmaar staat een steigerwerk. Lelijk, maar het dient de schoonheid: daar, achter het publiek, staat het meisjeskoor dat tijdens de uitvoering van Bachs Matthäus Passion de lange koraalmelodieën over de beweeglijke andere partijen heen legt.

Zo wil Reinbert de Leeuw (78) het, die drie jaar geleden zijn eerste Matthäus dirigeerde. Nu doet hij het met het Nederlands Kamerkoor en Holland Baroque, een barokorkest, maar authenticiteit is niet zijn hoofddoel. Bij hem tellen beleving en muzikale waarheid, die altijd plooibaar is. Vandaar twee koren van zestien zangers, meer dan volgens de 'modernste' inzichten gebruikelijk is. Vandaar ook markante contrasten en soms verrassende tempokeuzen.

Matthäus Passion. J.S. Bach: Matthäus Passion, Holland Baroque, Ned. Kamerkoor o.l.v. Reinbert de Leeuw. 16/3, Grote Kerk, Alkmaar. Volgende opvoeringen uitverkocht.

Het leidt in elk geval tot een boeiende passie-uitvoering, zonder inzinkingen. Dat er toch vlakke momenten zijn, ligt eerder aan enkele solisten en de akoestiek van de kerk. Zo brengt de Duitse bas-bariton Andreas Wolf de Christuspartij met kracht, maar ook met de diepgang van een bidprentje. Daartegenover staan de welsprekende evangelist Benedikt Kristjánsson en de flonkerende sopraan- en altsoli van Joanne Lunn en Delphine Galou.

Opvallend is De Leeuws gedifferentieerde behandeling van de koralen, die soms een miniverhaaltje lijken te bevatten. Subliem is vooral het verstilde, a cappella gezongen Wenn ich einmal soll scheiden, dat direct volgt op de kruisdood. In zijn benadering zitten kleur en drama eerder in de grote lijn dan in de details. De tussenwerpsels ('Wohin?') zijn bijna onnadrukkelijk, en bij Erbarm es Gott klinken de violen niet als geselslagen. Als geheel is de stemming ingetogen en vol deemoed.