Land of Mine is niet subtiel, wel kraakhelder

Subtiliteit voert in Land of Mine niet de boventoon, maar de knappe opbouw van de film draagt zeker bij aan de spanning en is onbetwist effectief. Soms vliegt de plot wat uit de bocht, maar daar staat mooi ingetogen spel van de jonge cast tegenover.

De kans dat ze ooit een mijn in het echt zagen is nihil. Ze zijn te jong en te bang, hun vingers trillen te hard tijdens het openschroeven van het explosief en het verwijderen van het ontstekingsmechanisme. Van alle bomontmantelaars in de filmgeschiedenis zijn ze vermoedelijk het verst verwijderd van de door Jeremy Renner gespeelde specialist in Oscarwinnaar The Hurt Locker.

Desondanks wordt het tiental piepjonge Duitse jongens dat in mei 1945, na afloop van de Tweede Wereldoorlog, een deel van de Deense westkust vrij moet maken van ingegraven mijnen, verantwoordelijk gehouden voor de daden van hun landgenoten. Zij aan zij kruipen ze in Land of Mine onder dwang over het strand, met een ijzeren staafje prikkend in het zand, afgeblaft door de Deense sergeant annex Feldwebel Carl Rasmussen (Roland Møller), die ze weinig en slecht eten voorzet en 's nachts opsluit in een gammele barak.

Kwestie van statistiek

De jongens die de sergeant onder zijn hoede krijgt vertegenwoordigen de essentie van onschuld en goede wil

Er liggen 40 duizend mijnen voor ze klaar om te worden opgraven, aldus de sergeant. Dat betekent zes mijnen per persoon per uur, gedurende drie maanden. Dat een deel van het gezelschap tegen het eind van de film niet meer leeft, is een kwestie van statistiek. (Het zicht van dit verhaal is uiteraard beperkt: verspreid over de hele westkust lagen in totaal 2,2 miljoen mijnen verstopt, leren we uit een dialoog in een van de eerste scènes.)

Het Deense Land of Mine, vorige maand winnaar van de jongerenjury en publieksfavoriet op het filmfestival van Rotterdam, serveert de missie op het strand tijdens het merendeel van de speelduur als een uiting van wraakzucht. Het personage van de sergeant wordt geïntroduceerd terwijl hij een gecapituleerde Duitser met een Deense vlag onder de arm een snoeiharde kopstoot geeft. De jongens die hij vervolgens onder zijn hoede krijgt vertegenwoordigen de essentie van onschuld en goede wil: de een geeft tussen het mijnenvegen door een naam aan een kever in de duinen, een ander fantaseert over zijn bijdrage aan de wederopbouw van Duitsland.

Voorspelbaar

De vergeten geschiedenis van Duitse bommenruimers

Land of Mine leidde tot veel debat in Denemarken. Lees hier meer over de achtergrond van de film. (+)

Subtiliteit voert hier niet de boventoon, maar de opbouw van Martin Zandvliet (Applaus, 2009) zorgt voor spanning en is onbetwist effectief. Een overzichtelijke vertelstijl, al zou je het ook voorspelbaar of rechtlijnig kunnen noemen, is zijn credo: het decor beperkt zich tot het strand, het aantal omwonenden bestaat uit een Deense moeder en haar jonge dochter, de dagen herhalen zich tot het onvermijdelijke noodlot de Duitsers en Denen nader tot elkaar brengt.

Soms vliegt de plot wat uit de bocht - wanneer het eerder opgevoerde kind al spelende op een ongeveegd stukje strand raakt verzeild, trekt Zandvliet schaamteloos de emokaart - maar daar staat overwegend ingetogen spel van de jonge cast tegenover, ondersteund door een verstilde, modern-klassieke soundtrack.

Binnen de traditie van oorlogscinema waarin de strijd officieel is afgelopen, maar de echte oorlog volop voortwoekert, bestaan sterkere films dan Land of Mine. Maar dat neemt niet weg dat regisseur-scenarist Zandvliet zijn verhaal kraakhelder uiteen zet en weinig nodig heeft om zijn publiek mee te nemen.

Land of mine. Drama. Regie Martin Zandvliet. Met Roland Møller, Mikkel Boe Følsgaard, Louis Hofmann, Joel Basman, Laura Bro.101 min., in 32 zalen.