ROTTERDAM Soms zijn de personages leuker dan het verhaal waarin ze figureren. In Snorro, de gemaskerde held, de nieuwe familievoorstelling van het Ro Theater, draait het om het vertrouwde alter ego van superheld. De verveelde slapjanus Don José, rijk en moede(r)loos, transformeert stiekem in de gemaskerde held Snorro, die armen helpt onder het wrede regime van El Commandante.
In de parodie van toneelschrijver Don Duyns beleeft deze Snorro een identiteitscrisis: is hij de durfal die het liefst solistisch roem vergaart of een watje dat zich verliest in eenzaam gitaarspel? Bekende twijfels zijn het gevolg: Snorro heeft niet het lef zijn liefde te bekennen aan de stoere barmeid Conchita, die wel idolaat is van de gemaskerde held, en hij deelt zijn geheim slechts met Doña Corrie, de huishoudster van zijn vader. Meer dan een opgeleukt stripverhaal is het niet, met een happy end dat je van verre ziet aankomen, ware het niet dat de acteurs van al hun dubbelrollen heerlijk mallotige karikaturen maken.
Neem premiejager El Gringo, een gehavende boef uit het oude Westen die ‘sneller schiet dan zijn spiegelbeeld’. Acteur Gijs Naber speelt hem als vieze, gluiperige opportunist, met lebberende tong, kartonnen pistool en hitsige motoriek ontleend aan Michael Jacksons clip Bad: ‘Ja, ik ben slecht, zo slecht. En weet je, ik ben hypocriet, en niet zo’n beetje. Ik ben gemeen, obsceen, oneerlijk, onecht’.
Natuurlijk weet Loes Luca als ras- comédienne raad met het redderende gedrag van moederkloek Doña Corrie, die met het publiek onder één (Mexicaans) hoedje speelt (rechteroorlel is ‘Olé!’, linker is ‘Hup, Snorro, hup’). Nog leuker is haar versie van beugelbekkie Dolores, die wordt uitgehuwelijkt aan Don José. Haar paardenfluistergaven drijven haar regelrecht in de armen (lees: benen) van Wervelwind, Snorro’s versmade paard (nog zo’n meesterlijke creatie van Naber). Gastacteur Marcel Musters is prima op zijn plek, als naïeve dikzak Manuel en vooral als schmierende, zwetende en billen schuddende Tante Esmeralda met Brabantse tongval.
Tussen alle bordkartonnen cactussen en openritsende saloondeuren glijdt de Snorro van Dick van den Toorn vrolijk langs veranda’s, om soms onverwacht te stunten (met hulp van een stand-in). Zijn schermduels met Bart Slegers als de brute commandant en Meral Polat als de kordate Conchita zijn even dwaas als cartoonesk. En zijn Don José is een typische Toorn-creatie: verwijfd, verwend en kinds. Hoogtepunten zijn, net als bij de kerstkraker Lang en gelukkig van twee jaar geleden, de zwijmelende rijmelarijen op bekende songs als Fever (‘Viezerd’) en Flipper (‘Kijk daar is Snorro’), met als ultieme levensles de smartlap Niemand laat zijn eigen paard alleen. De muzikale serenades krijgen body door het zeskoppige Mexicaanse restaurantorkest Mariachi Tierra Caliente.
Snorro haalt het qua dubbelzinnigheden niet bij de doldwaze sprookjesrevue Lang en Gelukkig, ook geregisseerd door Pieter Kramer. Maar hoe eerlijk is het elke familievoorstelling van het Ro Theater te vergelijken met deze ongeëvenaarde travestietenshow? Als de Mexicaanse verkleedcarrousel rond Snorro nog aan tempo wint, wordt deze sound of cactus net zo goed een ouderwets lollige avond vol hilarische maskerades.
Snorro, de gemaskerde held door het Ro Theater. Tekst: Don Duyns. Regie: Pieter Kramer. Gezien: 21 november, Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 7/2.