Angstaanjagend konijnendrama

RECENSIE, Karin Veraart op 23 februari '09, 16:51, bijgewerkt 23 februari 2009 16:51
Konijnen uit Cuniculus van het Stuffed Puppet Theatre.

Boven de grond woedt de oorlog. De konijnen, die permanent ondergronds zijn gegaan, horen het inslaan van de granaten, de overrazende vliegtuigen, langsratelende tanks. Ze zijn al lang niet meer boven geweest – met uitzondering van het moederkonijn, om het schaars wordende voedsel te verzamelen. Tijdens haar zware strooptocht is ze evenwel op een loslopend mannetje gestuit, en inmiddels heeft ze nog een konijnenmond te voeden.

Haar twee andere konijnenkinderen kunnen de komst van de nieuwkomer niet verkroppen en staan de baby naar het leven. Gelukkig voor het kleine mormel is er iemand die zich over hem ontfermt: een raadselachtige figuur die het midden houdt tussen mens en konijn, een rondborstige brildrager met vrolijk rode konijnenoren. Het is Neville Tranter, de poppenspeler van Australische origine die deze merkwaardige ondergrondse wereld schiep en er voorzichtig probeert deel van uit te maken.

Cuniculus heet de nieuwste voorstelling van zijn Stuffed Puppet Theatre, die de opening vormde van het Festival Poppen in Beweging van Theater Bellevue. Zoals altijd bij Tranter ziet het er fraai uit: de konijnen hebben prachtige, fonkelende ogen waarmee ze afwisselend schalks en ontroerend, maar ook soms bepaald angstaanjagend de donkere wereld inkijken. Als hun bespeler met ze praat, roddelt of zingt, hebben ze iets onmiskenbaar konijnerigs; maar op het moment dat hij ze even met rust laat, is er in hun koppen ook zeker iets menselijks te ontwaren.

Gaandeweg ontvouwt zich een wreed sprookje over een samenleving die veel weg heeft van die erboven met haar oorlog; indirect weliswaar, maar dusdanig dat deze gekke, boeiende voorstelling je toch met een wat onbehaaglijk gevoel het theater doet verlaten.

Een stuk dat nog wat langer doorloopt dan het festival is Hysteria van Theatergroep Winterberg. (Poppen-)speelsters Meike van den Akker en Marlyn Coetsier bogen zich over het fenomeen hysterie in de 19de eeuw, aan de hand van de toenmalige praktijken van de Franse neuroloog Jean-Martin Charcot. Van den Akker, Coetsier en hun poppen geven op geestige maar vaak ook schrijnende wijze gestalte aan de vrouwen die destijds slachtoffer werden van een maatschappij die niet wist wat ze met deze (over-)gevoelige dames aan moest.

Charcot blijkt hier een ijdele arts die zich inlaat met een van zijn mooie patiëntes – die overigens niet vies is van zijn avances. Deze verhaallijn (de tekst is van Annemarie Slotboom) wordt uitgebreid met meer droeve casussen en opmerkelijke wetenswaardigheden over de behandelmethoden uit die tijd (de eerste dildo, een vibrerend bed). En zo leer je ook nog wat.

Cuniculus, 19/2; Hysteria 18/2 (try-out; nog te zien t/m 15/4); Festival Poppen in Beweging, t/m 26/2 in Theater Bellevue, Amsterdam.

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
Tags:
POPULAIR