Met Handwriting on the Wall treedt Iris Kensmil in de voetsporen van haar drie jaar jongere zus Natasja, die in 2003 al eens in Museum Jan Cunen in Oss exposeerde. De van oorsprong Surinaamse heeft op de bovenverdieping van het museum nu een duo-expositie met Wafae Ahalouch El Keriasti, in 2003 winnaar van de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst. Elk vulden ze één kamer van de bovenruimte. El Keriasti won de prijs destijds met grote, witte doeken die geënt waren op de thematiek van de zeven hoofdzonden. In Iris Kensmils tekeningen en schilderijen komen jeugdherinneringen en politiek samen. Ze verwijst niet alleen naar haar eigen verleden, maar ook naar postkoloniale onderwerpen en het zwarte zelfbewustzijn. Op de doeken, met titels als De bevrijding van Zwarten (2008), zien we sterke, zwarte mannen als Marcus Garvey en Martin Luther King, die in King Dead (2007) ligt opgebaard in zijn kist. Hoewel je het misschien niet zou zeggen, hebben Kensmil en El Keriasti toch iets gemeen. Ze werken beide vanuit een zeker sociaal, maatschappelijk engagement. In Oss draait alles om ‘macht’, ‘onmacht’ en ‘conflicten’. Blijkbaar een stokpaardje van museumdirecteur René Pingen. Dezelfde thematiek zagen we namelijk ook al bij de recente solo-expositie van Brits kunstenaar Graham Hudson, terwijl het museum onlangs ook nog een tanksculptuur van kunstenaar Axel van der Kraan aangekocht. Hoe het ook zij, Pingen heeft een goed oog voor kunstenaars die elkaar kunnen versterken. Kensmil en El Keriasti zijn een uitstekende match. Ook op persoonlijk vlak. Ze propten niet zomaar eventjes ieder een ruimte vol, maar hadden in de aanloop naar de duo-expositie intensief mailcontact. In die mails sloegen ze elkaar om de oren met citaten van grote denkers als King en George Orwell. De hamvraag is natuurlijk of die persoonlijke klik, gemeenschappelijke fascinatie en maatschappelijke betrokkenheid ook leidt tot een interessante duo-expositie. In dit geval wel. Uit de nieuwste schilderijen van Kensmil valt op te maken dat ze eindelijk een vorm heeft gevonden die past bij de kracht van haar boodschap. De doeken zijn nog steeds ‘warm’ van toon, maar rauwer dan voorheen en donkerder van kleur. De verfstreek is intenser, en de tekst ligt niet langer bovenop het beeld, maar is letterlijk in het beeld geïntegreerd (Kensmil schreef met verf in de voorstelling). De schilderijen zijn daardoor een stuk beter in balans dan vroeger. Het werk dat El Keriasti toont in de expositie Fighting Tempation doet in niets meer denken aan de schilderijen waar we haar van kennen. Het ligt stilistisch eerder in het verlengde van wat ze vorig jaar liet zien tijdens de Rijksacademie-expositie; installaties van vlakke, in mdf uitgezaagde figuren die staan opgesteld voor stripachtige wandschilderingen met doeken. Ze verbeelden symbolen van de macht zoals leeuwen, soldaten, dictator Jozef Stalin, en locaties van waaruit de macht wordt uitgeoefend, zoals kastelen. Door het stripdioom ziet het er onschuldig en sprookjesachtig uit, maar vergis je niet, in El Keriasti’s wereld zijn leiders geen mensen van onbesproken gedrag. Ze laten zich graag toejuichen door het volk en aanbidden door schalks geklede dames. El Keriasti wil er maar mee zeggen dat de scheidslijn tussen je verantwoordelijkheid nemen en je laten corrumperen door macht, uiterst dun is. Net zo dun als de scheidslijn tussen angst en bewondering. Macht leidt niet alleen tot aanzien, maar automatisch ook tot conflicten. Precies datgene wat Iris Kensmil ook al liet zien met haar betrokken schilderijen en tekeningen.
Iris Kensmil – Handwriting on the Wall. Wafae Ahalouch El Keriasti – Fighting Temptation Museum Jan Cunen in Oss, t/m 31 augustus.