Dirigent Jaap van Zweden.
Dirigent Jaap van Zweden. © ANP

Jaap van Zweden en Concertgebouworkest in grootse vorm

Concert (klassiek) - Sjostakovitsj en Prokofjev

Het Koninklijk Concertgebouworkest probeert ieder seizoen naast zijn chefdirigent (Daniele Gatti) de beste gastdirigenten te strikken. Maar de afgelopen jaren was er een wel heel opvallende afwezige in de gastdirigentenlijst. Jaap van Zweden, na nestor Bernard Haitink de bekendste Nederlandse symfonisch dirigent, had sinds 2008 het orkest niet meer gedirigeerd. Hij heeft nota bene een verleden bij het KCO: al op zijn 19de werd de toen-nog-violist concertmeester en werd de jongeling de schakel tussen orkest en dirigent - alsof hij net gedebuteerd bij FC Barcelona direct tot aanvoerder werd benoemd.

Sinds 2008, toen hij de Vijfde symfonie van Dmitri Sjostakovitsj dirigeerde, had hij niet meer voor het KCO gestaan. Sindsdien is Van Zwedens reputatie alleen maar gegroeid, met een benoeming bij de New York Philharmonic (waar hij in de zomer van 2018 begint als chef) tot gevolg.

Jaap van Zweden dirigeert het KCO. Sjostakovitsj en Prokofjev, met Denis Kozjoechin (piano). 17/4, Concertgebouw, A’dam. Herh. 18/5

Goed, in interviews deelde Van Zweden nog weleens wat subtiele sneertjes uit. Zelfs deze week zette de maestro het orkest nog even op zijn plaats door in Het Parool te stellen dat hij 'nul komma nul ambitie' heeft om er ooit chef-dirigent te worden. Maar dat hij nou zo lang moest ontbreken?

Bij zijn rentree, woensdagavond in een overvolle Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, trof hij een orkest met hooguit een handjevol musici die nog onder Van Zweden speelde toen hij concertmeester was. De dirigent had de Russische meesterpianist Denis Kozjoechin meegebracht om te soleren in het Derde pianoconcert van Sergej Prokofjev, na de pauze zou de Achtste symfonie van Sjostakovitsj klinken.

Direct werd duidelijk dat het een bijzondere avond zou worden. Het orkest reageerde scherp op Van Zwedens altijd heldere slag. Fraai waren de fijnzinnige tempofluctuaties in het pianoconcert, dat proto-Hollywood-achtig klonk en waarin Kozjoechin met veel joie de vivre soleerde.

Er werd met een warmte en glans gespeeld die beter past bij Mahler dan Sjostakovitsj

'Sjos 8', de oorlogssymfonie uit 1943, is een gewichtig stuk; donker en bij vlagen pijnlijk. Wat je op het strijkerscorps aan zou kunnen merken, is dat (met uitzondering van die van de diep ronkende bassen) de klank vaak naar het aangename neigde; er werd met een warmte en glans gespeeld die beter past bij Mahler dan Sjostakovitsj. Dat neemt niet weg dat het orkest in alle geledingen imponeerde - de trombonesectie verkeerde in grootse vorm, het samenspel van de houtblazers was soeverein. Van de vele solo's maakte die van fluitist Kersten McCall de meeste indruk.

Gelukkig hoeft het Amsterdamse publiek niet lang meer op Van Zweden te wachten. Volgend jaar keert hij terug bij het KCO voor de Achtste symfonie van Anton Bruckner.