Into the woods bezorgt de perfecte avond.
Into the woods bezorgt de perfecte avond. © Peggy de Haan

Into the woods bezorgt de perfecte avond

Musical - Into the woods (PIT Producties)

Producent Esther Maas heeft alle ingrediënten voor een perfecte avond gevonden. De cast is de complexe musical de baas, de regie laat de spelers tot het randje gaan, het decor vervalt niet in clichés en de vertaling is soepel.

Into the woods (*****), musical.
Door PIT Producties, muziek en liedteksten: Stephen Sondheim, script: James Lapine, vertaling: Jeremy Baker, muzikale leiding: Jeroen Sleyfer, regie: Gijs de Lange.
Oude Luxor Theater Rotterdam 20 februari.
Tournee tot half mei.

De meeste bezoekers die de musical Into the Woods van Stephen Sondheim en James Lapine voor het eerst zien, gaan er blind van uit dat het na anderhalf uur afgelopen is. In deze razendknappe hutspot van een aantal sprookjes van de gebroeders Grimm zien we na zes kwartier een happy end. De prins heeft zijn geliefde met de juiste schoenmaat gevonden, Roodkapje is blij omdat de wolf zijn verdiende loon heeft gekregen, en de bakker en zijn vrouw hebben hun liefste wens in vervulling zien gaan: ze hebben een kind gekregen. Mooi slotnummer, waarin iedereen gestructureerd door elkaar zingt en dan fijn naar huis.

Nee dus. De echte ellende in het bos begint pas in het tweede deel, als alle verworvenheden op de tocht komen te staan door een wraakzuchtige reus en iedereen elkaar de schuld in de schoenen probeert te schuiven. Het sprookjesbos wordt een etalage van slechte eigenschappen.

Into the woods is zowel een droom als een nachtmerrie voor een producent. Vind maar eens een cast, die van minimal music naar uiterst complexe patronen kan switchen en die moralistische ernst en komisch absurdisme kan doseren. En die ook nog eens perfect met elkaar moet samenspelen, want als er bij Sondheim een radertje hapert, dan dondert de hele machine in elkaar. Tot slot: hoe pak je het bosdecor aan zonder in clichés te vervallen? Esther Maas van Pit Producties is voor al deze examenonderdelen met vlag en wimpel geslaagd.

Het is echt smullen van Paul Groot, die als wufte prinselijke dandy door het bos fladdert; het is echt te gek hoe Elise Schaap van Roodkapje een stoere, punky meid maakt met vette danspasjes; het is genieten van het opgewonden bakkertje Wart Kamps; je hebt mazzel als je Lone van Roosendaal als tegenspeelster hebt, die met haar spellenigheid (en geweldige zangstem) zowel een warme moeder kan zijn, maar ook geil buitenechtelijk om de heupen van de prins hangt voor een vluggertje in het bos. Regisseur Gijs de Lange heeft er hogeschool-slapstick van gemaakt en heeft zijn spelers net tot het randje laten gaan.

En wie dacht dat deze productie nooit meer over het decor van de uitvoering uit 2003 - een openluchtvoorstelling in de bossen van Amersfoort - kon komen, heeft het ook mis. Het vijftienkoppige orkest staat pontificaal over vrijwel het gehele podium uitgestald, daartussendoor lopen de bospaadjes, het bos is een waaier aan touw, de koe van Sjaak (en de bonenstaak) staat op wieltjes en is van hout...., en het werkt allemaal. Zo simpel, zo low budget, zo creatief en inventief.

Tel daar de soepele vertaling van Jeremy Baker bij op ('Grootmoeder, wat heeft u grote jatten en wat heeft u een afschuwelijk grote, natte muil.') en de perfecte avond is compleet.