Go West
M. Hulshof, D. Roggeveen

Go West

Non-fictie - Kunst & Cultuur

How the City moved to Mr Sun

Vastgoeddromen en feng shui

Hoe de Chinezen zich door een industriële turbo-revolutie slaan en in mensenpakhuizen belanden. En: hoe corruptie, machtmisbruik en de welvaartskloof hun eigen tegenkrachten oproepen.

Terwijl west-Europa babyboomde, flower-powerde en verzorgingsstaten opbouwde, zuchtten de Chinezen onder Mao, om na diens dood door Deng Xiaoping een centraal geleid hyperkapitalisme te worden ingejaagd. Binnen één generatie schakelden miljoenen boeren om naar industrie en dienstverlening, gehuisvest in rondreizende containers, arbeidersbarakken of op zijn best een tweekamerflatje.

De razende verstedelijking van het Chinese platteland is het onderwerp van How the city moved to Mr. Sun, van VN-journalist Michiel Hulshof en architect Daan Roggeveen. Daarbij gaat het nu eens niet over Shanghai, Peking en de miljoenen-agglomeraties in de Pearl River Delta.

De auteurs, beiden gestationeerd in Shanghai, hebben dertien opkomende Chinese metropolen onderzocht. Ze volgden de richting van Xiaopings economische bewind. Om China's exploderende oostkust te ontlasten, kregen de middenprovincies al vanaf 2000 de opdracht om grootschalige zakendistricten in hun hoofdsteden in te richten, met hoge, compacte woon- en werktorens. Nu deze expansie in volle gang is, zijn ook de steden in het westen aan de beurt. In 2030 zal zeventig procent van de Chinezen stedeling zijn.

Twaalf hier onbekende multimiljoenensteden en een aspirant-metropool (de afgelegen Oeigoerenstad Kashgar, in het uiterste westen) kregen herhaaldelijk bezoek van de auteurs. Dat leverde indringende reportages op, en veel foto's die het weergaloze veranderingstempo illustreren. Winnaars en verliezers trekken voorbij: speculanten en ambtenaren, arbeidsmigranten en illegalen, wetenschappers en kunstenaars.

Zo is meneer Sun een eenvoudige post-communistische maïsboer. Net als honderdduizenden landgenoten moet hij in 1995 wijken voor de uitbreiding van een naburige stad, Shijiazhuang in zijn geval. Van de schamele 3.000 dollar compensatie bouwt hij eigenhandig een huis.

De helft daarvan verhuurt de zelfredzame boer aan straatarme arbeidsmigranten, en op het dak legt hij een moestuin aan. Op een foto uit 2009 kijkt hij hiervandaan trots in de camera. Achter hem: de golfbaan die vroeger zijn maïsveld was.

Nog datzelfde jaar moet hij opnieuw het veld ruimen, ditmaal voor een plan met dertig wolkenkrabbers. Het inmiddels jongbejaarde echtpaar Sun belandt zelf ook in zo'n toren, kilometers verderop. Comfortabel vinden ze het, maar ook 'een beetje eenzaam.' Shijiazhuang is hard op weg naar de drie miljoen inwoners.

De grote verdienste van dit boek is de wijze waarop elk verhaal is verweven met landelijke trends: de brute onteigeningen, de achterstelling van ontheemde bouwvakkers, de 'compounds' vol identieke appartementen, de nep-Europese architectuur voor de superrijken, de strijd om het milieu. Hulshof en Roggeveen plaatsen het lot van individuen in een onthullend panorama van feiten en cijfers.

Daarbij mijden ze de westerse neiging tot moraliseren. Hun registraties tonen vaak eerder de nuance, soms een paradox. Zo beschrijven de auteurs hoe de compounds met allerlei eigen voorzieningen toch weer dorpen vormen in de stad, zij het verticaal. Hoe de klassieke feng shui-inrichtingsprincipes soms vóór winstbejag gaan. En hoe speculatie de vastgoeddroom dreigt te verstoren.

Dit soepel geschreven, kleurrijke boek toont ook hoe een generatie Chinezen zich na het communisme herneemt, een industriële turborevolutie doorstaat en massaal in postmoderne mensenpakhuizen voortleeft. En hoe ze daarbij een werk- en levensdrift etaleren die Europa niet meer kent.