Hooguit genieten van het absurdistische tijdens nieuwe De Raaff-opera
©

Hooguit genieten van het absurdistische tijdens nieuwe De Raaff-opera

Robin de Raaff - La vie et mort d'Érard (Opera)

De huldiging van Feyenoord bracht Rotterdam maandag in extase, maar één partij zal er minder van hebben genoten. Dat gelijktijdig de Operadagen plaatsvonden (en vinden: tot 21 mei), sneeuwde nogal onder. Een gek gezicht was het, om maandagavond in de Doelen een vrijwilliger zijn Feyenoordtenue te zien omwisselen voor een festivalshirt.

Op het programma stond nota bene een nieuwe opera van de serieuze, Robin de Raaff (48), wiens idioom sterk geworteld is in het modernisme.

De Raaffs La vie et mort d'Érard is een monodrama gebaseerd op brieven van de succesvolle pianobouwer Sébastien Érard (1752-1831). Maar het is niet Sébastien die in het stuk centraal staat; het gaat vooral over Pierre Érard (1794-1855), het neefje dat de succesvolle firma uitbouwt met een Londens filiaal. Als een van de belangrijkste pianovernieuwers van zijn tijd, nodigt Pierre Érard de beroemdste componisten en pianisten uit op zijn chateau. Daar kun je zomaar Gounod, Meyerbeer, Berlioz of Ambroise Thomas aan tafel verwachten.

Origineel perspectief

Robin de Raaff en librettist/dirigent Maarten van Veen kozen een origineel perspectief: het verhaal over de pianobouwers wordt verteld door Camille Érard, de vrouw van Pierre. In de eerste akte treurt ze om haar overleden man. Op de grond liggen de vele brieven die Sébastien en Pierre elkaar hebben geschreven. De Raaff schreef driftig schurende noten, die werden afgewisseld met korte fragmenten van de muzikale gasten van de Érards: Liszt, Rossini en Wagner.

Maar het was even slikken toen Camille, gezongen door sopraan Rianne Wilbers, het woord nam. De masterstudent aan het conservatorium van Tilburg klonk niet alleen in alle registers onzeker, pijnlijk was dat haar zang werd versterkt, wat in de in omvang bescheiden Jurriaanse Zaal niet nodig zou moeten zijn. Het achtkoppige Doelen Ensemble (met een Érard-vleugel uit 1881, dus van lang na de dood van Pierre Érard) ging er harder door spelen, wat Wilbers al helemaal uit balans bracht.

Zou de opera overtuigen als hij wel onder de ideale omstandigheden wordt opgevoerd?

Zou de opera overtuigen als hij wel onder de ideale omstandigheden wordt opgevoerd? De tekst is grotendeels Franstalig en maakt gebruik van poëzie van Alphonse de Lamartine. Maar het Nederlandstalige gedeelte vormt daarmee een te groot contrast en is bovendien te flauw voor woorden. Het spel van acteur Abel de Vries is zo lollig als een groep-8-musical. Neem de tafelschikkingsscène: 'Gounod eet geen haricots' - rijmen op niveau, hoor. Door zulke teksten te horen in combinatie met de afstandelijke muziek van De Raaff, kun je hooguit genieten van een absurdistische sensatie.