Een man als Daan - Rudie van Meurs
Een man als Daan - Rudie van Meurs ©

Het verhaal van de arbeider in de twintigste eeuw

Boek (non-fictie) - Een man als Daan

Via het levensverhaal van zijn buurman geeft journalist Rudie van Meurs inzicht in een eeuw waarin alles verandert voor de arbeiders. Daan van Horssen werkte in een steenfabriek in de Betuwe en werd een bevlogen aanvoerder van de arbeidersklasse.

Non-fictie

Rudie van Meurs

Een man als Daan

Bas Lubberhuizen; 239 pagina's; euro 19,99.

De steenfabrieken in Betuwse plaatsjes als Heesselt en Herwijnen zijn allang gesloten. Distels en zuring overwoekeren de plekken waar nog geen honderd jaar geleden arbeiders zich elke ochtend verzamelden voor een lange werkdag op de fabriek.

Mannen uit de kleine huisjes achter de dijk, waar ze met hun grote gezinnen woonden. Mannen met veel plichten en weinig rechten. Mannen zoals Daan van Horssen (1902-1988), die in de steenfabriek van Herwijnen werkte.

Journalist Rudie van Meurs was de buurman van deze Daan en heeft nu diens leven te boek gesteld: 'Het verhaal van Daan gaat over het eenvoudige, sobere leven van een arbeider in een eeuw waarin alles verandert en voorbijgaat.'

Van Meurs zelf blijft na een korte inleiding buiten beeld in de reconstructie van Daans leven, die zoveel mogelijk op feiten is gebaseerd. De schrijver veroorlooft zich alleen zo nu en dan een poëtische formulering: 'Daan is de laatste die het land gezien heeft zoals het moet zijn geweest: stil, verlaten, geheimzinnig en onwaarschijnlijk ver.'

Daan is de oudste in een gezin van negen kinderen. Zijn moeder is altijd zwanger, zijn vader werkt op de steenfabriek in het kader van de 'werkverschaffing', volgens Daan een eufemisme voor armenzorg. 'De machines zijn stilgezet en in plaats daarvan mogen armen en werklozen met schoppen en kruiwagens het werk doen en de regering helpen op uitkeringen te bezuinigen.'

Sociale mobiliteit

Door het beschrijven van Daans bescheiden leven geeft Van Meurs inzicht in het grotere verhaal van de twintigste eeuw

Daans vader is de gedroomde arbeider: 'een deemoedig christen die niet vraagt, niet eist maar aanvaardt'. Zes dagen per week onderwerpt hij zich aan het zware, slecht betaalde werk, onderwijl vernederd door zijn baas, de notabelen in het dorp en de rijke boeren uit de omgeving.

Daan, die eenzelfde lot wacht, heeft zijn bedenkingen bij de onrechtmatige manier waarop ze behandeld worden. Als hij als jonge jongen een toespraak van de politicus Domela Nieuwenhuis bijwoont, leert hij dat er een politieke stroming bestaat waarin zijn verontwaardiging over sociale ongelijkheid weerklank vindt: het socialisme. Daan wordt lid van de SDAP, de voorloper van de PvdA en mengt zich, ondanks veel tegenwerking, jarenlang in de gemeentepolitiek. Hij is de bevlogen aanvoerder van de arbeiders in de klassenstrijd tegen de kapitalisten.

Door het beschrijven van Daans bescheiden leven geeft Van Meurs inzicht in het grotere verhaal van de twintigste eeuw, waarin de arbeidersklasse een stuk mondiger werd en de sociale mobiliteit toenam. Zelfs in een geïsoleerd Betuws dorp.