©

Gedichten die blijven zweven: achter het IJzeren Gordijn van voor 1990

Boek (poëzie) - SIGINT (Ken Babstock)

Een gedicht is als een papieren vliegtuig. De vaak enige vlucht is een langgerekte, uitgestelde val. Het vouwwerk landt met een zucht onder de bank om daar met gebroken neus te blijven liggen.

SIGINT

Poëzie
Ken Babstock
Uit het Engels vertaald door Jeske van der Velden
Perdu, Poeziëcentrum Gent, Terras; 96 pagina's; euro 19,90

De gedichten in SIGINT blijven zweven. Ze vormen elk het verslag van een moment in de lucht, vanaf 1970 - het geboortejaar van de Canadees Ken Babstock - tot 1990. De bundel beslaat twintig jaar van gesignaleerde vluchten, ofwel gedichten. Samen vormen ze een reis boven obscuur klinkende plaatsen achter het IJzeren Gordijn van voor 1990, zoals Krasnokamensk, Kirensk en Krasnojarsk. De gedichten zijn fragmentarisch van opbouw, maar van een consistente eenheid in vorm, toon en stijl. De geest van een verloren enkeling komt erin naar voren. Babstock vouwt zijn vleugels nauwkeurig en bereikt met gemak de hemel achter het plafond:

Iedereen denkt Heer in relatie

tot dieren. Tot het stoffelijke, misschien, vaak

uur na uur. Eeuwige strijd,

hij om kroosjes en mensen daar bijna

met ons. Nu

denk ik na. Hoe prachtig haar ware

vorm kan worden. Noch alleen

noch volledig met hen, in balans

naakt, nat en gekwetst.

Lawaaiige take-off helpt niet te denken

in mauve, roze en zilverend blauw.

De eerste ster, vleugellicht in de gemerkte mond, snikt.

Nacht. Tien minuten na opstijgen vanaf Biejsk, 11 september 1971.