Robothoofd Joey Chaos van Hanson Robotics, Plano, Texas. Uit 'Humanoid'.
Robothoofd Joey Chaos van Hanson Robotics, Plano, Texas. Uit 'Humanoid'. © Max Aguilera-Hellweg

Fotograaf legt mensrobots prachtig én onrustbarend duister vast

Boek (fotografie) - Max Aguilera-Hellweg, Humanoid

De foto's die Max Aguilera-Hellweg heeft gemaakt van mensachtige robots zijn tegelijk prachtig en onrustbarend duister. 'Humanoid' is meer dan een fotogalerij van levensechte mensrobots.

De uncanny valley heet het, het ongemakkelijke gebied waar mensachtige robots levensecht lijken, maar toch ook duidelijk nog geen mens zijn. De term werd in 1970 voor het eerst door de Japanner Masahiro Mori gebruikt, en geeft aan hoe angst, walging en afkeer het bij de toeschouwer winnen van affectie als robots te levensecht worden. Pas als de machine niet meer van echt te onderscheiden is, verdwijnt de gruwel.

Voorbij de enge vallei is waar de Amerikaanse fotograaf Max Aguilera-Hellweg (ooit de assistent van Annie Leibovitz met werk in Rolling Stone, National Geographic Magazine, New York Times, Esquire, Life) zijn materiaal voor Humanoid zocht. Het boek wil duidelijk meer zijn dan een fotogalerij van levensechte mensrobots. Aguilera-Hellweg is ervan overtuigd dat de speurtocht naar mensachtige machines meer dan alleen fotogenieke techniek oplevert. Het leert ons ook wat het betekent om mens te zijn. 'Soms is de robot de regisseur die de toeschouwer laat vergeten dat die tegen een machine praat.'

Aguilera-Hellweg besloot na een fotoreportage over neurochirurgen geneeskunde te gaan studeren, dat bepaalt zichtbaar zijn blik

Max Aguilera-Hellweg
Humanoid
Fotoboek
Blast Books; 95 pagina's; euro 41,95.

Een fotoboek vol mensmachines is tegelijk ook een ongemakkelijke paradox. De machines die de fotograaf in labs in Japan, de VS, Duitsland en Frankrijk vastlegt, worden pas levensecht als ze bewegen en praten. Het moet de reden zijn dat Aguilera-Hellweg veel aandacht heeft voor de plekken waar de machine toch door de menselijke voorkomens heen breekt. Waar mogelijk zijn de pruiken voor de foto weggehaald, zien we een ritssluiting waar de rubberen huid voor reparaties open moet kunnen en steken her en der draden en luchtslangen uit losse koppen, alsof het ingewanden zijn. Hoogtepunt is de losse mond van de Universiteit van Osaka, die natuurgetrouw praat, aangedreven door een bak elektronica, twee luchtcylinders als longen en kunstmatige stembanden.

De voorliefde voor haast medische details is geen toeval, waarschijnlijk. Aguilera-Hellweg is een getraind medisch fotograaf, die zelfs ooit na een fotoreportage over neurochirurgen besloot geneeskunde te gaan studeren. Dat bepaalt zichtbaar zijn blik.

Vooral de Japanse robotbouwers kennen een lange traditie van zo levensecht mogelijke mensrobots. De gedachte daarbij is dat ze alleen goed in een menselijke omgeving kunnen functioneren als de mensen dat toelaten. Oogcontact en non-verbale communicatie zijn daarbij de sleutelfactoren.

Of het zover al werkelijk is, laat zich raden. De fotografie van Aguilera-Hellweg is tegelijk prachtig maar ook onrustbarend duister. Zelfs de babyrobot CB2 van het Asada Laboratorium in Osaka, die bedoeld was om een machine te leren kruipen, heeft tegen de inktzwarte achtergrond iets onheilspellends. Te wit, te wezenloze uitdrukking, te grote ogen. De kabelboom die ergens halverwege de rug naar binnen gaat, helpt ook niet echt om hem schattig te vinden.

Aguilera-Hellweg wist niet zeker wist of hij de robot zag spreken of de man

Hiroshi Ishiguro is zonder twijfel de beroemdste bouwer van mensachtige robots. De hoogleraar in Tokio construeerde jaren geleden een robot naar zijn evenbeeld. Met verbluffend resultaat. De professor stuurt de pratende en bewegende pop tegenwoordig geregeld naar conferenties waar hij het zelf te druk voor heeft. Op de foto's staart deze HI-1 (nul is Ishiguro zelf) somber voor zich uit, levensecht op de rits in zijn achterhoofd en de drukknopen voor zijn pruik na.

Het verhaal van Ishiguro illustreert misschien ook wel het beste hoe gecompliceerd de relatie mens-machine in werkelijkheid is. Driemaal ontmoette Aguilera-Hellweg hem, en driemaal was hij in de war. Eerst om de gelijkenis van robot en mens. Toen omdat hij niet zeker wist of hij de robot zag spreken of de man. En ten slotte om de bekentenis van de echte Ishiguro dat hij onlangs plastische chirurgie had laten plegen om meer op zijn machinale tweelingbroer te lijken. Ook vanwege een al te menselijke midlifecrisis, overigens. Maar wel de omgekeerde wereld.