Het vogelhuis, Eva Meijer.
Het vogelhuis, Eva Meijer. ©

Eva Meijer zet verloren vogelvriendin op natuurlijke wijze neer

Boek (fictie) - Het vogelhuis

Eva Meijer heeft een blikverruimende roman gesponnen rond een vrouw die van vogels houdt.

De 'vogelvriendin' wordt op natuurlijke wijze, zonder excentriciteit of activisme, neergezet.

Een kwestie van gradaties, noemde Charles Darwin het verschil tussen mensen en andere dieren. Voor velen is het moeilijk te geloven dat het verschil niet groter is. Het blijft voor de mens toch lastig om zich in niet-mensen te verplaatsen. Soms kunnen schrijvers een beetje helpen het vigerende ongeloof wat verder op te schorten, door de aandacht waarmee ze naar dieren kijken. Dick Hillenius en G. Brands konden het, Tijs Goldschmidt kan het. Jan Hanlo maakte bandopnamen van merelzang en hield in zijn dagboek bij hoe in zijn Valkenburgse poortwachtershuisje een wesp vlekken bleek te verwijderen.

Uit Hanlo's bundel met kort proza In een gewoon rijtuig (1966) kende ik ook de naam Len Howard (1894-1973) die in haar huisje in Ditchling, Sussex gedurende 35 jaar vogels bestudeerde - hun interactie, zang, hun spelletjes en rituelen - en daarover in de jaren vijftig twee populaire boeken publiceerde, Birds as Individuals en Living with Birds.

Fictie

Het vogelhuis (****), Eva Meijer. Cossee; 285 pagina's; euro 18,95.

Tussen de koolmezen, kraaien en tjiftjaffen in Ditchling maakt ze al snel vrienden

Over het leven van deze vogelvriendin, die door de velden placht te lopen met vogels op haar armen en hoofd, schreef Eva Meijer (1980) de roman Het vogelhuis. Ze koos het perspectief van Len zelf, het meisje uit Wales dat net als haar vader van vogels hield en in 1938 een carrière als violiste in een Londens orkest opgaf om haar intrek te nemen in de primitieve blokhut nabij Brighton, die ze nauwelijks meer zou verlaten.

De aantrekkingskracht van de roman schuilt in de rust die Meijer tentoonspreidt. Geen activisme of excentriciteiten. De ommekeer ergens midden in Howards leven verandert, voor de lezer van Het vogelhuis, van een terugtrekkende beweging in een thuiskomst.

De jonge Len (van Gwendolen) heeft maar moeite om zich aan iemand te hechten, en voelt zich in het gewemel van Londen verloren (na een paar dagen vergeefs wachten op de schilder Thomas, een prille geliefde: 'Mijn lichaam was nooit eerder zo onaangeraakt'), maar tussen de koolmezen, kraaien en tjiftjaffen in Ditchling maakt ze al snel vrienden. En ze leert hun ook gedrag aan; als koolmees Ster een nootje wil, moet ze eerst met haar snavel tegen het kozijn tikken, even vaak als Howard voordoet.

In Moskou heb je een groep intellectuele zwerfhonden die geregeld de metro neemt

Fictie

Dierentalen, Eva Meijer. ISVW; 176 pagina's; euro 17,50.

Om haar heen is het oorlog (twee keer), vriendinnen krijgen kinderen of gaan scheiden, maar het leven lijkt voor Len pas kleur te krijgen als ze de deur van haar huisje dichttrekt en zich overgeeft aan de bestudering van alles wat in en uit 'het vogelhuis' fladdert, van de mussen tot de zwaluwen die 'de wereld vliegend begrijpen'.

Bezoek, zelfs als het de postbode is met fanmail voor de geliefde schrijfster, is vervelend, want dat hebben de vogels liever niet. Het lukt Meijer om haar hoofdpersoon zo natuurlijk te laten praten en denken, dat ook de lezer stilaan iedereen die het waagt aan te bellen als een indringer ziet.

Intussen werkt Meijer ook aan een proefschrift, 'over de politieke stem van het dier'. Wat ze daarmee bedoelt, en met de communicatie van dieren en hoe je die kunt waarnemen, legt ze uit in het essay Dierentalen, dat een groot aantal wetenswaardigheden bevat: penseelaapjes laten elkaar uitpraten, een stad heet bevolkt te zijn door mensen maar dieren wonen er welbeschouwd net zo goed, en in Moskou heb je een groep intellectuele zwerfhonden die geregeld de metro neemt naar het centrum omdat daar meer voedsel is.

Het is, als je het aandurft je blik te verruimen, slechts een kwestie van gradaties.