Desirée Dolron, Gaze study #15, 1998.
Desirée Dolron, Gaze study #15, 1998. © Desirée Dolron

De solotentoonstelling van Desirée Dolron is verwarrend

De foto als psychologische staat van zijn of hoe je het ook noemen wil, dat heeft Dolron verder uitgediept. Maar wat hier aan de muren van Singer Laren hangt, is zo leeg en levenloos.

Desirée Dolron
Fotografie
Singer Laren
t/m 14/5
Publicatie €75

De solotentoonstelling van Desirée Dolron (1963) in Singer Laren is verwarrend. Het is een reis langs de belangrijkste ontwikkelingen in haar bijna dertigjarige oeuvre. Daarnaast is het een manier een wonderlijk statement te maken. Of is dat niet de reden dat ze het werk van twee in hun tijd miskende schilders uit de collectie van het Singer een prominente plek heeft gegeven in haar expositie? Maar dat komt zo.

Eerst dat oeuvre. Dolron neemt een aparte plek in binnen de Nederlandse fotografie. Ze vermengt reisreportages met verstild werk dat grotendeels tot stand komt in de computer. In Laren is goed te zien hoe die voortgang verliep.

De serie Exaltation (1991-1995) is de oudste die hier hangt. Dolron reisde naar India, Thailand, Pakistan, Marokko en de Filipijnen, waar ze getuige was van religieuze rituelen die mensen in extase brengen. Ze steken prikkers door hun lip, hangen haken in hun vlees, slaan hun ruggen tot pap. Dolron legde alles vast, maar wel op zo'n manier dat je meteen ziet dat het meer is dan alleen documentaire. De sepiatonen, de geheimzinnige rook, de weggedraaide ogen: het is duidelijk dat de fotograaf beelden wilde maken die eerder een gemoedstoestand weergeven dan dat ze de kijker de werkelijkheid voorschotelen.

De foto als geestesgesteldheid of psychologische staat van zijn of hoe je het ook noemen wil, dat heeft Dolron verder uitgediept. Ze dompelde mensen onder water en legde hun serene gezichten vast. Ze fotografeerde archaïsch geklede vrouwen in statige vertrekken, portretteerde bleke, uitdrukkingsloze gezichten en ensceneerde bijbels aandoende taferelen.

Wat hier aan de muren van Singer Laren hangt, is zo leeg en levenloos

Het leverde haar veel aandacht op, van het Amsterdamse Rijksmuseum, bijvoorbeeld, en van buitenlandse verzamelaars, bij wie haar bloedserieuze, schilderachtige stijl in de smaak viel. Dat is fijn, maar het is de vraag waarom. Want wat hier aan de muren van Singer Laren hangt, is zo leeg en levenloos. Alle ruis is eruit verdwenen. Wat is overgebleven, is niet de essentie van het menselijk bestaan; het is strakgetrokken wezenloosheid. Alsof je naar geësthetiseerde wezens uit een computerspel staat te kijken.

Dan de staart van de tentoonstelling. Die bestaat grotendeels uit schilderijen van naakte vrouwen van Jan Sluijters en Leo Gestel. Krachtige, expressieve doeken zijn het. Maar dat lijkt niet de reden dat zij ze uitzocht. De nadruk wordt gelegd op de afwijzing die beide heren ontvingen van onder andere het Stedelijk Museum Amsterdam: hun werk werd gezien als 'onbehoorlijk' en 'aanstootgevend'. Vereenzelvigt Dolron zich met hen? En zo ja, waarom? Het wordt niet duidelijk. Wat, waarschijnlijk onbedoeld, wel duidelijk wordt, is hoe groot de afstand is tussen de gevoelvolle schilderijen van Sluijters en Gestel en haar eigen koelbloedige werk.