De fietsrepubliek
Pete Jordan

De fietsrepubliek

Non-fictie

De fietsrepubliek

Amerikaanse immigrant schrijft ode aan onze hoofdstedelijke fietscultuur

Op 18 juli 1942, zaterdagochtend om elf uur, ontving de Amsterdamse burgemeester Voûte een telegram vanuit Den Haag. Hij moest vóór dinsdagavond achtduizend herenfietsen in beslag nemen, en overdragen aan het Duitse leger. Het gemeentebestuur, dat niet onder het bevel uit kon, besloot om maandagmorgen vroeg de Amsterdamse fietsenstallingen leeg te laten halen.

Maar het bevel lekte uit. Tegen de tijd dat de politie arriveerde om fietsen te jatten, waren de meeste stallingen al leeg. Iedereen hielp iedereen zijn fiets te verstoppen. Ook alle volgende pogingen om aan het Duitse bevel te voldoen, faalden jammerlijk. En het psychologisch effect was enorm. 'Vermoedelijk', schreef een Duits officier, 'heeft geen enkele Duitse maatregel tot een zo sterke verbittering in alle lagen van de bevolking geleid.' In een ander Duits document wordt de enorme commotie met verbazing afgezet tegen de 'bijna angstwekkende kalmte' waarmee de inwoners reageerden op het doodschieten van vijf gijzelaars. Voor Amsterdammers is de gestolen fiets sindsdien hét symbool voor de bezetting. Die fietsen moeten nog steeds terug. Toen voetbalclub FC Amsterdam in de jaren zeventig met de bus door de stad Keulen reed, liet een van de spelers, Frits Flinkevleugel, halt houden bij een langs de straat geparkeerde fiets. Hij stapte uit en sleurde de fiets de bus in: 'M'n opa vroeg me nog zijn fiets mee terug te nemen'.

Een Amerikaanse immigrant die verliefd is op Amsterdam en helemaal wég is van fietsen, en die een boek schrijft over de Amsterdamse fietscultuur. Dat lijkt een recept voor mislukking. Voor een lofzang op grachten, tulpen en fietspaden. Maar Pete Jordan slaagt met vlag en wimpel. De fietsrepubliek is een onderhoudende studie van de Amsterdamse fietscultuur. Jordan heeft zich vol overgave door stapels kranten en vele archieven geworsteld, en het resultaat is de eerste echte geschiedenis van de unieke relatie tussen de Nederlander en zijn fiets. Een liefde die opbloeide vlak na de Eerste Wereldoorlog, toen ons land overspoeld werd met spotgoedkope Duitse fietsen. Al enkele jaren later kwamen toeristen zich vergapen aan het spektakel van honderden fietsers die zich door de nauwe Amsterdamse straten wurmden. (Waarbij de filosoof Ortega y Gasset klaagde dat hij daardoor in Amsterdam steeds tegen ontblote damesdijen moest aankijken.)

Beginnend bij de fietsschool Velox (nu het Zuiderbad) komt Jordan, via die Spaanse zuurpruim, langs de Duitse bezetting, om dan even halt te houden bij het wittefietsenplan van Roel van Duijn (dat nooit van de grond kwam, maar wereldwijd een bron van inspiratie was). Daarna gaat het verder naar de massale fietsdemonstraties van de jaren zeventig, toen fietsend Amsterdam de stad terug wist te veroveren op de auto. En natuurlijk komen we ook langs de nu al een eeuw durende strijd rond het fietspad onder het Rijksmuseum. Wie De fietsrepubliek gelezen heeft, bekijkt die voortslingerende massa's fietsers in de Amsterdamse straten voortaan met andere ogen. Met een gevoel van trots. En hij weet zeker dat er onder het Rijksmuseum altijd een fietspad zal zijn.