Bob Dylan tijdens een concert in 2012
Bob Dylan tijdens een concert in 2012 © EPA

Bij vlagen bewijst Bob Dylan zich als werkelijk groot performer

Concert (rock) - Bob Dylan

Zo heel veel is het programma waarmee Bob Dylan dezer dagen in de Amsterdamse AFAS Live staat niet veranderd ten opzichte van anderhalf jaar geleden. Ook in Carré wisselde hij liedjes uit het Great American Songbook af met vooral recent eigen repertoire. Maar de warmte van het Koninklijk theater ontbreekt zondag tijdens de eerste van drie concerten in wat voorheen de Heineken Music Hall heette.

Bob Dylan

Bob Dylan. AFAS Live, Amsterdam, 16 april. (Vanavond en morgen ook aldaar)

Dat ligt voor een deel aan de kou van de hinderlijk blazende airco in de zaal zelf, maar ook aan de setting waarmee de bijna 76-jarige Dylan de laatste tijd op het podium staat. Die leent zich met staande bas prima voor theaters met pluche maar minder goed voor grote hallen als AFAS Live. Het duurt zondag even voordat de immer voortreffelijke band een beetje klinkt, terwijl ook Dylan zelf in het openingsnummer Things Have Changed nauwelijks verstaanbaar is.

Staand achter een grote vleugel, hamert hij wat onbestemd klinkende akkoorden. 'I used to care, but things have changed', klinkt het bijna pesterig. Die geveinsde desinteresse is al jaren even irritant als intrigerend. Irritant omdat we toch graag klassieke liedjes als Tangled Up In Blue of Don't Think Twice, It's All Right in een versie zouden horen die herkenbaar is aan meer dan aan de tekst.

Hij gaat zijn oude nummers net zo onderzoekend te lijf als het repertoire van Frank Sinatra

En intrigerend omdat het Dylan natuurlijk allemaal wél interesseert. Zijn Never Ending Tour is al sinds 1988 onderweg alleen maar omdat hij daar echt aardigheid in heeft. Die soms hinderlijk gewijzigde arrangementen, (Desolation Row is behalve getransformeerd tot een pianoblues ook nog eens met de helft ingekort) moeten het voor hem leuk houden.

Hij gaat zijn oude nummers net zo onderzoekend te lijf als het repertoire van Frank Sinatra, waarmee hij zijn laatste drie albums vulde. Maar liedjes als All Or Nothing At All en Autumn Leaves worden zondag wel met veel meer eerbied, en ook mooier gezongen dan zijn eigen oude werk.

Vreemd genoeg negeert hij zijn net verschenen driedubbel-album Triplicate met standards volledig. Maar het is zoals hij voor het crooners-gedeelte van zijn set steeds achter zijn vleugel vandaan komt, de microfoonstandaard pakt en echt zijn uiterste best doet de lange noten aan te houden.

Niet het klassieke eigen werk (rommelig), en ook niet de Sinatra-liedjes (aardig maar minder sfeervol dan op plaat) vormen het hart van zijn concert. Dat doen de zes gespeelde liedjes van zijn meest recente album met eigen werk, het Nobelprijs-waardige Tempest uit 2012. Tijdens de sleazy swing in Duquesne Whistle en de slepende blues van Scarlet Town komt Dylan pas echt tot grote hoogten. Dan zingt hij eindelijk echt verstaanbaar en bewijst hij zich werkelijk als een groot performer. En voel je eindelijk iets van warmte.