Het kwaad en ik
Colet van der Ven

Het kwaad en ik

Non-fictie

Barre staalkaart van klein en groot kwaad

Reportages en essays over het kwaad

De zoektocht van journalist Colet van der Ven naar de wortels van het kwaad levert intrigerende inzichten op over wrok en het vernietigende effect van vernedering.

Eind december rijden mijn man en ik weg van het barre 2015, het jaar waarin mijn zus overleed. Een gebeurtenis die vrijwel meteen verbleekte tegen de achtergrond van de aanslagen in Parijs de dag daarop, alsof het jaar op de valreep nog een boog terug wilde spannen naar het begin, de aanslagen op Charlie Hebdo. Het jaar van de hoaxes, de massahysterie en de aanval op de empathie.

Op de achterbank ligt tussen knusse eindejaarsspulletjes Het kwaad en ik van Colet van der Ven op lezing van het laatste hoofdstuk te wachten. Terwijl we langs sneeuwloze bergen razen, speelt een uitspraak van een personage uit een verhaal van Isaak Babel door mijn hoofd: 'De mensen zijn goed, maar er is ze verteld dat ze slecht zijn en dit zijn ze gaan geloven.' In de verte schemert de berg met het Adelaarsnest. Ineens besluiten we om deze plek te bezoeken. Maar het Adelaarsnest oftewel het Kehlsteinhaus (waar tegenwoordig een restaurant zit) en ook het informatiecentrum blijken gesloten. We rijden terug naar het lagere deel en maken een wandeling. De zon schijnt alsof het lente is.

Mijn man vertelt over zijn vader die zich in de Tweede Wereldoorlog aansloot bij de partizanen, en over diens vermoorde ouders. In het nabijgelegen Berchtesgaden, geliefde plek van Hitler en hoge nazi-officieren, is nu een kerstmarkt. Op de wand van een gebouw zijn schilderingen aangebracht, van de Eerste tot en met de Tweede Wereldoorlog. Een afbeelding van een man in lederhose naast Christus. Een moeder die zich buigt over haar stervende soldatenzoon. Ik vraag me af hoe je je als bewoner van deze plaats nu moet en kan verhouden tot de geschiedenis die zo'n reusachtig kwaad met zich heeft meegebracht, en waar met iedere blik omhoog dat gebouw zich als een boze kroon aan je opdringt.

Persoonlijke zoektocht

's Avonds, in een hotelletje, de sfeervolle parafernalia bezwerend op de vensterbank, lees ik verder in Het kwaad en ik, door Colet van der Ven omschreven als haar persoonlijke zoektocht naar de wortels van geweld. Het boek waarin ze door middel van interviews, beschouwingen en autobiografische teksten antwoord probeert te geven op vragen als: 'Hoe komt het dat een kind uitgroeit tot dader van een geweldmisdrijf of zedendelict? Bestaat er verband tussen pesten en genocide? Wat is de relatie tussen taal en geweld? Wat zijn de mechanismen achter vernederen, pijnigen, moord en doodslag?'

Het boek is een reis langs de vele verschijningsvormen van het kwaad, vol gesprekken met mensen die met geweld te maken hebben gehad - als dader, slachtoffer, hulpverlener. De meningen van ervaringsdeskundigen en grote denkers over het kwaad, evenals van schrijvers en dichters als Primo Levi, Antjie Krog, Abel Herzberg, of Tzvetan Todorov (die in zijn boek Angst voor de barbaren schrijft dat werkelijke barbarij juist bestaat uit de ontkenning van het volledig mens-zijn van de ander), worden afgewisseld met beschouwingen en gesprekken met daders, korte ontboezemingen en persoonlijke reflecties.

Dat maakt het boek zowel inhoudelijk als stilistisch tot een staalkaart van de vele vormen en uitingsvormen van het kwaad en de vraag hoe we ons daartoe verhouden.

Wrok

Indringend en fascinerend zijn de passages die Van der Ven wijdt aan de wrok, de oudste en meest beklijvende der menselijke emoties, en het vernietigende effect van vernedering, die 'uitsluiting uit de menselijke familie' tot gevolg heeft (Avishai Margalit). Scherp in haar kritiek op Theodore Dalrymple en de bewieroking van zijn rol als profeet van de vrije wil en het fiere individualisme, kaart ze het gebrek aan volwassenheid in de westerse samenleving aan. Maar ja: 'Rijpe mensen zijn slechte vechters', stelt een militair nuchter vast.

Van der Ven wil het geweld, de wortels van het kwaad begrijpen. Niet om te vergoelijken, maar om tot een beter besef te komen van de oorzaken en omstandigheden waarin het rijpt, groeit, bloeit. Hoe gebrek aan wezensvormen van erkenning, of hoe omgevingen van kleurloosheid, mensonwaardige behuizing en afwezigheid van licht, lucht en ruimte, verschrikkelijke handelingen in gang kunnen zetten, waarbij ze veelvuldig reflecteert op begrippen als (keuze)vrijheid en onvrijheid. Gaandeweg lijkt haar respect te groeien voor het vermogen van de mens om het kwaad te overstijgen. Het geweten ontstaat in contact. Is een wederkerigheid, een voortdurende menselijke oefening.

Participerende journalistiek

Het is al 2016 als ik het boek uitlees op een dakterras in Kroatië, met een schapenvacht over mijn knieën. Even is er geen uitzicht. De omringende bergen worden door mist aan het zicht onttrokken. Het is iets kouder, maar niet te koud. In de verte klinkt nog wat vuurwerkgeknal. Met elke tekst roept Van der Ven tot het einde toe momenten en herinneringen op aan onze eigen relatie met en tot het kwaad. Door niet louter een analytische of filosofische benadering te kiezen wordt het participerende journalistiek, waarin het eigen ik en het eigen leven nadrukkelijk worden meegenomen en meegewogen.

Zo biedt Het kwaad en ik een barre menukaart van zowel het kleine, individuele kwaad als het grote georganiseerde, werpt het licht op de hiërarchieën, de vele verknopingen en vertakkingen.

Veelzeggend is de door Van der Ven aangehaalde uitspraak van W.F. Hermans: 'Men wreekt zich altijd in het leven, alleen meestal niet op de mensen die schuldig zijn.'