Marc-Marie Huijbregts en Matthijs van Nieuwkerk aan tafel bij De Wereld Draait Door.
Marc-Marie Huijbregts en Matthijs van Nieuwkerk aan tafel bij De Wereld Draait Door. © ANP

'De vrouw voelt zich niet thuis bij De Wereld Draait Door'

De overgrote meerderheid van de gasten bij De Wereld Draait Door is man. Het ontbreekt vrouwen kennelijk aan de vereiste bravoure, schrijft Debbie Appel.

De Wereld Draait Door (DWDD) is een mannenprogramma. Van alle gasten aan tafel bij DWDD is 77 procent man. In meer dan 20 procent van de  DWDD-uitzendingen zit geen vrouw aan tafel. Niet één. In eenderde van de uitzendingen is er slechts één vrouw te gast.

Uitzendingen zonder mannelijke gasten zijn er niet. Deze onevenwichtige verdeling van mannelijke en vrouwelijke gasten, gemeten in 228 uitzendingen, roept vragen op. Waarom zitten er zo weinig vrouwen in de uitzendingen? En zou de redactie meer vrouwen op de buis moeten brengen?

De Wereld Draait Door is een populair programma dat, gefinancierd met publiek geld, op primetime wordt uitgezonden. Er kijken 1,2 miljoen mensen naar, mannen en vrouwen. Volgens eindredacteur Dieuwke Wynia heeft het programma veel macht. Zij stelt in NRC Handelsblad (24/25 december 2011): 'Schrijvers zien hun oplages vertienvoudigen als ze bij ons geweest zijn.' Dat media macht hebben, is geen probleem; zonder mediamacht zou persvrijheid een wassen neus zijn. Maar de macht en invloed van een televisieprogramma als DWDD brengen evenzogoed verplichtingen met zich mee.

Niet zo leuk

Wynia geeft een verklaring voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen in DWDD: 'Vrouwen zijn niet zo leuk op televisie. Minder bravoure, bescheidener.' Eerlijk gezegd: het is wel herkenbaar. Vrouwen komen vaak slecht uit de verf in het programma en soms is hun bijdrage in de talkshow ronduit pijnlijk. Maar er zijn twee punten zorgelijk aan de conclusie van de eindredacteur: ten eerste dat de redactie zich zo makkelijk neerlegt bij het feit dat vrouwen nu eenmaal 'niet zo leuk zijn op tv'. En ten tweede dat kennelijk alleen het type mens 'onbescheiden en met bravoure' geschikt is voor DWDD. De redactie ontslaat zichzelf, op basis van twee zelfgekozen criteria, van verplichtingen die het programma wel degelijk heeft naar de samenleving.

Welke verplichtingen zijn dat dan precies? Er is de Mediawet, en - heel belangrijk voor een beroepsgroep die zichzelf reguleert - er is de eigen ethiek. In de Mediawet staat dat media 'voor iedereen toegankelijk' moeten zijn en dat media 'op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving' moeten geven. Ook de eigen ethische codes stellen dit. Persvrijheid is de basis van een vrije democratie, omdat media onmisbaar zijn voor een pluriforme samenleving. Democratie betekent namelijk niet: een monocultuur waarin elk mens hetzelfde is, of waarin simpelweg de meeste stemmen gelden. In een vrije samenleving geloven we juist dat uiteenlopende mensen en meningen bijdragen aan een betere wereld. Het programma schetst geen evenwichtig beeld van de samenleving. En door voornamelijk mannen aan het woord te laten, draagt DWDD niet bepaald bij aan pluriformiteit in meningen, ideeën en opvattingen.

Waarom zijn bravoure en onbescheidenheid eigenlijk zulke belangrijke criteria voor de DWDD-redactie? Volgens hoogleraar economie Deirdre McCloskey draaien mannelijke conversaties om het bepalen van hiërarchie. Vrouwen converseren om een band te smeden.

Bravoure

Bescheidenheid en gebrek aan bravoure zijn voor vrouwen dus handige eigenschappen. In The Argument Culture stelt Deborah Tannen van de Georgetown University dat het lijkt alsof we in het Westen vinden dat conflict een noodzakelijke en superieure manier van praten is. Kritische vragen stellen is een gewoonte geworden, de gangbare interviewstijl, een ritueel, in plaats van iets dat voortkomt uit oprechte verontwaardiging. Als het je lukt aan te tonen dat de ander ongelijk heeft, dan heb je gewonnen en is de discussie voorbij.

In zulke gesprekken is elke tactiek geoorloofd, ook verwarring zaaien, bluffen of zelfs liegen, aldus Tannen. Het ideaal van het debat is een oud democratisch ideaal: door debat kom je dichter bij de waarheid. Dat effect heeft het debat op dit moment lang niet altijd meer. Het debat wordt doel op zich, en wie wint, heeft gelijk.

De theorieën van Tannen en McCloskey zouden kunnen verklaren waarom Wynia mannen in DWDD 'leuker' vindt: het format is blijkbaar een mannenformat. En daarmee mist het succesvolle programma een kans om een waardevollere bijdrage te leveren aan de samenleving. Door te polariseren krijgen we geen bredere kijk op zaken, zeker niet wanneer dit tot gevolg heeft dat er maar één type mensen overblijft dat meepraat; namelijk degenen die houden van verbale wedstrijden. Pluriformiteit verkrijg je ook door mensen met verschillend temperament bij elkaar brengen.

Crowdsourcing

Buiten de televisiewereld heeft men dit al begrepen. Herman Wijffels brak als voorzitter van de Stichting Nederland in Dialoog een lans voor dialoog als alternatief voor 'discussie en debat, waar veelal het eigen gelijk voorop staat'. En in digitale sociale netwerken wordt erop vertrouwd dat veel mensen samen betere ideeën hebben dan één individu; dat uit crowdsourcing en co-creatie goede dingen ontstaan door het stapelen van ideeën, in plaats van het bestrijden van elkaars idee. Zonder dat er een taboe rust op het bestrijden van slechte ideeën, overigens.

Maar dat slechte idee wordt dan bestreden vanuit oprechte meningsverschillen, niet omdat het een ritueel is, of omdat deelnemers aan het gesprek zijn geselecteerd om elkaar te bestrijden.

De grootste nadelige bijkomstigheid van rituele verbale gevechten is volgens Tannen dat ze bijdragen aan een sfeer van vijandigheid in de samenleving die zich verspreidt als een virus. Het holt een gevoel van menselijke verbinding uit. DWDD loopt, als invloedrijk programma, het risico hieraan bij te dragen. Andere soorten gesprekken, waarbij de verbale strijd niet centraal staat, zouden dus welkom zijn. Misschien blijken gesprekken met slimme, grappige of alerte vrouwen dan wel 'leuk' genoeg te kunnen zijn voor de talkshow.

Andere oplossingen zijn natuurlijk ook mogelijk. Misschien vinden we die. Als iedereen meedenkt. De redactie van DWDD zou gezien de frequentie van uitzendingen, het grote aantal kijkers, het belastinggeld dat eraan besteed wordt en de macht die het programma volgens de eigen eindredacteur heeft zelf ook moeten willen nagaan waarom er zo weinig vrouwen in DWDD zitten. Om erachter te komen of er iets aan te doen is. Noblesse oblige.

Debbie Appel is politicoloog. Ze houdt zich bezig met de rol van de media binnen de democratie.