Weg met de deftigheid

De LPF introduceert de stijl van de commerciële tv op het Binnenhof. De LPF ís Big Brother: zet 26 willekeurig geselecteerde mensen in een fractie en volg ze de hele dag met camera's. De rest gaat vanzelf.

In de Easyjet naar Barcelona raakte Meindert Fennema, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, aan de praat met een exploitant van 0906-sekslijnen. Toen de man hoorde dat Fennema politicoloog was, veerde hij op. Hij vertelde dat hij lid kon worden van de Provinciale Staten in Zuid-Holland voor de LPF. En men had hem verteld dat hij daarvoor 29 duizend gulden zou krijgen in ruil voor een dag werken per maand. Dat leek hem wel wat.

De politicoloog moest de bijna-politicus enigszins teleurstellen. Wie het Statenlidmaatschap een beetje serieus neemt, en de stukken leest, is al snel een week per maand kwijt. 'Het gezicht van de man betrok een beetje', zegt Fennema. 'Ach, zei hij, eigenlijk is politiek ook niets voor mij.'

Het tekent de LPF, zegt Fennema. Een partij zonder structuur, zonder ideologische bedding, zonder geschiedenis en helaas ook zonder leider. De Tweede-Kamerfractie is een bijna willekeurig geselecteerd gezelschap, dat zichzelf plotseling terugvindt in het centrum van de macht, bijna 24 uur per dag gevolgd door de camera's. Deze week bezweek de fractie bijna onder de druk. Daarmee lijkt het populisme in Nederland al tot zelfontbranding over te gaan voordat het goed en wel van de grond is gekomen, zegt Fennema.

De LPF moet niet te snel worden afgeschreven, vindt daarentegen politicoloog Paul Lucardie van het Documentatiecentrum voor Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Elke nieuwe partij gaat vroeg of laat door een diep dal. Zelfs in het brave Gereformeerd Politiek Verbond werden in de jaren vijftig verhitte discussies gevoerd: moest het GPV streven naar regeringsdeelname of een getuigenispartij worden? In de jaren zestig werden in de Boerenpartij heftige ruzies uitgevochten, die uiteindelijk tot de afscheiding van Binding Rechts leidden. En ondanks hun leeftijd vochten de Kamerleden van de ouderenpartijen in de jaren negentig elkaar de tent uit.

Maar bij de LPF gaat het allemaal sneller, harder en intenser. De partij introduceerde de cultuur van de commerciële televisie op het Binnenhof. In 1995 baarde oprichter Batenburg van het Algemeen Ouderenverbond nog enig opzien toen hij zei dat Kamerlid Hendriks 'maar wat stond te bazelen'. LPF'er Eberhard spreekt gewoon van 'dikke lul', zijn compaan Winny de Jong noemde ex-minister Borst 'dat fossiel' en haar tegenstanders 'landverraders'.

De LPF is een partij van een nieuwe elite, zegt Fennema. LPF'ers zijn geslaagd in het vastgoed, de muziekindustrie of als uitgever van motorbladen. Tot voor kort waren ze uitgesloten van de macht, getuige de droevige carrière van Harry Mens bij de VVD. Ze werden een beetje ordinair gevonden door de gevestigde krachten, maar de LPF gaf de nieuwe elite een stem. 'Het gaat ze niet zo zeer om de macht, maar om de legitimiteit en de maatschappelijke standing. Ze bulken van het geld, maar worden toch nooit uitgenodigd voor de interessante feestjes', denkt Fennema.

Paradoxaal genoeg is de LPF ook een ode aan het amateurisme. Pim Fortuyn hunkerde naar de elite, maar verketterde haar ook. De macht moest naar het gewone volk, en naar de ondernemers, die met hun gezonde boerenverstand de maatschappelijke werkelijkheid heel wat beter inschatten dan de bureaucratische (linkse) elite. Maar de dans met de macht lijkt vooralsnog lastiger dan gedacht.

'De LPF-Kamerleden zijn mensen zonder enige ervaring, die bij hun economische activiteiten ook gewend zijn zonder veel scrupules te opereren', zegt Fennema.

Lucardie: 'Bij D66 vond in de jaren zeventig ook een hevige strijd plaats, waarbij het voortbestaan van de partij op het spel stond. Maar dat ging allemaal op een buitengewoon beschaafde manier. Bij de LPF zijn het meer de vrije jongens uit het nieuwe zakenleven. Die gedragen zich anders.'

Achteraf is het jaar 1989, toen de commerciële televisie in Nederland haar intrede deed, een waterscheiding geweest. De publieke omroepen wilden het volk verheffen, de commerciële omroepen proberen het slechts te reflecteren. Het heeft even geduurd, maar het publieke en politieke leven gaat niet meer door een filter van deftigheid en distantie. Op televisie wordt op directe en emotionele wijze met elkaar gecommuniceerd. Waarom zou dat in de politiek anders zijn?

De verwikkelingen van de afgelopen week zijn al vergeleken met een van de grote vernieuwingen van de commerciële televisie, de reality soap Big Brother. Volgens Meindert Fennema is het nog sterker: de LPF-fractie is Big Brother. 'Je sluit 26 mensen op in het parlement. Ze kennen elkaar niet en zijn bijna at random geselecteerd. Vervolgens worden ze de hele dag gevolgd door camera's. Dan zie je dezelfde spectaculaire verwikkelingen als in het Big Brotherhuis. Er ontstaat een strijd om hiërarchie en gezag. De bewoners die niets te vertellen hebben, komen in verzet tegen de bewoners die de dienst uitmaken.'

Fascinerend genoeg nam de politieke strijd ook de vorm van Big Brother aan, zegt Fennema: 'Wie is de volgende die er uit moet?' De overgebleven LPF-Kamerleden begonnen ook meteen met het ontruimen van de werkkamers van De Jong en Eberhard. Waarschijnlijk wisten ze helemaal niet dat ze hiermee ernstige inbreuk maakten op de Kamer-etiquette. De weggestemde BB-bewoners wandelen toch ook meteen met hun koffertje het huis uit?

Het gevecht ging ook gepaard met de karakteristieke psycho babble van de reality soap. 'Natuurlijk ben ik emotioneel, dat is ook goed', riep Winny de Jong. Met haar openhartige uitspraken over haar manisch-depressiviteit zou ze zo kunnen meedraaien in het circus van Endemol. 'Het is zeggen wat je denkt, heel direct en heel open. En meteen met je problemen naar de media. Dat heeft de crisis natuurlijk wel verergerd', zegt politicoloog Paul Lucardie. 'Het hoort ook een beetje bij het populisme: wij zijn het volk, wij doen ons niet deftiger voor dan wij zijn.'

Op hun beurt lenen de media, inclusief de publieke omroep die haar pretentie van volksverheffing grotendeels terzijde heeft geschoven, een gewillig oor aan iedereen die zijn tegenstander voor 'dikke lul' uitmaakt. Een inhoudelijke discussie is aanzienlijk minder spectaculair dan een bloederig gevecht.

De afgang van de LPF is geen nieuw verschijnsel. Zelfs de kaakslag die Kamerlid Cor Alblas aan Parool-fotograaf Serge Ligtenberg uitdeelde, was geen parlementaire primeur. Eind jaren zestig gaf VVD-senator Baas een klap aan zijn collega Adams van de Boerenpartij. De reden: Baas had in het verzet gezeten, terwijl Adams met de Duitsers had gecollaboreerd. In 1995 stak het Kamerlid Verkerk van het Algemeen Ouderenverbond zijn been uit om politiek leider Jet Nijpels te laten struikelen, nadat zij hem uit de fractie had gegooid.

'Het kost gewoon tijd om een eenheid te worden. Er moet ook een partijcultuur ontstaan, die het mogelijk maakt om conflicten een beetje netjes op te lossen', zegt Lucardie. In de oudere partijen vinden ook drama's plaats. In de jaren tachtig werd VVD-leider Nijpels het slachtoffer van een coup. CDA-leider Balkenende kwam pas boven na een paleisrevolutie. En vorige week nog implodeerde de PvdA. Maar bij de oudere partijen wordt het drama verzacht door traditie en mores. Het mes wordt glimlachend in de rug gestoken, het slachtoffer wordt geparkeerd bij Veilig Verkeer Nederland, de Kampeerraad of een andere post in het wijdvertakte netwerk van de partij. De leiders weten doorgaans hoe ze een conflict moeten regisseren, zodat de pijnlijkste kantjes toegedekt blijven.

Fennema: 'In de LPF ontbreekt het aan een partijleider met een zeker gezag die tegen een dissident Kamerlid kan zeggen: nu moet je morgen een persconferentie houden waarin je bekend maakt dat je je terugtrekt om redenen van persoonlijke aard. Want anders houd ik een persconferentie en dat is veel vervelender voor jou.'

De LPF is, anders dan de oudere partijen, niet gevestigd op een samenhangend netwerk. Zo heeft de PvdA een machtig netwerk in de politiek, overheidsdienst en academische wereld. Zo'n netwerk dient niet alleen om elkaar te helpen, maar ook om elkaar te controleren, zegt Fennema. Een sociaal-democraat met ambities in deze sectoren, zal niet graag in ongenade vallen.

Fennema: 'Maar bij de LPF kan het seksexploitant Cor Eberhard helemaal niets schelen als Eduard Bomhoff tegen zijn collega-hoogleraren zegt dat ze Eberhard niet kunnen vertrouwen. De netwerken binnen de LPF overlappen elkaar niet, ze zijn gefragmenteerd. Daarom wist Mat Herben ook niets van het Surinaamse verleden van Philomena Bijlhout.'

Het populisme in Nederland kwam laat en lijkt ook weer snel te verdwijnen, althans in zijn LPF-vorm. Politicoloog Fennema gelooft niet dat de LPF nog te redden is. Ook Heinsbroek zal het tij niet kunnen keren, als hij al partijleider wil worden. Fennema: 'Heinsbroek is een manager, die gewend is om tegen mensen te zeggen: I'm afraid I'll have to let you go. En dan handelt zijn boekhouder het verder wel af. Dat is heel iets anders dan een conflict in de politiek.'

De agenda van de LPF zal niet verdwijnen, evenmin als de sociale spanningen die aan de opkomst van Fortuyn ten grondslag lagen. Fennema verwacht dat vooral de VVD de thema's van Fortuyn zal overnemen, een hard anti-immigratiestandpunt voorop. Zo neemt de bestaande orde de populistische thema's over, zoals ooit de groene partijen haar dwongen tot een milieuvriendelijker standpunt.

Maar Lucardie heeft de LPF nog niet afgeschreven: 'Het zal heel moeilijk worden, dat geloof ik ook wel. Maar met een politiek leider als Heinsbroek zie ik nog wel mogelijkheden. De partij zal wel kleiner worden. En ze moeten in de oppositie, zodat ze zich veel beter kunnen profileren. Het is heel slecht als een nieuwe partij meteen gaat regeren. Daardoor krijgt ze te weinig tijd om haar eigen weg te vinden. In de jaren zeventig is DS'70 daar ook aan ten onder gegaan. Volgens mij blijft er in elk geval behoefte aan zo'n partij. De VVD zal LPF-punten overnemen, maar wil toch ook meeregeren. Dan ontstaat er ruimte op rechts voor een LPF onder Heinsbroek of voor een nieuwe partij. Het kan wel. Per slot van rekening heeft boer Koekoek ook bijna twintig jaar in de Tweede Kamer gezeten.'