Niet wit, niet zwart, maar lichtgrijs

Links staat voor een moeilijke afweging. Hoe kan immigratie worden verzoend met de verzorgingsstaat? 'We hebben te veel gedoogd en te lang gewacht met maatregelen....

Nederland is immigratieland en verzorgingsstaat tegelijk – en dat is een moeilijke, zo niet onmogelijke combinatie. Deze pijnlijke erkenning is het vertrekpunt van de nieuwe ronde die het migratie-en integratiedebat is ingegaan. Rechts heeft het in dit debat wat gemakkelijker dan links. Rechts kan gewoon het nationale belang voorop stellen. Links moet kiezen tussen de nationale solidariteit van de verzorgingsstaat en de internationale solidariteit met de verworpenen der aarde.De socioloog Abram de Swaan zei het vijftien jaar geleden al. 'Wie de allerarmsten in de armoelanden echt zou willen helpen, moet hun geen geld sturen, maar een Nederlands paspoort. Want het Nederlandse paspoort is hongerbestendig. Wie zich hier eenmaal gevestigd weet, is ook verzekerd van een minimale toelage voor de rest van zijn bestaan, van medische zorg, van onderwijs, die is kortom sociaal verzekerd. En dat verklaart weer waarom in de verste hoeken van de wereld mensen smachten naar zo'n burgerschap, dat voor eens en vooral het bestaan veilig stelt.'Maar, vervolgde De Swaan, 'juist omdat het burgerschap van verzorgingsstaten met zulke gulle bestaansvoorwaarden is omkleed, zijn die staten er zo gierig mee geworden. In dit licht bezien is de verzorgingsstaat niet alleen een nationaal stelsel, maar ook anti-internationaal; een verzorgde samenleving is ook een gesloten samenleving.'Nederland bleek evenwel niet waterdicht afsluitbaar. De aanzuigende werking van het hongerbestendige Nederlandse paspoort heeft geleid tot een brede stroom van asielzoekers. Niet alleen 'echte' politieke vluchtelingen, maar ook mensen die op oneigenlijke gronden de status van politiek vluchteling probeerden te bemachtigen. Wie eenmaal binnen was, als vluchteling of als gastarbeider, begon met het importeren van huwelijkspartners en verwanten uit het land van herkomst.Het probleem van deze gezinsvorming is dat het gaat om mensen zonder opleiding en kennis van de Nederlandse taal. De uit de binnenlanden van Turkije en Marokko ingevlogen bruiden en bruidegommen maken weinig kans op onze veeleisende arbeidsmarkt. Veertig procent van alle bijstandsuitkeringen wordt verstrekt aan niet-westerse allochtonen, die zo'n acht procent van de bevolking vormen.Zo raakt de verzorgingsstaat overbelast. Maar dat is niet het enige probleem. De import van huwelijkspartners belemmert ook nog eens de integratie van de niet-westerse allochtonen in de Nederlandse samenleving. Trouwenmet een Nederlander en verrichten van betaalde arbeid zijn immers de twee hoofdwegen naar een volwaardige positie in de samenleving. Het bestendigen van gesloten, marginale gemeenschappen door huwelijksmigratie en andere banden met het land van herkomst, heeft precies het tegenovergestelde effect.Aafke Komter, hoogleraar Vergelijkende studies van maatschappelijke solidariteit aan de Universiteit Utrecht, constateert dat de solidariteit tussen de verschillende bevolkingsgroepen nog maar mondjesmaat is ontwikkeld. Het Nederlandse beleid, gericht op 'integratie met behoud van identiteit' bleek een illusie. Zowel de Nederlanders als de nieuwkomers zijn liever onder elkaar dan onder vreemden, signaleert Komter.'Ieder verschanst zich achter zijn eigen groepsgrenzen, en blijft het liefst binnen zijn eigen gesegregeerde wijk en op de school van zijn eigen kleur. Het blijven steken van minderheden in onderlinge solidariteit leidt aantoonbaar tot segregatie en daling op de maatschappelijke ladder. Omdat deze naar binnen gerichte solidariteit vooral interne groepsloyaliteit stimuleert en vaak een vijandige houding jegens nietgroepsleden met zich meebrengt, kan zij een bedreiging vormen voor de liberale en democratische waarden van onze open samenleving.'Komter vervolgt: 'Het heeft te lang geduurd voordat we de evidente waarheid, dat de gastarbeiders niet zouden terugkeren, onder ogen hebben gezien. We hebben teveel geluisterd naar hun vertegenwoordigers. We hebben teveel gedoogd en te lang gewacht met maatregelen. Nu worden we opeens, veel te laat, wakker.'Handhaving van de verzorgingsstaat veronderstelt beperking van de aanspraken en is dus onverenigbaar met open grenzen. Over de vraag wie meedoet en wie niet, moet volstrekte duidelijkheid bestaan. Politiek centrum De Balie ging op zoek naar de heilige graal, naar een 'migratiebestendige verzorgingsstaat'. In de bundel Grenzeloze solidariteit nemen linkse denkers de handschoen op.Pieter Pekelharing, lid van Groen-Links en als ethicus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, pleit voor de mogelijkheid van 'circulaire migratie', onregelmatige seizoensarbeid door niet-westerse arbeidskrachten. Illegale arbeid zou op deze manier 'gewit' kunnen worden.Pekelharing licht zijn voorstel toe: 'Er is een onuitputtelijke vraag naar huishoudelijke diensten, bejaardenverzorging, schoonmaak, sekswerkers, het aanleggen van dakterrassen. Het is werk met een hele lage status. Je krijgt er geen Nederlanders voor, maar ook geen Marokkanen. Internationaal opererende uitzendbureaus kunnen vraag en aanbod bij elkaar brengen. Het geld dat anders naar mensensmokkelaars gaat, kan nu legaal in arbeidsbemiddeling worden gestoken. Zo'n uitzendbureau betaalt dan het loon uit op het moment dat de migrant terugkeert in zijn eigen land.'De vakbonden zullen zich ongemakkelijk voelen bij dit idee, realiseert Pekelharing zich. De arbeidsomstandigheden worden derde-wereldachtig: 14 uur per dag werken, ontduiken van het minimumloon, weinig sociale rechten en geen perspectief op een carrière. Het openstellen van de onderkant van de arbeidsmarkt voor werkers van buiten de EU bedreigt onherroepelijk de rechten van Nederlandse werknemers. Maar Pekelharing politiseert met zijn voorstel wél de uitbuiting van tienduizenden illegale werkers in ons land, een misstand waar links noch rechts raad mee weet.Pekelharing: 'Je moet de mensen in de Derde Wereld recht in de ogen kunnen kijken. Ongelijkheid is niet vanzelfsprekend. Je kan die mensen tegenhouden, maar dan moet je alles doen om hun economische en politieke situatie te verbeteren. Of je kan ze toelaten voor tijdelijke arbeid. Met circulaire arbeid kan je illegale arbeid wat meer onder controle krijgen. Liever semi-legaal dan illegaal.'De econoom Paul de Beer was ook betrokken bij het initiatief van De Balie. De Beer, lid van GroenLinks en hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam, kan de redenering van Pekelharing volgen. Ook De Beer is een voorstander van arbeidsmigratie. De Beer wil vakmensen aantrekken voor gespecialiseerde functies. Deze bouwen geleidelijk burgerrechten op door in Nederland te werken. Als de migrant voldoende Nederlands spreekt, kan hij zijn integratie bekronen met naturalisatie. Migranten die vertrekken, krijgen van De Beer hun betaalde sociale premies terug.Maar De Beer is niet bereid ter wille van circulaire migratie het minimumloon af te schaffen. 'Dan sla je de bodem uit het Nederlandse arbeidsbestel. Illegale werkgevers moeten hard aangepakt worden. Werknemers die geen belasting en premies betalen, moet je geen status geven.'De Beer vindt dat links teveel in termen van fundamentele mensenrechten praat en te weinig in termen van kosten en baten. 'De motieven om hierheen te komen, lopen door elkaar heen. Waarom selecteren we asielzoekers niet mede op hun mogelijkheden hier een bestaan op de bouwen? Ook bij huwelijksmigratiemoeten we beoordelen of de echtgenoot zich kan redden in de Nederlandse samenleving na een eventuele scheiding. Ik heb er grote moeite mee dat op basis van emotionele, persoonlijke banden een vergaand beroep op allerlei rechten wordt gedaan. We stellen aan vrouwen van achttien jaar en ouder de eis dat ze economisch zelfstandig zijn. Eis dan ook van huwelijksmigranten dat ze een eigen inkomen hebben. Als de economische integratie lukt, hoef je je over de inburgering geen zorgen te maken.'Margo Trappenburg, als politicoloog verbonden aan de Universiteit Utrecht en redacteur van het PvdAblad Socialisme en Democratie, maakt zich wel zorgen over de inburgering. Zij acht het handhaven van de verzorgingsstaat onverenigbaar met open grenzen en wijst arbeidsmigratie af. 'Een open immigratiestaat impliceert automatisch minder solidariteit met achtergestelde burgers in eigen land.'Trappenburg werkte mee aan de bundel Politiek in de multiculturele samenleving, waarin een antwoord wordt gezocht op de vraag hoe een open liberale samenleving als de Nederlandse moet omgaan met gesloten minderheidsgroepen op haar grondgebied.'Ik ben het niet eens met Pekelharing, want zijn wereldwijde solidariteit maakt van Nederland een ander land. De mensen die nu op het minimumloon zitten, zijn de dupe. Ik vind afscheid van de egalitaire samenleving een te groot offer voor mondiale solidariteit. Ik ben nooit overtuigd door ethici die de solidariteit heel ver weg zoeken en uitgaan van een abstract mondiaal schuld gevoel. Honger in Nederland is onverdraaglijker dan honger in Ethiopië, want honger in Nederland is onze eigen schuld.'Trappenburg verbaast zich over het gemak waarmee spreiding als beleidsinstrument jarenlang is weggezet. Bestuurders van woningcorporaties, wethouders en schoolbesturen kregen steevast te horen dat dit niet kon, dat dat discriminatie zou betekenen. Dat is ten koste gegaan van het lot van de bewoners van oude wijken.Trappenburg heeft zich de vraag gesteld: hoeveel immigratie kan een gemeenschap, een buurt of een school verdragen? 'Als een witte buurt lichtgrijs wordt, is dat geen probleem. Maar wie kan garanderen dat de buurt lichtgrijs blijft en niet zwart wordt? Mijn criterium is: er is een soort verzadigingspunt bereikt als de morele logica van een school of buurt verandert. Een klas met drie anderstalige leerlingen is prima. Maar wanneer er zoveel allochtone kinderen in de klas zitten, dat het hele onderwijs aan hen moet worden aangepast, is een breekpunt bereikt.'Mensen zijn bereid gastvrij te zijn. Maar ze zijn niet bereid in een totaal veranderde buurt te wonen of hun kinderen naar een zwarte school te sturen. Het is niet voor niets dat de Friezen zich uit de naad lopen voor ”hun” asielzoekers, maar niet de Hagenaars of Rotterdammers.'René Cuperus noemt zichzelf de Archie Bunker van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Hij behoort tot een kleine groep 'boze witte mannen' in de PvdA, net als Paul Scheffer, Arie van der Zwan en Jos de Beus, het Kamerlid Jeroen Dijsselbloem en de Rotterdamse bestuurder Schrijer. Zij verwijten de PvdA dat zij de urgentie van het migrantenvraagstuk nog steeds niet onder ogen ziet.Cuperus: 'Een samenleving heeft het recht en de plicht de eigen samenhang te handhaven. Solidariteit met de Derde Wereld? We hebben twee miljard schrijnende gevallen, hoe gaan we dat opvangen? Ik ben een linkse communitarist. De Nederlandse gemeenschap mag geen gesegregeerde, gesloten gemeenschappen toelaten.'Cuperus kiest voor het verdedigen van de verzorgingsstaat. Dat er ook sprake is van een vorm van exploitatie daarvan door migranten, staat voor hem vast. 'Wat beweegt traditionele moslims uit de binnenlanden van Turkije en Marokko te migreren naar het van God verlaten land van de homohuwelijken, de abortus, de porno, de coffeeshops en de euthanasie? Dat zijn onze rijkdom, onze voorzieningen en onze uitkeringen. Hoe kun je hier je zo fors van het Westen afwijkende levensstijl overeind houden? Alleen door met je rug naar de Nederlandse samenleving te gaan staan. De bevrijding van de moslimvrouw is voor die gemeenschappen het meest bedreigende dat er is.'Vandaar de transnationale netwerken en de oriëntatie op het oude vaderland. 'Waarbij niet onder tafel mag worden geveegd, dat er, meer dan goed is voor Nederland, sprake is van vaak criminele netwerken. Om drugshandel. Om wapenhandel. Om vrouwenhandel. Om illegale circuits', waarschuwt Cuperus. 'Als we niet oppassen, zal de allochtone misdaad, die alleen nog maar toeneemt, leiden tot oplopende spanningen en fungeren als voedingsbodem van xenofobe politieke krachten.'Cuperus ziet maar één remedie: assimilatie. 'De migranten moeten medelanders worden. Alle geslaagde migranten zijn min of meer geassimileerd. Anders red je het niet op de arbeidsmarkt. Assimilatie is gelijk aan emancipatie. Dat heeft Pim Fortuyn ons geleerd.'