Nederlandse politici schuiven makkelijk aan in talkshows. Hier Job Cohen in de polonaise bij KoffieMax.
Nederlandse politici schuiven makkelijk aan in talkshows. Hier Job Cohen in de polonaise bij KoffieMax. © Screenshot YouTube

Nederland in pessimisme-top-3: waarom de onvrede hier zoveel groter is

Hoe komt het dat het met het ongenoegen in Nederland zo veel erger is gesteld dan in landen om ons heen? De politiek is hier een mengelmoes van inhoud en entertainment. En feiten tellen minder dan gevoel.

'Zelfbeklag, klagen en kritiek staan in hoog aanzien in de vaderlandse geschiedenis', aldus historicus Herman Pleij in zijn Kleine mentaliteitsgeschiedenis van de Nederlander. Neem alleen al het Wilhelmus. Dat is geen pompeus volkslied over de glorie van de natie, maar eerder een klagerige hymne over Willem van Oranjes tegenslagen.

En sinds tien jaar staat het zwart op wit. Onze chagrijnige 'volksaard' is niet louter folklore meer - hij duikt nu ook op in de statistieken.

Nergens in Europa bestaat zo'n groot gat tussen wat mensen verwachten van de nationale economie en hun eigen financiële situatie. Volgens recente cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) denkt slechts 30 procent van de Nederlanders straks zelf met minder geld te moeten rondkomen. Nergens in Europa vrezen zo weinig mensen voor hun baan. Maar merkwaardig genoeg maakt maar liefst 64 procent van de Nederlanders zich grote zorgen over de economie als geheel. Alleen in Portugal en Griekenland zijn er meer zwartkijkers, maar daar zijn veel meer mensen - en niet ten onrechte - ook somber over de eigen financiële toekomst.

Nederland staat in de Europese pessimisme-top 3. Dat is bizar, vooral als we ons realiseren dat Nederland na Luxemburg het rijkste land van de Europese Unie is. Van welvaart tot welzijn, in vrijwel alle ranglijstjes behoren we tot de internationale top. Een verslaggever van de Belgische krant De Standaard verbaasde zich afgelopen week nog over de enorme zorgen die Nederlanders zich maken over de crisis. 'Het lijkt wel een obsessie.'

Het Schnabel-effect
Het is de economische versie van de paradox die Paul Schnabel, directeur van het SCP, al in 2004 formuleerde: 'Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht'. Nergens in Europa gaapt zo'n groot gat tussen de beleving van het 'wij' en het 'mij'. En dat nu al zo'n tien jaar. Schnabels uitspraak is inmiddels bijna een cliché. Toch is er nog altijd één vraag onbeantwoord: waarom is ons collectieve chagrijn zo veel groter dan in andere landen?

Let wel: het Schnabel-effect bestaat in veel meer landen. In het Engels wordt ook wel gesproken van de 'optimism gap'. De gebruikelijke verklaring is dat mensen optimistischer zijn over zaken waar ze zelf controle op (denken te) kunnen uitoefenen. Het SCP noemt ook 'de bezuinigingen', 'het besluiteloze optreden van regeringen' en 'de negatieve berichtgeving in de media'.

Maar bezuinigingen en besluiteloze regeringen maken Nederland niet bepaald uniek. Ook andere veel genoemde factoren als individualisering, secularisering en de opmars van het marktdenken verklaren de plotselinge omslag van ongeveer tien jaar geleden niet. Ze verklaren misschien wel de optimism gap die in het hele Westen is ontstaan, maar niet waarom Nederland onlangs koploper is geworden. Zo lijkt Denemarken in economisch, demografisch en sociaal opzicht erg op Nederland, maar de Deense optimism gap is veel kleiner.

We moeten de verklaring voor het uitzonderlijke Nederlandse chagrijn daarom ergens anders zoeken: in de aard van ons publieke debat. 'Dat is hier hijgeriger dan waar ook', zegt Schnabel. 'De Nederlandse politiek is een merkwaardige mengelmoes van inhoud en entertainment geworden. Ook de publieke omroep is daar in meegegaan, meer dan in andere landen. Als je Paul Witteman en Jeroen Pauw tien jaar geleden had verteld dat ze een soort Barend en Van Dorp zouden gaan maken dan denk ik dat ze met afschuw hadden gereageerd.'

Belangrijke aanwijzing: de veranderingen in het publieke debat kwamen ook zo'n tien jaar geleden op gang.

De geboorte van het volkschagrijn
Het is al eens geconstateerd door sociologen als Herman Vuijsje en Gabriël van den Brink: Nederland loopt vaak wat achter, maar áls de dingen hier hun beloop krijgen, gaan ze ook hard. Dat gold voor de opkomst van de hippies in de jaren zestig, maar ook voor de Fortuynrevolte, tien jaar geleden.

Lees verder in het katern Vonk van de Volkskrant