Europa is melaats geworden

In de aanloop naar de verkiezingen behandelt de politiek Europa als een melaatse. Dat is een riskante struisvogelpolitiek, vinden Yoeri Albrecht e.a.....

De verkiezingen naderen en politiek Den Haag steekt wat betreft Europa angstvallig zijn hoofd in meters zand. Dat is vreemd en zorgelijk. Want sinds het Nederlandse referendum over het grondwetgevende verdrag op 1 juni 2005 is Europa een actueel politiek thema. Uit onderzoeken van Buitenlandse Zaken naar aanleiding van het Nederlandse nee, blijkt dat een meerderheid van de kiezers op veel gebieden meer Europa wil. Er is duidelijk behoefte aan meer leiderschap en visie. De burger heeft geen behoefte aan een richtlijn over bananen maar wel aan vrede, veiligheid en beheersing van het klimaatprobleem. Hier verwacht de kiezer een actievere rol van Nederland in Brussel. Den Haag doet deze weken echter het tegendeel, het lijkt wel of Europa melaats is. Ook Arjo Klamer en Abram de Swaan concludeerden dat, in Forum van 10 november.

Maar anders dan Klamer geloven wij dat Nederland wel degelijk een inbreng in Europa moet hebben. Nederland is een van de aartsvaders van de Europese Unie. Wij zongen de wiegeliedjes voor de zuigeling die de prille Europese samenwerking in de jaren vijftig was. En wat een grote en mooie vrouw is ze geworden, de Europese maagd. Langzamerhand zijn vrijwel alle Europese landen voor haar charmes bezweken. Iedereen dingt naar haar hand. De Unie is de grootste economische macht ter wereld. En een van de weinige voorbeelden van een hecht opererend machtsblok met gedeelde soevereiniteit dat vreedzaam en vrijwillig tot stand gekomen is.

De Unie heeft de afgelopen decennia voor vrede en welvaart gezorgd. De Europese landen zijn in de tweede helft van de 20ste eeuw gezamenlijk aan een ongeëvenaarde economische groei begonnen, die een unieke welvaart heeft gegenereerd. Geen generatie heeft het zo goed gehad als die na 1945 in West-Europa geboren is.

De Unie vormt een uitzondering op de verder weinig vrolijk stemmende internationale ontwikkelingen. De wereld wordt instabieler en onveiliger, er sterven miljoenen mensen aan armoede, oorlog en ziekten en de draagkracht van onze planeet wordt in een schrikbarend tempo afgebroken. De EU is bij uitstek geschikt om deze problemen te lijf te gaan. Wie anders gaat de klimaatproblemen oplossen? De VS? China of India soms? De Europese samenleving zou gebaseerd moeten zijn op culturele openheid, economische billijkheid en militaire kracht. De Unie zou een goed bewapende Novib en Amnesty International in één kunnen zijn.

Als een geslaagde reactie op een rampzalig verleden heeft de Europese samenwerking een grote overtuigingskracht. Hier sterft niemand van de honger, wordt niemand ter dood gebracht door zijn eigen regering en heerst vrijheid van meningsuiting. Die innerlijke kracht zou gebruikt kunnen worden voor een moreel leiderschap in de wereld. Voor een wereld met minder honger en meer veiligheid. Dat vereist echter wel veel meer engagement van de lidstaten van de Unie.

Maar het lijkt wel of Nederland bang geworden is voor de aantrekkelijke dochter die het zelf heeft grootgebracht. Dat is ook niet vreemd na minstens vijftien jaar dubbelzinnigheid vanuit Den Haag. De laatste jaren waren Nederlandse initiatieven schaars. De interesses van ons land waren vooral die van de rekenmeester: het terughalen van ‘ons’ geld en het beperken van de uitgaven. Wel pronken met de ambities van de Lissabonagenda voor innovatie, maar geen stap zetten om die ambitie te verwezenlijken. De smeltende ijskappen, het internationale terrorisme en de vrede en welvaart van onze kinderen kunnen we nationaal niet oplossen en waarborgen. Daar hebben we in Europa elkaar voor nodig. Maar dat Europa geen probleem maar vooral een oplossing is, werd in Nederland niet meer gehoord.

Het is dan niet verbazend dat Nederland in 2005 tegen de Europese Grondwet stemde. Als niemand uitlegt waarom bepaalde maatregelen nodig zijn en niemand daar een perspectief bij geeft, is het veelgevraagd om te denken dat de bevolking wel mee blijft lopen. Het fiasco van het referendum was vooral het fiasco van een falend politiek leiderschap in Nederland. Een leiderschap dat in de aanloop naar de verkiezingen van 22 november zijn verantwoordelijkheid daarvoor probeert te ontlopen, door over Europa angstvallig te zwijgen. Die houding is riskant. Elders in Europa wordt terdege opgemerkt dat de Nederlandse politiek geen enkel initiatief neemt om uit de zelfveroorzaakte impasse te komen. Wij zullen dus binnenkort de oplossingen moeten aanvaarden die anderen in Europa aandragen voor het mede door ons geschapen probleem. Daar komt nog bij: hoe geloofwaardig zijn politieke leiders als zij in de nabije toekomst de kiezer vragen beslissingen goed te keuren waarover zij bij verkiezingen niet durven spreken?

Nederland kan niet om Europa als macht, markt en identiteit heen. Laten we de identiteit ook mede vormgeven. Ook een kleiner land kan leidend zijn. De Denen en de Zweden domineren nu in Brussel het debat over de toekomst van de verzorgingsstaat en de Finnen het debat over innovatie en concurrentiekracht. Als je als land weet wat je wilt, kan er juist in Brussel vaak veel. Maar Nederland duikt weg.

Wij zouden de ambitie moeten hebben om aan de toekomstvisie van de Unie te werken. Daarom roepen wij alle politieke partijen op om in de aanloop naar 22 november duidelijk te zijn in hun ambities. De grote uitdagingen waarvoor we staan, kunnen alleen in Europees verband worden opgelost. Hiervoor is nodig dat wij in Nederland actief een beleid ontwikkelen, want alleen zo kunnen wij daadwerkelijk invloed in Brussel uitoefenen.