Rutte met zijn arm om PVV-leider Wilders, in aanwezigheid van CDA-leider Verhagen (zittend), en Kamerleden Buma (CDA), Agema (PVV) en Blok (VVD) op een van de dagen van onderhandelingen in het Catshuis.
Rutte met zijn arm om PVV-leider Wilders, in aanwezigheid van CDA-leider Verhagen (zittend), en Kamerleden Buma (CDA), Agema (PVV) en Blok (VVD) op een van de dagen van onderhandelingen in het Catshuis. © ANP

Eerste kabinet-Rutte viel na verzet CDA'ers

Pijnlijke miscommunicatie en onenigheid binnen de CDA-top leidden begin 2012 de val van het eerste kabinet-Rutte in. Daardoor kon partijleider Verhagen uiteindelijk niet leveren wat hij al aan PVV-leider Wilders had voorgespiegeld. Het verklaart waarom Wilders alsnog opbrak na zeven weken onderhandelen in het Catshuis, met een begrotingsakkoord al in zicht.

Dat blijkt uit een reconstructie die de Volkskrant twee jaar na dato maakte van de dagelijkse gang van zaken in Rutte I, de van meet af aan omstreden samenwerking van VVD en CDA met de PVV. Elf betrokkenen verleenden deze winter hun medewerking. Oud-minister Leers stelde zijn dagboekaantekeningen ter beschikking. Samen vertellen de elf het verhaal van een coalitie die het onderlinge wantrouwen nooit te boven kwam: van een premier (Mark Rutte) die achttien maanden lang alles probeerde te doen om Wilders tevreden te houden, van een vicepremier (Maxime Verhagen) die vaak in opperste verwarring was, en van een gedoger (Geert Wilders) die resultaten wilde zien voor de 24 zetels die hij leverde en daarom vooral de ministers Rosenthal (Buitenlandse Zaken) en Leers (Immigratie en Asiel) voortdurend opjaagde.

Het is tot nu toe altijd de vraag gebleven waarom Wilders er na anderhalf jaar onverwacht de brui aangaf in het Catshuis. Nu blijkt waarom. Het fatale misverstand ontstaat als CDA-leider Verhagen staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen begin 2012 laat uitrekenen hoeveel hij nog kan missen uit zijn budget voor Ontwikkelingssamenwerking. 'Als we echt willen, kan er nog twee miljard vanaf', zegt Knapen op gezag van zijn ambtenaren tegen Verhagen. Rutte en Verhagen stellen daarop Wilders gerust dat hij in ruil voor zijn steun aan nieuwe miljardenbezuinigingen naar buiten toe goede sier kan gaan maken. Wilders zelf heeft ingezet op een ingreep van 3 miljard.

‘Uri, bel jij Geert even om te zeggen dat we op verzoek van de Navo 250 gewonde Libische vluchtelingen opnemen?’

Uri Rosenthal herinnert het zich nog goed. Het is maandag 17 oktober 2011. Mark Rutte belt met Rosenthal, zijn minister van Buitenlandse Zaken. De Nationale Overgangsraad van Libië heeft een noodkreet geslaakt: veel ziekenhuizen zijn beschadigd door raket- en granaatinslagen. In Utrecht wordt het Calamiteitenhospitaal in gereedheid gebracht voor de opvang van 250 Libiërs. Nu moet het kabinet alleen de PVV nog even op de hoogte brengen.
Rosenthal en Wilders hebben een goede verstandhouding; ze kennen elkaar uit de tijd dat de PVV-leider nog hoog en droog in de VVD-fractie zat en Wilders de toenmalige VVD-senator weleens om advies vroeg. Niettemin komt Wilders’ antwoord als een verrassing. ‘Hij zei: ‘Ik vind het maar niks Uri. Ik heb geen zin om gewonden uit een islamitisch land in Nederlandse ziekenhuizen op te nemen.’
Onmiddellijk belt Rosenthal met Rutte: ‘Geert wil niet.’ Rutte zegt: ‘We doen het toch, bel hem maar terug.’Rosenthal belt Wilders andermaal: ‘Het gaat wel gebeuren’.
Maar dan gaan Wilders en Rosenthal onderhandelen: het mogen er zeker geen 250 zijn. Aan het eind van het gesprek geeft Wilders zijn fiat: in plaats van 250 komen er 52 Libiërs naar Nederland. Het incident verspreidt zich als een lopend vuurtje over het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is een van de vele malen dat diplomaten zich zeggen te generen voor het politieke operetteklimaat waarin Nederland in hun ogen is beland.

Geen reële mogelijkheid
Knapen echter beschouwt de rekensom als een technische exercitie, niet als een reëele mogelijkheid. Als Verhagen hem vervolgens meldt dat er inderdaad 1 à 1,5 miljard vanaf gaat, gooit hij de kont tegen de krib: 'Prima Maxime, maar je begrijpt dan wel dat ik aftreed.'
Verhagen en Rutte reageren verbijsterd, maar Knapen heeft de steun van zijn partijgenoten in het kabinet. Die hebben zich niet lang daarvoor gezamenlijk voorgenomen dat zij zich feller teweer moeten gaan stellen tegen Wilders. Ze hebben er genoeg van steeds voor hem te moeten buigen, de grens is bereikt.

Verhagen vreest dan ook dat het toch al gespleten CDA uiteenvalt als hij Knapen laat gaan. Het gevolg is dat Wilders plots met lege handen staat. Knapen, terugblikkend: 'Wilders heeft geprobeerd een grote slag te slaan met ontwikkelingssamenwerking. Dat is hem niet gelukt.' Het verhaal van Knapen wordt bevestigd door de toenmalige ministers Gerd Leers (CDA) voor Immigratie en Asiel en Uri Rosenthal (VVD) van Buitenlandse Zaken.

'Het treft ons allemaal'
Officieel was Wilders slechts gedoger van het kabinet-Rutte I, maar achter de schermen bemoeide hij zich vrijwel overal mee. Premier Rutte was dag en nacht bezig de argwanende PVV-leider tevreden te houden, ten koste van zijn bewindslieden. Die vreesden op hun beurt Ruttes woede-uitbarstingen. 'Het treft ons allemaal', noteerde Leers daarover in zijn dagboek.

Het kabinet-Rutte I was missionair van 14 oktober 2010 tot 21 april 2012. VVD en CDA hadden samen een volwaardig regeerakkoord en met de PVV een gedoogakkoord op vier terreinen: immigratie, veiligheid, ouderenzorg en financiën. In de praktijk bemoeide Wilders zich met heel veel beleidsterreinen, blijkt uit de reconstructie, met name Buitenlandse Zaken.

Minister Leers had de meeste hinder van Wilders. Op diens terrein moest de PVV-leider scoren voor zijn achterban. Het leidde tot talrijke conflicten. In de reconstructie geeft Leers voor het eerst inzage in het dagboek dat hij in de achttien maanden van Rutte I bijhield. Over de bemoeienis van Wilders schrijft hij: 'Dit werkt zo contraproductief.'

Vandaag in Vonk, het zaterdagse achtergrond- en opiniekatern van de Volkskrant: een uitgebreide reconstructie van de val van het eerste kabinet-Rutte.