Een kwestie van rechtvaardigheid en eer

Staatssecretaris Nuis kondigde vorige week aan een onderzoek in te stellen naar het beheer van 'oorlogskunst' - werken die na de oorlog door de Nederlandse staat werden gerecupereerd en die om vaak onduidelijke redenen nooit meer terugkwamen bij de oorspronkelijke eigenaren....

CHRISTINE KOENIGS wil niet op de foto. Ze wil rustig in haar wijk kunnen rondlopen zonder te worden herkend. 'Mensen kunnen soms raar reageren als je een miljoenenclaim indient.' Ze lacht een beetje ironisch. Vorige week liet ze de Nederlandse overheid weten de gehele collectie tekeningen en schilderijen op te eisen die haar grootvader, de Duitse bankier Franz Koenigs (1881-1941), begin deze eeuw bijeenbracht.

Al ruim drie jaar wordt ze opgeslokt door haar speurwerk naar de lotgevallen van de befaamde Koenigscollectie, komt bijna nergens anders meer aan toe, ook niet aan haar eigen schilderen. Koenigs wacht op een reactie: 'Zij zijn nu aan zet.' Zij, de overheid. Staatssecretaris Nuis van Cultuur heeft gezegd de claim op de collectie, die volgens deskundigen een niet te schatten waarde vertegenwoordigt, snel en zorgvuldig in overweging te nemen.

In totaal 2671 tekeningen claimen 'de erven Koenigs', waarvan er ongeveer tweeduizend in het museum Boijmans van Beuningen liggen en 307 in het Poesjkin-museum in Moskou. Daarnaast eisen ze 47 schilderijen op, waarvan het merendeel in beheer van Nederlandse musea.

'Nuis heeft nu gezegd dat het recht zijn loop moet hebben. Daar houd ik hem aan', zegt ze op vastberaden toon. Ze is nog lang niet klaar met haar onderzoek. Ze moet nog naar Rusland en naar Duitsland. Duitsland bewaart ze voor het laatst, ze wil vooral daar goed beslagen ten ijs komen, geen fouten maken. Zenuwslopend is het allemaal.

En een hoop media-aandacht ineens. Al die vragen: waarom nu opeens, waarom hebben 'de erven Koenigs' zich niet eerder geroerd, wat willen zij en wie zijn eigenlijk die 'erven'?

Ze steekt van wal, weet bijna van geen ophouden. Feiten en feitjes, mijlpalen en details rollen over haar lippen. Hoe het allemaal begon. Ze wilde aanvankelijk een film maken over haar grootvader, over zijn leven en zijn kunst. Of misschien eerst een boek. Ze vroeg eens wat rond in de familie en constateerde dat de kinderen Koenigs niet precies wisten wat zich rondom hun vader had afgespeeld. Wat wist haar vader, een van de zes kinderen, bijvoorbeeld van de mysterieuze dood van zíjn vader?

'Moet je je voorstellen. Op een dag in 1941 wordt mijn vader uit de collegebanken in Wageningen geplukt, krijgt te horen dat zijn vader in Keulen om het leven is gekomen. Hij moet naar zijn moeder in Haarlem voor een uitreisvisum, het is oorlog. Pas drie dagen later komen ze op het station in Keulen aan. Zijn moeder gebiedt hem buiten te wachten als zij het hokje van de perronchef binnengaat. Zij krijgt een grote leren koffer mee. Geen aktentas, geen papieren. Dat was alles.' De officiële lezing is dat Franz Koenigs senior onder een trein is geraakt, een ongeluk. 'Mijn grootmoeder heeft het nooit geloofd. Ik weet zeker dat ze wist dat hij vermoord is. Maar dat kon ze niet zeggen. Ze zou haar kinderen en familie in Duitsland in gevaar hebben gebracht.'

Vermoord? 'Mijn grootvader deed dingen die het Hitler-regime onwelgevallig waren. Hij heeft zijn afkeer van het bewind nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij had de Nederlandse nationaliteit aangevraagd en in 1939 ook gekregen; hij onderhield banden met joodse bankiers en zakenlieden. Thuis werd nooit over de moord gesproken.'

Ze pauzeert even, en herinnert zich: 'Ik weet nog dat mijn vader vertelde van de keer dat hij het museum Boijmans binnenliep en ontdekte dat bepaalde kunstwerken ontbraken. Op de vraag waar die gebleven waren, antwoordde de suppoost: ''Die heeft Koenigs aan Hitler verkocht''.' Franz Koenigs, de man die nota bene alles op alles zette om de collectie voor Boijmans te behouden.

'Vind je het vreemd', vraagt ze, 'dat de erven zich nu pas roeren? Dat kon de vorige generatie nog helemaal niet. Dat lag allemaal veel te gevoelig. Dat was een verschrikkelijke tijd voor hen. Waanzinnig pijnlijk.'

Christine Koenigs ('mensen moeten zelf maar uitrekenen hoe oud ik ben') begon buitenshuis te zoeken. Haar nieuwsgierigheid werd een paar jaar terug geprikkeld door publicaties over de Koenigscollectie; een andere impuls kwam vanuit het congres 'The Spoils of War' in New York waarvoor ze als nabestaande een uitnodiging kreeg. 'Daar kwam ik allerlei mensen tegen die al tijden met kunstroof bezig waren, ik hield er goede contacten aan over.'

In Nederland maakte ze de gang naar het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, de Kamer van Koophandel, gemeente-archieven, reisde vervolgens naar Washington voor archiefonderzoek, Frankrijk. Gaandeweg raakte ze steeds meer gegrepen en ook bedrevener: 'Je moet heel veel weten voor je een gerichte vraag kunt stellen, dan ook pas weet je of er dingen voor je worden achtergehouden, of iemand iets omzeilt. Je stuit op zoveel weerstand.'

Inderdaad, mensen denken al snel dat het gaat om het geld. Dat is het niet. Ze heeft er nog nauwelijks concreet over nagedacht wat er gebeurt als de claim wordt gehonoreerd. 'Het is moeilijk onder woorden te brengen, het gaat om een soort gevoel van rechtvaardigheid en eer.'

Haar ouders, allebei nog in leven, hebben zich achter haar onderzoek geschaard. Er zijn 'erven' die het een minder goed idee vinden. 'De hele geschiedenis heeft de familie verscheurd.'

Haar 'zaak' spitst zich toe op wat er sinds 1933 met de kunstcollectie is gebeurd. Tot eind jaren twintig had Koenigs zich vanuit Haarlem - waar hij zich in 1922 had gevestigd - toegelegd op de uitbreiding van zijn kunstcollectie, waarbij het zwaartepunt lag op een uitgelezen tekeningenverzameling. Maar bij de beurskrach van 1929 verloor Koenigs een groot deel van zijn vermogen. Op het hoogtepunt van de depressie in 1933 zag hij zich gedwongen zijn kunstcollectie in onderpand te geven bij de (joodse) bank Lisser & Rosencranz in Amsterdam. Hijzelf wilde graag dat de collectie in beheer zou komen van het Rotterdams museum Boijmans, wat twee jaar later ook gebeurde.

'Koenigs', zoals ze hem steeds noemt, moet enige fiducie hebben gehad in Hannema, de toenmalige directeur van het Boijmans, zegt de kleindochter. 'Hannema was een handige man, hij wist overal altijd fondsen los te krijgen en moet op een of andere manier vertrouwenwekkend over zijn gekomen.' Maar het zou Hannema zijn, die uiteindelijk samen met havenbaron D. G. van Beuningen Koenigs om de tuin zou leiden.

De eigenaar van Lisser & Rosencranz werd het eind 1939 te gevaarlijk in Nederland; hij vluchtte via Lissabon naar New York. 'Koenigs had begrip voor zijn hachelijke positie en ondertekende de verschepingsdocumenten voor de tekeningen naar New York', zegt Christine Koenigs. 'De handige Hannema begon te onderhandelen, hij bood de bank een miljoen voor de collectie, een schijntje. In de tussentijd had de museumdirecteur ook contact met Van Beuningen, die wel geïnteresseerd was in zo'n koopje: de collectie was verzekerd voor 4,5 miljoen.

'Uiteindelijk accepteerde de bank onder tijdsdruk het magere bod, op voorwaarde dat de collectie de naam Koenigs zou blijven dragen.' De kleindochter gnuift. 'Ik heb nog een brief van mijn grootmoeder aan Hannema, waarin ze schrijft te hopen dat met het behoud van de verzameling voor het museum Boijmans het gevoel voor kunst voor haar kinderen en kleinkinderen behouden blijft. Nou, ik heb in die zin helemaal geen band met die kunstwerken gehad'

Koenigs was in eerste instantie opgelucht: hij verkeerde in de veronderstelling dat zijn collectie daadwerkelijk aan het Boijmans was verkocht. Maar het was Van Beuningen die voor een schijntje eigenaar werd van de verzameling, die, zo wist de havenbaron blijkens een briefwisseling maar al te goed, 'iedere waarde vertegenwoordigt'.

'Ik denk dat mijn grootvader hier later allemaal toch achter is gekomen. Hij moet gestorven zijn als een verbitterd en teleurgesteld man', peinst zijn kleindochter.

Rond kerst 1995 werd het Christine Koenigs duidelijk wat Van Beuningen voor had gehad met de verzameling. Van een Russisch contact kreeg ze documenten toegespeeld. Hieruit blijkt dat Van Beuningen via zijn schoonzoon Peterich zelf contact had gezocht met Hitlers kunstkoper Posse. 'Allereerst hadden we niets te koop, maar nu hebben we de Koenigscollectie te koop, voor vijf miljoen gulden', citeert ze uit de brief.

Posse, 'wel een van de beste kunstkenners uit die tijd, hoor', zocht uiteindelijk 526 tekeningen uit, veelal van Duitse meesters. 'Dat hij niet de hele tekeningencollectie heeft opgekocht, ligt alleen maar aan het feit dat Posse een enorme krent was', meent Christine Koenigs.

HET WAS OPNIEUW Hannema - hij zou kort daarop toetreden tot de Nederlandse Cultuurkamer van Seyss-Inquart - die onderhandelde over de prijs van de 526 tekeningen die Posse had uitgezocht: 1,4 miljoen gulden. Van Beuningen kon tevreden zijn; hijzelf had immers de hele verzameling voor maar een miljoen in z'n bezit gekregen. Kort daarop schonk hij bijna alles aan het Boijmans. 'Vier Rubensschetsen hield hij zelf. Die hebben de erven Van Beuningen in 1958 nog weer duur aan het Boijmans verkocht', aldus Christine Koenigs. Het Boijmans, tot die tijd een klein museum, was in een klap beroemd. 'De verzameling van Koenigs vormt tot de dag van vandaag het hart van hun collectie.

Van Beuningens schoonzoon Peterich - 'hij wordt altijd als de slechterik afgeschilderd, de andere twee blijven in deze zaak vaak buiten beschouwing' - begeleidde zelf het transport van de 526 tekeningen naar Duitsland. Pas in 1992 gaf het Moskouse Poesjkin-museum toe er hiervan 307 in bezit te hebben, aan het eind van de oorlog waren ze meegenomen door het Rode Leger.

De tekeningen in Rusland vallen ook onder de claim die de erven Koenigs hebben ingediend. Ook de Nederlandse overheid wil ze terug, omdat die ze als staatsbezit beschouwt - hetgeen Christine Koenigs bestrijdt.

Ze vat het samen: 'Koenigs werd door oorlogsdwang uit het eigendom van zijn tekeningen gezet. Hij tekende de verschepingsdocumenten van die tekeningen aan de bank. De schilderijen waren daar niet bij in begrepen. Vervolgens verkocht de bank de collectie - ook onder oorlogsdruk - tegen een prijs die niets van doen had met de reële marktwaarde. Deze transactie is niet rechtsgeldig.'

En: 'Hannema en Van Beuningen hebben misbruik gemaakt van die situatie en uit puur winstbejag vrijwíllig een aantal tekeningen aan de Duitsers verkocht.' Ook vrijwillige verkopen vallen onder de Joint Declaration - een overeenkomst die de geallieerden in 1943 tekenden en waarop ook de Nederlandse overheid zich nu beroept - die bepaalt dat alle transacties met de vijand ongeldig worden verklaard.

Ze is in overleg met een aantal raadslieden. 'De toekomst zal laten zien wat er gedaan moet worden', zegt ze plechtig. 'De positie die de overheid inneemt is dat Van Beuningen eigenaar van de tekeningen was, dat hij ze verkocht heeft en dat ze niets meer met de Koenigscollectie te maken hebben. Dat zij alleen zoeken naar een aantal ''vermiste'' kunstwerken'. Het idee dat de tekeningen in Moskou blijven en, zoals wel is geopperd, op basis van regelmaat beschikbaar zijn voor exposities in Nederland, is voor Christine Koenigs onaanvaardbaar.

'Een compromis? Niks compromis'