Dierenpolitici pronken met hun morele superioriteit

De standpunten van de Partij voor de Dieren ogen sympathiek en collega-politici deinen dan ook graag mee op deze golf van dierenliefde, maar in de praktijk zal zo’n compromisloze politiek weinig voor elkaar krijgen, vreest Amanda Kluveld....

Als het aan de lijsttrekker van de Partij voor de Dieren (PvdD), Marianne Thieme, ligt zal het verschijnsel dierenpartij zich ‘als een olievlek’ over de wereld uitbreiden. Dat klinkt dreigend en dat is het ook. Vooral omdat niemand enig tegenwicht biedt aan de stroom aan simplificerende voorstellingen van politiek, mens en samenleving waarvan de PvdD zich bedient. Thieme is gedurende haar campagne geen strobreed in de weg gelegd, haar woorden zijn als zoete koek geslikt. Kennelijk is een idealistische jonge lijsttrekker die zich inzet voor zo’n sympathiek doel als dierenwelzijn zodanig aantrekkelijk, dat het wel heel cynisch of op zijn minst flauw wordt gevonden om daar kritische vragen bij te stellen. In een tijd dat alle idealen besmet zijn, voorziet de PvdD in een breed gedeelde behoefte aan een nieuw onaantastbaar groot verhaal waarin onschuld, eenvoud, goedheid, mededogen en ultiem slachtofferschap centraal staan. Wie daar tegenin gaat, is verdacht. Want vind je dierenleed dan niet verschrikkelijk? Politici houden daar rekening mee. Aan de vooravond van de verkiezingen werd tijdens het door de publieke omroep uitgezonden lijsttrekkersdebat aan Femke Halsema gevraagd of zij als enige vrouw in het gezelschap niet graag had gezien dat Rita Verdonk aanwezig was geweest. Als politiek tegenstander van Verdonk had Halsema kunnen antwoorden: ik had stevig met haar willen debatteren over het immigratiebeleid. Maar Halsema zei: ‘Dan liever Marianne Thieme.’ Daar kun je je inderdaad geen buil aan vallen. Het is helemaal niet slecht geassocieerd te worden met de onschuldige idealistische tegenhanger van de ‘harde’ Verdonk. Het kan geen kwaad om de door bekende Nederlanders omringde trekker van sympathiestemmen aan te roepen alvorens het debat over armoedebestrijding, AOW, integratie en economische groei losbarst. Volgens Thieme wijst het belang dat de meeste politieke partijen aan dergelijke thema’s hechten erop dat het in de politiek slechts draait om ‘de god van het geld’ en ‘de waan van de dag’. Het ‘gehakketak over de AOW’, zoals dat bij de presentatie van het PvdD-verkiezingsprogram werd genoemd, is vergeleken bij het grote onrecht ten opzichte van dieren maar banaal. ‘We willen laten zien dat er belangrijker dingen in het leven zijn dan hypotheekrente en aanleg van extra snelwegen.’ ‘De mens maakt de samenleving onaangenamer en zwaarder, terwijl het dier bezig is met het leven zelf en laat zien dat het allemaal veel eenvoudiger kan. Daarom moeten wij’, stelt Thieme naar aanleiding van een bespiegeling over haar twee katten Bram en Jopie, ‘net als de dieren, back to basics.’ Wat dit betekent, wordt niet duidelijk gemaakt. Wat is dat voor partij waarvan de lijsttrekker het zich veroorlooft overal maar zo’n beetje een slag naar te slaan? Wie voor het antwoord op die vraag bij Thieme te rade gaat, krijgt een niet te verstouwen hoeveelheid onheldere praat voorgeschoteld. De PvdD is ‘een nieuwe zuil’, vertelde ze in 2004 in het radioprogramma Vroege Vogels. ‘Los van links of rechts.’ Zuil? Leven wij in een verzuilde samenleving en is er nu een zuil van dierenliefhebbers bijgekomen? Streeft de PvdD naar een verzuilde samenleving waarbinnen diervriendelijke korfbalverenigingen, scholen, omroepen en universiteiten moeten worden verwacht? Is de PvdD niet eerder een one-issue partij dan een zuil? Aanvankelijk was Thieme daar niet helemaal uit. Zo gaf ze triomfantelijk aan dat de PvdA in het begin ‘ook’ een one-issue partij was. Toch wilde ze daarmee weer niet zeggen dat haar partij zich nog tot een partij met een volwaardig programma zou moeten ontwikkelen. Uiteindelijk stond in het verkiezingsprogramma 2006 dat de PvdD zich ‘met nadruk niet’ als een one-issue partij ziet.Het programma van de PvdD besteedt inderdaad aandacht aan onderwerpen die niet direct of uitsluitend met dieren te maken hebben. Bijvoorbeeld het strafrecht. Daarover antwoordde Thieme in de lijsttrekkerenquête van de website FOK!: ‘Straffen moeten streng maar rechtvaardig zijn en vooral uitzicht kunnen bieden op rehabilitatie van daders.’ Eerherstel van daders? Dat is opmerkelijk. Hoe ziet dat eerherstel er uit? Of wordt hier resocialisatie en reïntegratie bedoeld? Waarom wordt er dan ook op de website van de PvdD ‘rehabilitatie’ gezegd, maar staat daar geen woord over in het verkiezingsprogramma?Het je zorgvuldig uitdrukken behoort klaarblijkelijk niet tot de ‘basics’ waar PvdD zich zo graag toe beperkt. Men heeft belangrijker zaken aan het hoofd, zoals een ‘ethisch reveil’, ‘een beschavingsoffensief’ en de gelijkgerechtigheid van dieren. Want behalve een zuil en een volwaardige partij noemt de PvdD zich een emancipatiebeweging die de anti-slavernij- en vrouwenbeweging tot haar voorgangers rekent. Bij het rondbreien van dit alles leunt de PvdD op de denkbeelden van de Australische filosoof Peter Singer, die omstreden is vanwege zijn stelling dat mensen die door hersenletsel in een vegetatieve staat verkeren, ethisch gezien eerder moeten worden gebruikt voor medische experimenten ten behoeve van onderzoek naar het aidsvirus dan mensenapen. Singer schreef het boek Animal Liberation (1975), waarin hij betoogt dat vrouwen dezelfde rechten hebben als mannen, ondanks het feit dat vrouwen niet gelijk zijn aan mannen. Vrouwen eisen namelijk het recht op abortus terwijl een man helemaal geen abortus kan ondergaan. Dieren zijn niet gelijk aan mensen maar aan hen worden – anders dan dit bij vrouwen het geval is – op grond van dat verschil juist gelijke rechten ontzegd. Singer meent dat vrouwen, zwarten en homoseksuelen zich maar beter achter de strijd voor dierenrechten kunnen scharen.Doen zij dat niet, dan moeten zij zich realiseren dat de legitimiteit van hun eigen rechten ver te zoeken is en dat zij zich schuldig maken aan ‘speciecisme’, discriminatie op grond van soort, dat even verwerpelijk is als seksisme en racisme. Singer aarzelt geen moment om, ten behoeve van de strijd voor dierenrechten, de rechten van vrouwen die het mogelijk niet met hem eens zijn, te betwisten. Daarbij blijft hij als heteroseksuele blanke man comfortabel buiten schot. Maar dat wordt hem door strijders voor dierenemancipatie niet verweten. Singer is en blijft het icoon van de dierenrechtenbeweging en van de zo succesvolle PvdD. En dat spreekt aan. De PvdD is vooral aantrekkelijk omdat de partij een simpele voorstelling van de wereld geeft. In die wereld vervult de PvdD de rol van onbegrepen bestrijder van het ultieme kwaad en de beschermer van het ultieme goede, de onschuldige, rechteloze, stemloze dieren die, om Kees van Kooten aan te halen, nooit liegen of bedriegen. In veel opzichten lijkt de PvdD op de anti-vivisectie-beweging, die tegen het einde van de 19de eeuw ontstond en zichzelf presenteerde als deel van een morele evolutie; de mens zou in de loop der tijd steeds beter, zedelijker, beschaafder, mededogender en gevoeliger worden en de strijd tegen dierproeven bewees dat. Het probleem was dat dit proces zich niet in ieder individu op hetzelfde moment voltrok, waardoor sommige mensen een hogere morele standaard hadden dan anderen. Het was dus zaak aan te tonen dat men tot de meest moreel ontwikkelden en mededogende mensen behoorde. Wanneer je om je nieuwe opvattingen bespot werd, was dat een goede indicatie voor beschaving.Wat Thieme doet, lijkt op dat 19de-eeuwse tonen van een hogere beschaving. Waar mogelijk geeft zij triomfantelijk aan dat haar partij door ‘de gevestigde orde’ wordt geridiculiseerd. Daarbij verwijst zij graag naar Gandhi’s woorden: ‘Eerst negeren ze je, dan maken ze je belachelijk, dan bestrijden ze je. En dan, dan win je.’ En wie wil er niet bij de winnaars horen? Wie wil er niet aan de kant staan van, in de woorden van Thieme, ‘intellectueel Nederland’ en ‘de maatschappelijke voorhoede’ die zich achter de PvdD heeft geschaard? De socioloog Richard Parkin heeft deze vorm van engagement expressieve politiek genoemd. Het gaat om een politiek die vooral draait om de persoonlijke expressie van moraliteit en minder om een instrumentele politiek die bestaat uit het tot stand proberen te brengen van regulering, wetgeving, overleg en compromissen.Wie instrumentele politiek bedrijft, maakt in de ogen van bedrijvers van expressieve politiek altijd vuile handen omdat hij zich begeeft in op eigenbelang gerichte machtsspelletjes. Zoals de PvdD stelt hij de politiek voor als een eenvoudige keuze tussen goed en kwaad. Bijna 2 procent van de kiezers vindt die goed-en-kwaad-kitsch kennelijk aantrekkelijk en wil geen rekening houden met nuances, de complexiteit van vraagstukken, besluitvormingsprocessen en economische belangen en realiteit. Want wie onderhandelt er nou met het Kwaad? Aan wie dit niet direct begrijpt, biedt Thieme spannende vergelijkingen. Bijvoorbeeld in verband met het onverdoofd castreren van biggetjes: ‘Daar mag je best op focussen. Stel dat er in Nederland massaal vrouwen werden verkracht en vermoord, zonder dat de overheid iets deed. Dan zou niemand het gek vinden als er een vrouwenpartij kwam.’ De politiek die de PvdD voorstaat, zal helaas niet leiden tot het dichterbij brengen van een oplossing van het dierenwelzijnvraagstuk. Welke vertegenwoordiger van de medische wetenschap of industrie wil aan de onderhandelingstafel zitten met een partij die de problematiek zo ongenuanceerd weergeeft als in het televisiespotje van Dierproefvrij, waarin vivisectie wordt voorgesteld als het lukraak en zonder doel, gevaarlijke stoffen in de ogen van lieve huisdieren spuiten? De PvdD stelt dat zij als enige partij in Nederland te duiden valt met de term ‘nieuwe politiek’. Nieuwe politiek is zo opgevat politiek zonder nuance. Deze politiek dicht de kloof met de burger door middel van schattige dieren, zoals de kat op de stoel van de Tweede Kamer op de affiches van de PvdD.De twee zetels voor de PvdD betekenen dat bijna 2 procent van de kiezers zowel de politiek als de eigen stem niet langer serieus neemt. Amanda Kluveld is historicus.