AD GEELHOED Koks coach is een radicale marktsocialist

Ad Geelhoed, nu nog de hoogste ambtenaar op Economische Zaken, gaat vanaf dinsdag zijn partijgenoot premier Wim Kok assisteren. Van gereformeerde jongeman tot moderne sociaal-democraat....

TUSSEN Dienaar des Woords en dienaar in openbare dienst gaapt een brede kloof, maar in het leven van Leendert Adrie Geelhoed is dienen altijd de rode draad gebleven. 'Het deed zich voor', verklaart hij elke volgende stap op de maatschappelijke ladder. 'Ik heb nooit gesolliciteerd, het kwam langs. Een element van gedrevenheid, in het besef dat ledigheid des duivels oorkussen is.'

Vanaf dinsdag 1 april is Ad Geelhoed (54) de machtigste ambtenaar van Nederland, secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, het ministerie van de premier. Hij heeft het oor van Wim Kok, maar daarvan is hij het minst onder de indruk.

Macht? Een verzinsel van de media. 'Het allerleukste is problemen oplossen. De kern van veel van het werk dat wij doen, is het aandragen van oplossingen waarmee de politiek uit de voeten kan. Als u mij vraagt, waaraan ik het meeste plezier beleef, dan is dat het aandragen van oplossingen voor maatschappelijke knelpunten. En als je advies ook nog wordt opgevolgd, heb je daarvan een groot emotioneel inkomen.'

Veel vriendjes had de kleine Ad niet in zijn jeugd. Vader was bij de marechaussee. Als gezagsdrager, belast met de handhaving van de wet, mocht je je vooral niet verbroederen met je omgeving. Verhuizen was aan de orde van de dag. Bij voorkeur werd je geplaatst in een omgeving waarbij je 'levenbeschouwelijk gezien' nogal afstak. Om de drie jaar een andere standplaats: Vught, waar Ad werd geboren, Winterswijk, Ruurlo, Hardenberg.

Hij woonde er steeds te kort om in te burgeren, om vrienden te kunnen maken. Ruurlo bijvoorbeeld was vrijzinnig hervormd, of katholiek. Ad moest zes kilometer fietsen om zijn school te bereiken. Hij zat op drie verschillende lagere scholen, bezocht drie middelbare scholen.

Zijn ouders waren godvruchtige mensen, gereformeerd. Hoewel dat in de toenmalige verhoudingen wat ongebruikelijk was, verzocht zijn vader, na alle omzwervingen, een standplaats waar hij onder geestverwanten kon zijn. Het werd Kampen, waar een keur aan gereformeerde scholen was, tot en met een theologische hogeschool. Aanvankelijk voorbestemd om onderwijzer te worden, kwam voor Ad Geelhoed de lat hoger te liggen toen bleek dat hij aanleg had om het gymnasium te volgen.

Maar het Calvijnlyceum in Kampen was een desillusie. Een jaar of veertig na dato verhaalt hij van een beklemmende sfeer, krampachtigheid, ruzie met de leraren. Van meet af aan ging het niet goed met de jonge Geelhoed. Hij zat in de klem en wist niet hoe eruit te komen.

Hij vertelt hoe hij stond te vissen aan de IJsselkade toen hij ineens, achter zich, zijn vader bespeurde, die op zijn fiets geleund naar hem stond te kijken. Vader zei: 'Ik heb er eens over nagedacht. Het lijkt me beter dat jij naar het gemeentelyceum gaat.'

Het voorval staat in zijn geheugen gegrift. Want zijn vader deed met die beslissing afstand van een droom: zijn zoon die dominee zou worden. 'Vanwege die beslissing heb ik altijd buitengewoon veel respect voor mijn vader gehad. Het zijn van die kleine dingen die de richting van je leven bepalen.'

Ogenschijnlijk zit er weinig lijn in het ambitieniveau van Ad Geelhoed. Na zijn gymnasiumtijd was hij van plan geschiedenis en klassieke talen te studeren. Maar eerst trok hij de wapenrok aan en in de diensttijd raakte hij er van overtuigd dat hij toch liever niet voor de klas wilde staan - want na deze studies zou hij leraar worden, dacht hij. Het roer ging nu helemaal om. Geelhoed koos rechtshistorie in Utrecht 'uit puur wetenschappelijke belangstelling'.

In de jaren zeventig is hij verschillende keren gevraagd als hoogleraar staats- en bestuursrecht. Maar het spanningsveld tussen wetenschap en beleid - hij was destijds raadaviseur op het ministerie van Justitie - had hem al stevig in de greep. 'Wat ik hier doe, vind ik wetenschappelijk dusdanig leuk en doet een dusdanig beroep op mijn intellectuele verbeeldingskracht, dat ik me nauwelijks kan voorstellen dat een hoogleraarschap leuker is. Ik doe hier per maand stof op voor een proefschrift.'

Na afronding van zijn studie in 1970 was hij een jaar medewerker Europees recht en economisch recht bij de Utrechtse universiteit. Toen werd hem gevraagd te komen werken bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Hij had 'ongelofelijk veel geluk gehad' in de handen te vallen van iemand met de reputatie lastig en veeleisend te zijn: Andreas Donner, lid van het Hof.

Van hem leerde hij alles over het staatsrecht, en over scheiding van het publieke en het private. 'Donner was iemand met een duidelijke anti-revolutionaire achtergrond, die dus veel scherper over de scheiding van het publieke en het private domein nadacht dan iemand die groot is geworden in een katholieke staatsfilosofie. Het scherp kunnen denken in categorieën heb ik van hem geleerd.'

Donner was niet Geelhoeds enige leermeester. Op een avond in de studentensociëteit wees een mede-student hem op een nieuwe hoogleraar, Verloren van Themaat. Die geeft zó moeilijk college, dat is typisch iets voor jou. Het eerste college waar hij Geelhoed binnenliep ging over de fusie van twee Franse producenten van vlakglas en de vraag of dat samengaan zou leiden tot een monopolie. 'Dit grensvlak van economische dynamiek en wat je met juridische randvoorwaarden aan interventies zou kunnen doen, pakte me direct.'

In 1975 kon Geelhoed kiezen: naar Brussel of raadadviseur worden op het ministerie van Justitie. Hij overwoog dat het besluitvormingsproces in de Europese Gemeenschap in die tijd stagneerde. 'Duik ik in de bureaucratie van de Europese Commissie en word dan niet betaald voor mijn prestaties maar voor mijn frustraties - zij het op een zeer aanzienlijk niveau - of wordt het Den Haag waar ik misschien meer zou kunnen verwezenlijken?'

Geelhoed ervoer de overgang van het bezadigde Luxemburg naar de snellere Haagse departementscultuur als een schok. Aangenomen als wetgevingsjurist kreeg hij al op zijn tweede werkdag kamervragen te beantwoorden van de liberaal Aart Geurtsen over het optreden van Molukse weerkorpsen. En passant voorspelde hij in een notitie dat de spanningen in de Molukse gemeenschap zó groot waren, dat de vlam wel eens in de pan zou kunnen slaan. Zo gaat dat in Den Haag: schrijf je een intelligente notitie, ben je meteen deskundige. Toen de Molukse crisis losbarstte - de treinkaping door Molukse jongeren in 1977 -, zat Geelhoed in het crisiscentrum in Den Haag.

De cultuurschok werd mede bepaald door de figuur van zijn minister, Dries van Agt. Geelhoed heeft zijn mening over Van Agt gevormd in de nachtelijke bijeenkomsten op het crisiscentrum. 'Ik heb Van Agt vooral kunnen zien als iemand die beslissend moest optreden tijdens die grote gijzelingsaffaire', zegt Geelhoed.

'Op het eerste gezicht leek Van Agt bijna bedremmeld in zijn optreden. Hij luisterde naar premier Joop den Uyl die brede verhalen hield. Heel knap. Analytisch, fantastisch, alles erbij halend, virtuele gebouwen schetsend. Dan kwam het moment waarop de echte beslissingen moeten worden genomen. Dan kwam Van Agt naar voren en zag je hoe hij Den Uyl langzaam maar zeker in de hoek dreef, tot het moment waarop hij de beslissing nam. Als jonge ambtenaar zat ik daar met rode oortjes bij.'

Ad Geelhoed is lid van de PvdA, overtuigd. 'En ik heb me daarvoor nooit geschaamd, integendeel.' Hij weet dat bepaalde groepen in de PvdA hem beschouwen als iemand die deze opdruk eigenlijk niet mag dragen. 'Gelukkig is dit de laatste tijd minder geworden, maar we hebben een periode gehad van politiek-correct taalgebruik. Nou, daar heb ik me nooit iets van aangetrokken. Je moest bepaalde dingen zeggen, moest bepaalde dingen denken. Dat is aan mij nooit besteed geweest.'

Iemand die zo overtuigd is van werking van De Markt kán in rode ogen niet deugen. Zijn opvattingen stammen uit zijn studietijd bij Verloren van Themaat. De basisnotie is dat in de economie de juridische randvoorwaarden in sterke mate bepalen hoe een economische orde functioneert. Wat je in een gemengde economische orde ook doet, je moet je doelstellingen realiseren via de markt. Als de markt niet meer functioneert, werkt elke verandering in je beleid ook niet meer.

Voor een aanhanger van de PvdA was Geelhoed vroeg met deze notie. Hij vond steun voor zijn opvattingen in zijn Luxemburgse periode. Daar maakte hij een diepgaande studie van de Franse economie. Deze werd gekenmerkt door sterk door de staat beïnvloede markten. Naarmate de Franse economie onder invloed van het Europese integratieproces opener werd, begon dit stelsel uit elkaar te vallen. 'Daar zag je duidelijk de mythe van de specifieke economische sturing in een opener en dynamischer wordende economie. Het heeft op mij een grote indruk gemaakt.'

Na Verloren van Themaat en Andreas Donner ontmoette hij op Justitie zijn derde leermeester, de secretaris-generaal Albert Mulder. Die liet hem zien hoe je moet omgaan met ambtelijke integriteit, zorgvuldigheid en vooral ook stevigheid. Geelhoed zegt van zichzelf dat hij radicaal is. 'Als er voor een probleem twee oplossingen zijn en je vindt dat één daarvan te verkiezen is, dan moet je ook vierkant voor die ene oplossing gaan liggen. Je moet heel lang beuken als je lastige, complexe beslissingen moet nemen.'

De laatste zeven jaar op Economische Zaken had hij bij het voorbereiden van besluiten de beschikking over zijn 'verzameling jonge Turken'. Breed ontwikkelde economen met een grote mate aan intellectuele mobiliteit. Heren, even meedenken. Zeg eens, is het onzin of niet? Laten we nou eens even het dagelijkse stof van de voeten afspoelen: waar willen we over drie jaar zijn?

Na het denken komt het besluiten. 'Dat heb ik heel sterk van Mulder geleerd. Op een gegeven ogenblik móet je een beslissing nemen, om zus of zo te willen. Dan sta je er voor, dan kun je niet meer terug. Je afweging moet zorgvuldig zijn, en op een gegeven ogenblik ligt er een beslissing. Dat is het dan. Daar ben ik radicaal in.'

Zijn leertijd bij Justitie werd gekenmerkt door 'grootschalige incidenten'. De Molukse affaires, de zedelijkheidswetgeving, Andreas Donner die hem als secretaris aanstelde toen de Commissie van Drie zich moest buigen over de Lockheed-affaire van Bernhard. Later, als lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (1983 - 1990) schreef hij onder andere De onvoltooide Europese integratie. 'Voor het eerst in Den Haag hield ik me sterk bezig met Europa.'

Toen 'kwam langs' zijn huidige baan, secretaris-generaal van Economische Zaken. Een economenbaan voor een jurist. Hij heeft er 'ongelooflijk veel lol gehad' in het bewerken van de omslag van het misbruikstelsel naar het verbodstelsel in de mededingingswetgeving. 'Dat is eigenlijk een andere opvatting over de manier waarop de economie functioneert. Aanvankelijk zei Koos Andriessen, zijn eerste minister: Daar begin ik niet aan, dat is levensgevaarlijk, dat kan politiek helemaal niet. Als je dan na een paar jaar dat proces ziet versnellen dan is dat buitengewoon aardig.'

Geelhoed reorganiseerde het departement, gebruikte het politieke besluit tot afslanken om de ordenende taken van het ministerie te versterken. De komst van Hans Wijers zette de kroon op dat werk: het mededingingsbeleid ging van de portefeuille van de staatssecretaris naar de minister.

Geelhoed is een schaker die op drie borden simultaan speelt. Is het wetenschappelijk verantwoord? Hoe kan ik het juridisch vormgeven? Hoe zit het met de politieke verantwoordelijkheid? 'Als je het eerste bord weggooit, ben je bezig met voodoo-economics.'

Geelhoed is zich ervan bewust dat hij sterk is gekleurd door zijn jeugd. 'Ik heb daaraan overgehouden dat je enorme krachten in de samenleving kunt losmaken door de mensen mogelijkheden te bieden. Ik heb de kans gehad die maatschappelijke ladder te pakken. Dat heeft me heel sterk bepaald.

'Als het gaat om de keuze tussen het scheppen van ruimte en het bieden van waarborgen, dan zit ik altijd iets meer aan de kant van het bieden van perspectief, het openen van mogelijkheden, het verlagen van drempels, het geven van gelegenheid tot emancipatie dan de waarborgfunctie. Dat zit er bij mij instinctief in.'

Het eene geslacht gaat en het andere geslacht komt, maar de aarde staat in eeuwigheid (Prediker I,4). Weer heeft hij het niet gezocht, deze keer kwam Wim Kok langs. Vanaf dinsdagmorgen vroeg zit Ad Geelhoed tot over zijn oren in het begeleiden van zijn baas naar succes op de Top van Amsterdam in juni. Hij ziet de Europese Unie als 'verschillende konvooien van lidstaten met uiteenlopende snelheid' die politiek en economisch zullen integreren.

De kerntaak voor de Top van Amsterdam is het ontwikkelen van een kader dat recht doet aan deze verscheidenheid. Vorig jaar schreef hij al: 'Of Europa daartoe de visie en het nodige staatsmanschap kan opbrengen, moet uiteraard worden afgewacht.'