Servië besloot eind vorige week het EU-lidmaatschap aan te vragen. Van de voormalige Joegoslavische landen, die in de jaren ‘90 nog in bloedige conflicten verwikkeld waren, is Slovenië inmiddels lid van de EU, terwijl Kroatië, Macedonië en Montenegro al eerder een aanvraag voor het EU-lidmaatschap deden
De volgende stap is dat de 27 lidstaten beslissen of de aanvraag wordt doorgestuurd naar de Europese Commissie voor een evaluatie van de stand van zaken in het land. Waarschijnlijk komt het voorlopig niet verder dan dat. Diverse lidstaten, zoals het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, hebben aarzelingen bij toetreding van Servië. Maar het belangrijkste struikelblok is Nederland.
Verhagen reisde vorige week nog op en neer naar Belgrado om de Serviërs ervan te doordringen dat ze geduld moeten betrachten. De CDA-minister wil komende zomer eerst van de hoofdaanklager van het Joegoslavië-Tribunaal horen dat Servië tegen die tijd nog steeds goed meewerkt bij het opsporen en overdragen van verdachten van oorlogsmisdaden. Er zijn er nog twee voortvluchtig: Ratko Mladic en Goran Hadzic.
Maar ook daarbovenop moet nog veel gebeuren; betere regionale samenwerking en oplossen van de conflicten met buurlanden, ratificatie en daarna implementatie van het handelsakkoord.
Voordat aan al die voorwaarden is voldaan, hoeft Servië niet te rekenen op een welwillende ontvangst door de 27 EU-lidstaten, benadrukte Verhagen. ‘Er zijn geen sluiproutes’, hield hij zijn Servische tegenhanger voor.
Kennelijk heeft Belgrado de afgelopen weken hoop geput uit een positief rapport van het Tribunaal over de Servische medewerking en de positieve reacties daarop van onder meer Nederland.
Lange tijd stond Verhagen erop dat Mladic en Hadzic eerst moesten worden uitgeleverd, vóór verder gepraat kon worden over Servië als lid van de EU. Die eis heeft hij eerder deze maand onder grote druk van andere lidstaten laten vallen. Als laatste gaf Verhagen zijn verzet op tegen een handelsakkoord tussen Servië en de EU.