Moeten we in het rijke Westen stoppen met adoptie ? Deze prangende vraag werd in Forum van 19 december opgeworpen door Saskia Harkema en Jan Smits. De vraag werd in het artikel ook onomwonden beantwoord: adoptie is een groot drama. Harkema baseert haar oordeel op eigen ervaring. Ze heeft vier jaar geleden een kind geadopteerd en ze laat weten dat ze dagelijks wordt geconfronteerd met de droevigheid en onafwendbaarheid van wat het betekent afgestaan te worden.
Is adoptie inderdaad een drama? Ik meen van niet. Mijn oordeel is niet gebaseerd op mijn gezinssituatie, maar op wat ik meemaak als eindredacteur van KRO Spoorloos. Sinds 1993 is de redactie van dit televisieprogramma betrokken geweest bij zoekacties van vele honderden geadopteerde kinderen. Door de aard van ons programma zijn we in al die jaren te gast geweest bij evenzoveel Nederlandse gezinnen waarin die kinderen zijn opgegroeid. De zoekacties naar de biologische ouders van deze kinderen brachten ons wereldwijd op de meest uiteenlopende plekken, van Peru tot China.
Arm en rijk
Harkema stelt terecht dat adoptie mede een gevolg is van de grote kloof tussen arm en rijk. Ze roept iedereen op om te strijden voor verkleining van de kloof, zodat een einde komt aan de onrechtvaardige situatie dat veel vrouwen in arme landen door economische omstandigheden gedwongen worden afstand te doen van een kind. Moreel gezien wil ik Harkema en Smits van harte steunen, maar het lijkt me zonneklaar dat hun streven – mild uitgedrukt – een utopie is. De kloof tussen arm en rijk zal ook de komende jaren op de hele wereld alleen maar groter worden.
Waarom hoeft adoptie geen drama te zijn? Voor de vele honderden uit het buitenland geadopteerde kinderen die wij als programmamakers hebben ontmoet, geldt dat ze zich meestal zeer tevreden uitlaten over de Nederlandse gezinnen waarin ze zijn terechtgekomen. Geadopteerde kinderen benaderen ons weliswaar massaal met de vraag om op zoek te gaan naar hun biologische familie, maar dat doen ze geenszins met de bedoeling hun adoptie ongedaan te maken. De meeste kinderen hebben hun plek in Nederland goed gevonden en zijn eigenlijk het schoolvoorbeeld van geslaagde inburgering. Het beeld dat adoptiekinderen prima kunnen aarden, komt overigens overeen met onderzoeken die wereldwijd zijn uitgevoerd.
Door de zoekacties van naar hun herkomst nieuwsgierige geadopteerde kinderen zijn wij verspreid over alle werelddelen al jarenlang regelmatig te gast bij moeders die ooit – al dan niet vrijwillig – afstand hebben gedaan van een kind. Uiteraard leidt onze komst, hoe goed voorbereid ook, vaak tot heftige emoties omdat moeders herinnerd worden aan misschien wel de moeilijkste periode in hun bestaan. Reeds bij de eerste kennismaking wordt ons altijd weer duidelijk dat het voor vrijwel iedere moeder pijnlijk en vernederend is om een baby ter adoptie te moeten afstaan.
Op dit punt spreken vrouwen wereldwijd, van Thailand tot Colombia, dezelfde taal. Het is het moeilijkste besluit dat ze ooit hebben moeten nemen, ze schamen zich ervoor en vragen God én het kind om vergeving. Maar ze voegen er direct aan toe dat ze afstand hebben gedaan in de hoop dat andere mensen het kind een betere toekomst konden geven.
Voor verreweg de meeste van de honderden moeders die wij hebben ontmoet, geldt dat ze mede afstand deden omdat ze ongehuwd waren. Deze vrouwen zagen vaak kans om hun eigen omstandigheden behoorlijk te verbeteren nadat en ómdat ze een kind ter adoptie hadden afgestaan. Het ontlastte hen immers van een zware zorg en het gaf hun meer kans om aan werk te komen.
Onvervulde kinderwens
Harkema en Smits ageren in hun bijdrage ook nog tegen de motieven van veel echtparen die een kind adopteren. De lotgenoten die zij troffen tijdens het traject dat ze moesten doorlopen om een kind te mogen adopteren, waren vooral ongewenst kinderloze echtparen die tot adoptie hadden besloten om hun kinderwens alsnog in vervulling te laten gaan. Volgens Harkema en Smits handelden ze dus uit eigenbelang en niet uit idealisme.
Vanwege mijn werk voor Spoorloos heb ik sinds 1993 heel veel echtparen leren kennen die een kind hebben geadopteerd. Als ik vroeg om welke reden ze aan de adoptie waren begonnen, was het antwoord meestal zeer duidelijk: het vervullen van een gezamenlijke kinderwens. Dat antwoord stelde mij altijd gerust: mij lijkt dat een kind in de eerste plaats gebaat is bij ouders met een sterke kinderwens.
Overigens zal het adopteren van een kind uit een armer buitenland over niet al te lange tijd onmogelijk worden. Steeds meer regeringen verhinderen namelijk dat afgestane kinderen over de grens verdwijnen. Een kind uit bijvoorbeeld Colombia zal dan uitsluitend kunnen worden geadopteerd door een Colombiaans echtpaar. Dat lijkt me een logische ontwikkeling, waartegen weinig is in te brengen.
Paul Vertegaal is eindredacteur van het KRO-programma Spoorloos.